Malaise op Balkan compleet

Na de oorlog in Bosnië en de Russische crisis kampt de Balkan nu met de econo- mische gevolgen van het Kosovo-conflict. Tegenval- lende export, kopschuwe buitenlandse investeerders en oplopende kosten bene- men het zicht op herstel.

Vol is een groot woord, in de zaal waar de Bosnische Federatie zijn presentatie houdt voor buitenlandse investeerders. De afgevaardigden van de Bosnische regering lezen braaf hun toespraken op en op de achtergrond vat een projectie in Powerpoint het allemaal bondig samen voor het publiek. Liberalisering, privatisering, sanering van banken, gelijke rechten voor buitenlandse investeerders, inwisselbaarheid van de plaatselijke munt: allemaal trefwoorden die het publiek geacht wordt graag te willen horen.

De afvaardigingen van Macedonië, Albanië, Kroatië en alle andere Balkanstaten die present zijn op het vierdaagse Business Forum van de Oost-Europabank zijn de Bosniërs met gelijksoortige presentaties voorgegaan. Maar na afloop rest telkens één vraag: wat betekent de crisis in Kosovo voor de plaatselijke economie?

Neven Tomic, vice voorzitter van de raad van ministers van de Bosnische Federatie, zucht. ,,Dat is nog niet uit te drukken in cijfers.'' Maar de problemen snellen hem tegemoet. De gezamenlijke instellingen van Bosnië en de Republika Srpska – de Bosnische Serviërs – staan door het conflict onder druk. De twee hebben bijvoorbeeld een nieuwe gezamenlijke munt en centrale bank – hoewel vooral de Bosnische Serviërs gewoon blijven werken met dinars en Duitse marken. Negentig procent van de handel van de Bosnische Serviërs vindt plaats met klein-Joegoslavië, en ook grote delen van de rest van de federatie zijn nauw verweven met de regionale economie, die aan scherven ligt. ,,We hadden de industriële produktie rond Tuzla net weer op poten,'' zegt Tomic, ,,maar die is sterk op Montenegro en Macedonië gericht.'' Voeg daarbij de instroom van zo'n 40.000 vluchtelingen, en de vertraging die een conferentie van donorlanden voor Bosnië door het conflict oploopt, en de malaise is compleet.

De Balkanlanden hadden zich in Londen opgemaakt voor een gevecht in de vorige oolog: de wederopbouw na de strijd in Bosnië en oostelijk Kroatië en, voor de gehele regio, de schok die de Russische crisis vorig najaar teweeg bracht. De druk op de munten, kredieten en de rentes had de Oost-Europabank er al toe gebracht zijn prognose voor de economische groei in Centraal-Europa en de Balkan te halveren van 3,8 procent naar 1,9 procent in 1999. Nu komt het Kosovo-conflict daar nog eens overheen. Wat daar de economische gevolgen van zijn, is volgens de directeur Balkan van de bank, Olivier Descamps, nog niet te zeggen. Dat hangt af van het verdere verloop. ,,Het is een bewegend doel.''

Descamps denkt dat lange-termijninvesteerders in de regio zich minder snel zullen laten afschrikken. Ondanks de Russiche crisis is de stand van de directe buitenlandse investeringen in de Balkan vorig jaar met een kwart gestegen naar 25 miljard dollar. Maar hij houdt er wel rekening mee dat nieuwe buitenlandse investeerders hun plannen nu naar voren zullen schuiven.

De opkomst voor het vierdaagse business-forum van de Oost-Europabank is daar een indicatie van: ten opzichte van twee jaar geleden, toen een soortgelijk evenment plaatsvond, is het aantal zakelijke bezoekers gehalveerd. In de kartonnen doos die de Bosniërs bij de ingang van hun zaal hebben neergezet voor visitekaartjes wemelt het van bankiers, consultants en ambtenaren, maar pas na lang zoeken komt het eerste echte bedrijf naar boven: het Duitse Siemens.