Louche

De Nederlandse schrijvers, zo luidt een klacht, houden zich te afzijdig van de oorlog in Joegoslavië. Het geldt niet voor alle schrijvers – zie het artikel van Bas Heijne in CS – maar het is waar dat de meesten zich niet in het publieke debat mengen.

Dat is wel eens anders geweest. In het Letterkundig Museum in Den Haag loopt sinds vorige week de tentoonstelling Vier lichte letterheren, een hommage aan de humoristische schrijvers Simon Carmiggelt, Godfried Bomans, Kees van Kooten en Kees Stip. De tentoonstelling bevat veel aardige `lichte' documenten, zoals de verlovingskaart van Kees van Kooten en Barbara Kits. `Heugelijke mededeling' staat erboven, waarna volgt: ,,Jaja/verloofd/stelletje/stilletjes/u heeft/niks gemist/ géén receptie/ komt nog wel 's/ en die hele verlovingstijd (ingegaan op 25 februari 1967) is barbara, ten dele ambtshalve, in de wolken. Ik trouwens ook. kees.'' (De mededeling over Barbara sloeg op het feit dat zij stewardess was.)

Maar er zijn ook documenten vol bittere ernst. Het betreft vooral een brief van Simon Carmiggelt aan prof. N. Donkersloot (schrijversnaam: Anthonie Donker) van 11 mei 1955. De wereld is bevangen door de grote kilte van de Koude Oorlog en de communistenhater Carmiggelt ergert zich hevig aan de pacifistische neigingen van `Derde Weggers' als de hoogleraren Donkersloot, Wertheim en Presser. Ik citeer de slotalinea's van Carmiggelts brief waar nog wel `Beste Nico' boven stond.

,,Louche vond ik ook (...) de pogingen die in Amsterdam zijn gedaan om de promotie van Van het Reve te hinderen, alleen omdat zijn proefschrift niet flatteus was voor het huidige Rusland. Louche vind ik, kortom, iedere intellectueel die zijn gevoelens van walging over de loop der dingen laat gebruiken door de c.p., wetend dat hij de zaak van de vrijheid daarmee uitlevert.

,,Je schrijft me dat de gewetensvrijheid de basis is van je bestaan. Onnodig – dat weet ik wel. Maar er zijn heel wat intellectuelen en kunstenaars in Nederland die er in wezen geen donder om geven, als ze genadig meedoen aan acties tegen `iets vreselijks', zonder ook maar een schijn van een alternatief te bieden. Dat vind ik op zijn best schöngeistig, men kan het zich hier in het Westen wel permitteren. Maar ik voel er niets voor, vandaar de prikken die ik op de Maatstaf avond gaf, zij het met alle walging die ik dagelijks bij het ondergaan van deze grootse tijd, gevoel.''

,,Zonder ook maar een schijn van een alternatief te bieden'' – zou Carmiggelt zo ook de huidige protesten van `intellectuelen en kunstenaars' tegen de NAVO-bombardementen op Joegoslavië ervaren hebben? Misschien. Maar we mogen niet vergeten dat ook hij zich in zijn laatste jaren afzijdig hield van allerlei politieke woelingen.