Realisme van gebaren en glimlachjes

My Name is Joe is de titel van de nieuwe film van de Engelse regisseur Ken Loach en de eerste helft van een belangrijke zin die de titelheld in de film zegt, als het beeld onder de begintitels nog zwart is. De rest is: `and I am an alcoholic'. Al snel wordt dan, in de onopgesmukte, met natuurlijk licht gefilmde beelden die Loach' films kenmerken, duidelijk dat Joe, even driftig als charmant, de moed nog niet heeft opgegeven. Net als Mike Leigh maakt de marxist Ken Loach sinds lang films over de onwaarschijnlijkheid van een goed leven in de Britse achterbuurten en hij doet dat met woede, humor, compassie en een uit bekende en onbekende details opgebouwd realisme. Sommige observaties zijn naargeestig omdat je ze tot in de kleinste gebaren herkent: middenklassemeisje gaat voor het eerst uit bowlen en maakt een tuttig blij sprongetje als ze een paar kegels omver krijgt. Loach is een meester in het tonen van de gelijkheid van mensen onder gelijke omstandigheden. We gedragen ons ook zonder het te weten hetzelfde; alsof iedereen maar een paar mogelijkheden ter beschikking staan, en soms maar een. Gruwelijk om te zien is daarom het hoopvolle lachje waarmee Sarah, de andere hoofdrolspeler in de nieuwe film, de straat oversteekt als ze net heeft gemerkt dat ze zwanger is.

In Loach' vorige film, Carla's Song, vertrok een buschauffeur uit Glasgow naar Sandinistisch Nicaragua. My Name is Joe speelt zich geheel af in Glasgow, waar Joe 37 is, tien maanden clean en werkloos. De grotere sociale acceptatie van drankverslaving speelt een rol in het verloop van de film. Als Joe aan de heroïne verslaafd was geweest, had hij het hart van Sarah, toegewijd medewerkster van zuigelingenzorg, waarschijnlijk niet kunnen winnen. Joe ontmoet Sarah als ze beiden op weg zijn naar een wel aan de heroïne verslaafd gezin: hij om de net afgekickte Liam op te halen voor een wedstrijd van het door hem geleide, met losers gevulde voetbalelftal, zij om met de nog verslaafde en tippelende Sabine te praten over hun zoontje Scott. `Zijn z'n testikels al ingedaald', vraagt Sarah. Sabine begrijpt het niet. `Hangen z'n balletjes er goed bij', vraagt Sarah opnieuw.

De liefdesgeschiedenis van Joe en Sarah zit vol met zulke verkenningen van de klassegrenzen. Grappig is de scène waarin Joe en een maat Sarah ervan overtuigen dat ze haar plafond wegens allerlei bouwtechnische redenen beter kunnen schilderen dan behangen. Zo hoeven ze niet toe te geven dat ze het behangen niet machtig zijn en kunnen ze toch nog wat verdienen. ,,Jullie zijn de experts'', zegt Sarah, en biedt een kop thee aan. Gevoelig is de scène waarin Joe niet begrijpt waarom Sarah weigert de ring aan te nemen die hij haar zo romantisch in een parkje geeft.

Een kloof tussen Joe en Sarah ontstaat pas als hij zijn compassie voor het gezin van Liam niet professioneel weet te houden. Sarah verkeert in de luxe positie dat wel te doen. Nu wordt het verhaal ingewikkeld, want zou compassie de enige reden zijn voor Joe om in Liams plaats twee drugstransporten te rijden?

Over de films van Ken Loach wordt wel gezegd dat ze meer zijn dan een politiek tractaat door de subtiel geschreven personages die dankzij het goede spel van de acteurs echte mensen worden (Peter Mullan kreeg voor zijn vertolking van Joe in Cannes de prijs voor de beste acteur). Het bijzondere van de films van Loach lijkt mij dat die personages en dat spel nooit doen vergeten dat het politieke tractaten zijn. Loach maakt het gevoel en de moraal van mensen van vlees en bloed afhankelijk van geld en macht. De mogelijkheid tot ontsnappen is klein als je zelfs een glimlach daarvan kunt doordringen.

My Name is Joe. Regie: Ken Loach. Met: Peter Mullan, Louise Goodall, David McKay, Annemarie Kennedy, Gary Lewis, Lorraine McIntosh. In: 10 theaters.