Kvaerner kiest voor hightech

Het van oorsprong Noorse Kvaerner is in de Europese scheepsbouw nog steeds veruit nummer één. Maar het verschuift zijn prioriteiten richting hightech en mechanische en maritieme innovatie. Voor scheepsbouw is geen ruimte meer.

Het schaalmodel van het Whitbreadjacht `Kvaerner Innovation' in het kantoor in de Oslose voorstad Lysacker is een fraaie blikvanger. Maar het geeft slechts ten dele aan waar voor het Noors-Britse Kvaernerconcern de prioriteiten liggen: bij hightech en innovatie op het gebied van de mechanische en maritieme techniek en bij de bouw. De scheepbouw, waar Kvaerner nu nog veruit nummer één is in Europa, hoort er sinds kort niet meer bij.

Voor het ontwerpen en bouwen van schepen ziet het bedrijf geen toekomst meer.Kvaerner wil zo snel mogelijk van al zijn dertien werven af. Afsplitsen, onderbrengen in joint ventures, verkopen of, als het niet anders kan, sluiten. ,,Het is voor ons gewoon een verloren spel'', zegt senior vice president Trond Andresen van Kvaerner. ,,Afgelopen jaar zijn de prijzen in de scheepsbouw met maar liefst 25 procent gedaald. Vooral de daling van de Koreaanse munt betekende een enorme stimulans voor de scheepsbouw in Zuid-Korea. Daar valt voor ons niet tegen te concurreren.''

Het besluit van Kvaerner doet pijn. In Noorwegen bezit Kvaerner alleen al 6 werven en daarvan staat een aantal op de nominatie om dicht te gaan. In een land met zo'n maritieme traditie zorgt dat voor veel opschudding en gekrenkte trots. En al liet het financiële resultaat afgelopen jaar veel te wensen over (een verlies van 1,3 miljard Noorse kronen tegenover een winst van 1,5 miljard over '97), de ambities en prestaties van Kvaerner op het gebied van futuristische en gedurfde technische projecten mochten en mogen er zijn. Wat te denken van het zojuist in gebruik genomen, samen met Boeing en partners uit Rusland en Oekraïne gebouwde lanceerplatform voor raketten in de Grote Oceaan? Het is het eerste van zijn soort op zee en moet een serieuze concurrent worden voor het Europese Ariane-consortium. En wat van een compleet drijvend vliegveld voor het Amerikaanse ministerie van Defensie? Gedurfde brugconstructies, enorme bouwwerken, chemische fabrieken en natuurlijk schepen, in bijna alle soorten en maten. Kvaerner had het allemaal in huis. Maar die laatste poot, de scheepsbouw, wordt nu ruw afgehakt.

Het grote probleem voor Kvaerner als scheepsbouwer, vertelt Trond Andresen, vormen de schulden van het bedrijf. Die zijn ontstaan door de overname, in 1996, van het Britse bouw- en engineeringconcern Trafalqer House. ,,Wij hebben als gevolg daarvan onvoldoende financiële spierballen om het in de scheepsbouw vol te houden. Als je een schip gaat bouwen ben je min of meer bezig als een bankier, je krijgt bij het begin van de bouw 15 procent van het orderbedrag en maar liefst 15 procent moet je financieren. Als het ons lukt om de werven af te stoten, komt er alleen al 3 miljard Noorse kroon vrij aan werkkapitaal.''

Kvaerner heeft de afgelopen jaren een beetje een slingerkoers gevaren. De wortels van het bedrijf liggen niet in de scheepsbouw, maar het is al wel de tweede keer dat besloten wordt die bedrijfstak vaarwel te zeggen. Het van oorsprong Noorse concern, met tegenwoordig het hoofdkantoor in Londen, heeft een lange historie. Het begon met het ontwerpen en bouwen van mechanische installaties. Pas in de jaren zeventig groeide Kvaerner door de overname van een aantal werven uit tot een echte industriële groep. Maar al weer heel snel daarna, in het begin van de jaren tachtig, deed het bedrijf de scheepsbouw weer van de hand omdat de leiding vond dat de groep er te afhankelijk van werd. Daarna concentreerde Kvaerner zich vooral op de offshore-industrie (installaties voor olie- en gaswinning op zee) en op zware betonconstructies. Na een paar jaar vond de groep dat de offshoresector op haar beurt te dominant dreigde te worden. De sector levert ook grote risico's op. Dat ondervond Kvaerner als een van hoofdaannemers van het vele miljarden kostende Troll-platvorm, waar het concern volgens Andresen ,,een vermogen'' op verloor. Dus stortte Kvaerner zich opnieuw op de scheepsbouw. En ditmaal met zeer veel overgave. In `89 kocht de groep de grote Schotse werf Govan in Glasgow en in de jaren daarna volgde de aankoop van nog twaalf werven, tien in Europa (in Noorwegen, Finland, Rusland en Duitsland), één in Amerika en één in Singapore. Door die golf acquisities groeide Kvaerner uit tot Europa's scheepsbouwer nummer één, op afstand gevolgd door het eveneens Noorse °Aker, de Duitse werven en de Italiaaanse en Franse staatswerven Fincantieri en Chantiers Atlantiques. Kvaerner heeft zich vooral toegelegd op meer gespecialiseerde scheepstypes: zeer luxueuze cruiseschepen, snelle veerboten, gas- en chemicaliëntankers, olieboorschepen, ijsbrekers en kleinere containerschepen. Met de hele grote bulkcarriers en containerschepen bemoeide het concern zich niet. In de eerste helft van de jaren negentig beleefde Kvaerner in de scheepsbouw enkele heel goede jaren, maar nu voelen zelfs de meer specialistische werven in toenemende mate de druk van de Aziatische concurrentie.

In '95 gooide Kvaerner het roer weer om en stippelde een strategie uit van meer internationalisatie. Voor ruim 900 miljoen pond kochten de Noren het jaar daarop het Britse conglomeraat Trafalger House, dat zich behalve in de civiele bouw, proces-engineering en olie- en gasinstallaties ook bezig hield met o.a. de cruisevaart (Cunard, inmiddels verkocht). Trond Andresen: ,,Trafalgers grote troef was zijn prominente aanwezigheid in het Verre Oosten, vooral in Hongkong. Daar hoopten wij fors van te profiteren, maar we hadden de markt tegen. Door het uitbreken van de Azië-crisis zat Kvaerner met een probleem. De winsten daalden en de schulden waren groot. Deze situatie leidde uiteindelijk tot het besluit van de in december van ABB overgekomen topman Kjell Almskog om te stoppen met de perspectiefarme scheepsbouw, zodat geld vrijkomt om de schuldpositie van Kvaerner te saneren. Als dat lukt neemt Kvaerner afscheid van eenderde van de activiteiten. Niet alleen de scheepsbouw verdwijnt, maar ook enkele andere activiteiten. Het aantal werknemers daalt met 25.000 tot 55.000 en de omzet gaat met 6 miljard gulden terug tot 14 miljard.

De nadruk komt bij Kvaerner straks op drie hoofdactiviteiten te liggen: (offshore) olie- en gasinstallaties, ontwerp en bouw van (proces)installaties en de bouw. Andresen denkt dat Kvaerners werven voor andere scheepsbouwers best interessant kunnen zijn. ,,We hebben nu al indicaties dat er genoeg bedrijven in de markt zijn.''