Nederland dient VS-bases van Antillen te weren

Door Amerikaanse militaire bases op Aruba en Curaçao toe te laten, helpt Nederland de VS bij hun oorlog tegen Colombiaanse guerrilla's, vinden Tom Blickman en Martin Jelsma. Nederland moet niet betrokken raken bij het intensiveren van een burgeroorlog in Latijns-Amerika.

Nederland wordt zo langzamerhand een satellietstaat van de Verenigde Staten. Met het onlangs getekende akkoord over de vestiging van twee Amerikaanse militaire steunpunten op Aruba en Curaçao helpt ons land de VS met hun steeds verdergaande inmenging in de oorlog in Colombia, zonder dat het daar enige invloed op kan uitoefenen. Bijna geruisloos staat Nederland zijn zeggenschap over het gebruik van zijn territorium af.

Officieel zijn de Amerikaanse bases bedoeld als steunpunten bij de drugsbestrijding in het Caraïbisch gebied, maar dat is niet meer dan schone schijn. Minister van Buitenlandse Zaken Van Aartsen heeft verzekerd dat de bases niet bedoeld zijn voor militaire operaties in de regio. Maar hij vergeet te vermelden dat de Amerikaanse drugsbestrijding zich voornamelijk richt op Colombia, en daar nauw is verweven met militaire operaties tegen de guerrilla. En dat op een steenworp afstand van de Antillen.

Kan Nederland wat betreft de oorlog in Kosovo nog enigszins meepraten in NAVO-verband, datzelfde verband beperkt de bewegingsvrijheid ten opzichte van de Amerikaanse politiek in Latijns-Amerika. Stel dat de oorlog in Colombia verder escaleert – en dat risico is zeer reëel – zal Nederland zich dan kunnen verzetten tegen clandestiene, dan wel openlijke militaire inmenging van de VS? Nee. Nederland zal geen conflict aangaan met de geallieerde grote broer.

Er is wat betreft Latijns-Amerika ook geen gremium waarin Nederland zich kan verzekeren van de steun tegen de Amerikaanse politiek van krachtige bondgenoten als de NAVO-partners Engeland, Frankrijk en Duitsland. De Tweede Kamer lijkt niet in de gaten te hebben dat de kans op betrokkenheid van Nederland bij de sluipende Amerikaanse militaire interventie al bijna een feit is.

De bases, de zogenoemde Forward Operating Locations (FOL) van SouthCom – het Southern Command van het Amerikaanse leger – zijn noodzakelijk nu de VS in mei 1999 gedwongen zijn hun militaire aanwezigheid in Panama te beëindigen, als gevolg van het ooit door president Carter gesloten verdrag om de kanaalzone terug te geven. SouthCom is in eerste instantie helemaal niet opgezet voor drugsbestrijding, maar is het commandocentrum van het Amerikaanse leger voor Latijns-Amerika.

Generaal Charles Wilhelm, commandant van SouthCom en de toekomstige baas van de FOL-bases op Aruba en Curaçao, heeft gezegd dat middelen uit de drugsbestrijding gebruikt kunnen worden voor de bestrijding van de guerrilla. In de ogen van veel Amerikaanse autoriteiten is dat één pot nat. Volgens hen financiert de Colombiaanse guerrilla zichzelf met opbrengsten uit de drugshandel en is er sprake van een `narco-guerrilla' die onschadelijk gemaakt moet worden. Weliswaar is het zo dat de guerrilla via belastingen op de productie en het vervoer van drugs een deel van haar inkomsten verwerft, maar de wortels van het conflict in Colombia zitten dieper dan de simpele gelijkstelling van drugs aan guerrilla. Landhervormingen, verdergaande democratisering en grotere zeggenschap over de grondstoffen zijn enkele van de thema's die de grootste guerrillagroep, de FARC, aan de orde heeft gesteld in de haperende vredesbesprekingen met de regering.

De inmenging van de VS in Colombia wordt door waarnemers en mensenrechtenorganisaties omschreven als een `vietnamisering' van het conflict. Zo'n 400 Amerikaanse militaire adviseurs zijn in Colombia of op weg daarheen. Op de basis Tres Esquinas – opgezet onder het mom van drugsbestrijding – helpt de CIA met geavanceerde apparatuur bij het volgen van FARC-rebellen en het afluisteren van hun communicatie, aldus de Washington Post. De hulp aan Colombia werd dit jaar met 325 procent verhoogd. Met het geld werden meer wapens en helicopters gekocht en financierde de Colombiaanse regering de chemische besproeiingen van cocavelden, een andere omstreden kwestie.

De drugsbestrijding in Colombia bestaat uit het vanuit de lucht besproeien van de drugsteelt met landbouwgiffen. Het door de Amerikanen politiek en financieel gesponsorde beleid wordt in Colombia in toenemende mate als contraproductief beschouwd. De VS leggen het Colombia echter dwingend op, onder bedreiging van decertificatie en het stopzetten van elke steun aan het vredesproces. De laatste cijfers tonen aan dat ondanks een record aantal besproeide hectares, de omvang van de cocateelt met 28 procent is toegenomen. Deze omstreden politiek is een van de obstakels in het vredesproces.

De besproeiingen zijn schadelijk voor de kwetsbare ecologische structuur van het Amazone-regenwoud en de gezondheid van de daar wonende cocaboeren. Door de besproeiingen zijn al 150.000 hectare verwoest. Voor iedere besproeide hectare coca verdwijnt vier hectare bos, door de kap van boeren die nieuwe velden aanleggen. Als er met deze intensiteit wordt doorgesproeid zal in het jaar 2015 70 procent van het regenwoud zijn veranderd in prairie.

Met de vestiging van de FOL's op Curaçao en Aruba wordt Nederland deelgenoot van de schadelijke en contraproductieve politiek van de VS in Colombia. De via de bases vliegende radarvliegtuigen worden gebruikt voor het inventariseren van de besproeide en te besproeien cocahectares, evenals voor het opsporen van de troepenbewegingen van het FARC. Nederland helpt zo mee aan het intensiveren van het conflict, in plaats van het fragiele vredesproces te steunen.

SouthCom zal de bases gebruiken voor missies die niet binnen de drugsbestrijding vallen, aldus Amerikaanse experts. De wens van de VS om niet te worden beperkt in hun operaties was voor Panama een van de redenen om de SouthCom-basis niet langer te handhaven.

Het kritiekloos volgen van de Amerikaanse politiek is niet in belang van Nederland. De VS misbruiken de drugsproblematiek steeds vaker voor inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van Latijns-Amerikaanse landen. Daarnaast staat het wapengekletter van de `war on drugs' haaks op het Nederlandse `harm reduction'-beleid, gebaseerd op het beperken van de schade van het drugsprobleem vanuit de ervaring dat de kwestie niet is uit te roeien. Tot nu toe was `harm reduction' beperkt tot het drugsbeleid in ons land. Het is tijd voor uitbreiding van dit uitgangspunt naar het buitenlands beleid.

Ook daar zou een politiek van schadebeperking moeten worden gevolgd: conflictpreventie en bescherming van mensenrechten en milieu rond de drugsproblematiek, en het bieden van een alternatief voor boeren die voor hun overleving vaak afhankelijk zijn van drugsteelt. Om te beginnen met het afblazen van de vestiging van de militaire steunpunten op Curaçao en Aruba.

Tom Blickman en Martin Jelsma zijn verbonden aan het Transnational Institute in Amsterdam.