Tamar van den Dop

In de reeks profielen van eigentijdse sterren deze week Tamar van den Dop, de beste actrice van de jonge generatie Nederlandse sterren, die in Missing Link haar eerste moederrol speelt.

Een kinderster als Danny de Munck, haar tegenspeler Barendje die verliefd is op de dochter van reder Bos in Op hoop van zegen (Guido Pieters, 1986), is Tamar van den Dop nooit geweest, maar dat filmdebuut op 15-jarige leeftijd gaf haar wel een voorsprong op andere filmacteurs van haar generatie. Ten tijde van haar eerste hoofdrol, van de door Pierre Bokma, Gijs Scholten van Aschat en Thom Hoffman gelijkelijk begeerde dorpsschone in De provincie (Jan Bosdriesz, 1991), zat Van den Dop nog op de toneelschool in Maastricht. Klasgenoten zagen die voortijdige positie in de schijnwerpers (het leverde haar een nominatie voor een Gouden Kalf op), met lede ogen aan. Het was echter geen toeval; enige tijd later bleek de door Frans Weisz geregisseerde Maastrichtse eindexamenfilmproductie Cranky Box, naar het gelijknamige stuk van Judith Herzberg, slechts één enkele ster te bevatten.

Nog steeds is het theater voor Van den Dop (Amsterdam, 8 februari 1970) een plek waar ze meer te zoeken heeft dan de meeste andere jonge filmacteurs. Vooral in Belgische producties, vaak onder regie van Peter van Kraay, kwam haar acteertalent optimaal tot ontplooiing. Ze is geen ster die als pin-up op jongenskamers hangt; de pogingen om haar internationaal te lanceren als `Europese ster van de toekomst', bij voorbeeld op recente edities van de festivals van Genève en Berlijn, lijken vooralsnog meer op een wens die vader van de gedachte is. Toch werden de peilloze bruine ogen van Tamar van den Dop een gespreksonderwerp op het Internet, ten tijde van de uitzending door de NCRV van Maarten Treurniets dramaserie Zwarte sneeuw (1996), een door de hoofdrolspeelster gesuggereerde titel. Die rol was een ware krachttoer: de geleidelijke transformatie van een kinderlijk meisje uit een beschermd milieu naar een gelouterde jonge vrouw leek in elke aflevering nieuwe lagen van haar persoonlijkheid te onthullen. Zoals veel goede acteurs wekt Van den Dop de indruk pas door te spelen te kunnen laten zien wie zij werkelijk is.

Zulke doorwrochte acteurs, die ambachtelijkheid paren aan een niet door hun verstand aangetaste intuïtie, zouden een godsgeschenk moeten zijn voor filmregisseurs. Desondanks werd nog maar weinig gebruik gemaakt van Van den Dops talent. Ze was een door de regie op afstand gehouden juffrouw Te George in Karakter (Mike van Diem, 1997), een weinig geprononceerde verzetsheldin in de tv-serie De partizanen (Theu Boermans, 1995) en een vooral mysterieuze Alice van Voorde in de televisiebewerking van Vestdijks Het glinsterend pantser (Treurniet, 1998).

Al twee jaar geleden speelde de jonge ster haar eerste moederrol, in de pas deze week uitgebrachte kinderfilm Missing Link van Ger Poppelaars. In flashbacks is ze een bakvis, in het heden een tot isolement veroordeelde alleenstaande moeder in de jaren vijftig, en Van den Dop is een van de weinige actrices van haar generatie die in beide instanties kan overtuigen. Zoals in elk van haar filmrollen is er ook nu weer minstens één moment dat grote bewondering wekt: een korte aarzeling van explosief ingehouden lichaamstaal, voordat de verleiding van de sigarenboer (Thomas Acda) begint.