Het inktzwarte scenario

Sinds het onder strategen gewoonte is, voor eventuele oorlogen `scenario's' te schrijven, weten we of zouden we in ieder geval kunnen weten, dat de partij die de oorlog begint, niet alleen absoluut zeker moet zijn van de overwinning door permanente overmacht. Omdat absolute zekerheid in de oorlog niet bestaat (die bestaat trouwens nooit, maar in de oorlog telt dit gebrek zwaarder dan onder alle andere omstandigheden), moet er ook een zwart scenario bestaan – in het diepste geheim omdat het anders slecht zou zijn voor het moreel.

Deze oorlog onderscheidt zich doordat er twee aanvallende partijen zijn: de kleinschalige van Milosevic en de grootschalige van de NAVO. Beide verkeerden in de veronderstelling dat ze snel zouden kunnen winnen; beide hebben, waarschijnlijk als gevolg daarvan, geen zwart scenario. En beide hebben zich verschrikkelijk vergist.

Een zwart scenario voor de NAVO begint sluipend, met bijvoorbeeld een groeiende `bombardementsmoeheid' bij de bondgenoten die het dichtst bij het strijdtoneel zijn. Deze moeheid wordt verstrekt door diplomatieke complicaties, ontstaan uit de plannen om de olieaanvoer overzee naar Joegoslavië te blokkeren.

President Jeltsin, lichamelijk en politiek wankelend, ziet de laatste kans voor een comeback. Hij dreigt de blokkade te breken. Intussen heeft de secretaris-generaal van de NAVO een bemiddelingspoging gedaan die er beter uitziet dan alle vorige, en die alleen al daarom de aarzelende partners meer dan welkom is.

Intussen is Kosovo vrijwel etnisch gezuiverd. Milosevic heeft zijn doel bereikt, het feit is voldongen. Hij aanvaardt de bemiddeling, doet een paar beloften die hij niet zal houden, evenmin als hij dat met de vorige gedaan heeft. Voor Milosevic is een belofte een wapen dat hij afvuurt, zoals de NAVO een kruisraket. Hij laat desnoods wat waarnemers van de VN toe. Voor de camera's van de wereldtelevisie keren de eerste duizend Kosovaren terug. Dat zijn meteen ook de laatsten. Maar met die duizend is het doel bereikt: er is een `eervolle' uitweg geopend. De strijd wordt gestaakt. Er moeten daarna wel verschrikkelijke dingen gebeuren voor in de NAVO een consensus wordt gevonden om opnieuw te beginnen. Dit is fase één van het zwarte scenario.

Fase twee speelt zich af in de Verenigde Staten. Het zal de publieke opinie daar geen geheim blijven dat de Amerikanen opnieuw een oorlog hebben verloren. Volgend jaar zijn er presidentsverkiezingen. Deze nederlaag is voor de Republikeinen betere munitie dan alles wat Lewinsky, Tripp, Starr en Clinton hebben aangedragen. In geval van een nederlaag in Joegoslavië zal in de komende campagne de buitenlandse politiek een grote rol spelen. Hoe? Daarover hoeft niet lang te worden nagedacht. De teneur van de Republikeinse campagne zal anti-Europees zijn. Het debat over de Amerikaanse betrokkenheid bij Europa, de vraag over het sharing the burden wordt opnieuw gesteld. Europa kan zijn problemen niet alleen oplossen. Dat is het grootste deel van de eeuw al bekend. Met Amerikaanse hulp lukt het nu blijkbaar ook niet meer. Ligt het dan niet voor de hand, de Amerikaanse energie, het kapitaal en desnoods het bloed, in andere delen van de wereld te besteden, meer tot profijt van Amerika? Een zeer waarschijnlijk gevolg van een verloren oorlog in Joegoslavië is een verwijdering tussen Amerika en Europa; en `Joegoslavië' wordt genoteerd op het lijstje dat begint met Vietnam.

Fase drie voltrekt zich in Europa, ongeveer gelijktijdig met de tweede. Hier beseft men langzamerhand wat het voldongen feit op de Balkan betekent. Een paar honderdduizend gevluchte Kosovaren moeten worden ondergebracht in de West-Europese landen, waarvan de binnenlandse politiek niet naar gastvrijheid staat. Het kost de naties al moeite, hun Koerden, Turken, Algerijnen, Marokkanen, Afghanen, Nigerianen en Ghanezen niet alleen te integreren maar als het zo uitkomt, tussen bepaalde groepen ook nog de vrede te bewaren. De definitieve vestiging der Kosovaren duwt de Europese politiek naar rechts.

Dan is er nòg een erfenis van de verloren oorlog. In Zuid-Europa is uit de overwinning van Milosevic een staat geboren die een onbruikbare combinatie herbergt: militair en nationalistisch triomfalisme met politieke en economische achterlijkheid. De oorlog heeft Milosevic de beste gelegenheid gegeven om met zijn binnenlandse democratische oppositie af te rekenen. Klein-Joegoslavië is een dictatuur van het soort dat in de rest van Europa tien jaar geleden is afgeschaft. Het heeft zijn macht tegen `het machtigste bondgenootschap ter wereld' gehandhaafd en laat dit dagelijks oorverdovend weten. Een machtige dictatuur wordt zeker door de buren niet op prijs gesteld. In de oorlog heeft het zware verwoestingen geleden – op het ogenblik nog niet te becijferen. De machtige dictatuur handhaaft zich in het armste land van het werelddeel. Bovendien heeft Milosevic zich politiek geïsoleerd. Zijn `traditionele Slavische vrienden' in Moskou zijn ver weg, en ook arm als de mieren. Klein Joegoslavië wordt een zweer in zijn omgeving. Het verdeeld Europa moet daar, zonder de Amerikanen, hulp en genezing brengen.

Willen Amerika en Europa – Clinton, Blair, Chirac en Schröder – met een verloop van de oorlog volgens dit zwarte scenario `de geschiedenis in gaan'? Zeer onwaarschijnlijk. Ze hebben al één historische fout gemaakt. Ze zijn zonder zwart scenario aan het westelijk deel van de oorlog begonnen. Ze hebben zich in hun zelfoverschatting door verrassing na verrassing laten overvallen. (Hoe is het bijvoorbeeld mogelijk dat pas een week of vijf na het begin van de strijd de eerste Apache-helikopters gereed zullen zijn?). Ze hebben zich niet tijdig verzekerd van diplomatieke en politieke rugdekking. Ze hebben hun tegenstander rampzalig onderschat. Intussen is een situatie gegroeid waarin het compromis gelijk staat aan de nederlaag van het Westen. Kunnen onze leiders, kan het Westen zich dat veroorloven? Joegoslavië is op het ogenblik een Europees Tsjetsjenië, in vèrgaande staat van ontwikkeling.