`Familieleden als assistent geen bezwaar'

Het kabinet wil niet dat er in het nieuwe statuut voor leden van het Europees Parlement een verbod komt op het in dienst nemen van familieleden. Dat blijkt uit een brief van minister Peper (Binnenlandse Zaken) aan de Tweede Kamer.

Nederland onderhandelt op dit moment met de andere lidstaten van de Europese Unie over een nieuw statuut betreffende het inkomen, de onkostenvergoedingen en het pensioen voor alle 626 europarlementariërs.

Peper schrijft in de brief dat hij het in dienst nemen van familieleden onjuist vindt als dat gebeurt met het oogmerk inkomsten ,,in de familiekring'' te houden. ,,Anderzijds is en blijft het de eigen verantwoordelijkheid van parlementariërs te bepalen wie zij als persoonlijk assistent aanstellen'', aldus Peper. Een aantal europarlementariërs heeft familieleden in dienst als persoonlijk medewerker. Onder hen zijn ook Nederlandse leden. Het Europees Parlement betaalt elk lid jaarlijks een assistentenvergoeding van een kwart miljoen gulden. Die kan desgewenst geheel aan het familielid worden uitbetaald.

Andere assistenten worden juist onderbetaald, zo is uit onderzoeken gebleken. Peper schrijft in de brief dat het nieuwe statuut waarborgen biedt voor een correcte afdracht van belastingen en premies.

Peper heeft overigens de wetswijziging die een einde moest maken aan het dubbele pensioen voor Nederlandse europarlementariërs ingetrokken. De wijziging is overbodig geworden nu de belastingdienst de bijdrage van het Europees Parlement aan het tweede (vrijwillige) pensioen als inkomen belast. De leden hebben aanslagen ontvangen en het gros heeft het pensioenfonds verlaten.

Het zal er om spannen of de lidstaten vóór de Europese verkiezingen van 10 juni een akkoord bereiken over het statuut, schrijft de minister. Zweden en Denemarken vinden het onjuist dat de europarlementariërs onder het gunstige Europese belastingregime gaan vallen, met een maximumheffing van 22,5 procent.

Het kabinet is wel voorstander van een Europese belasting, omdat de europarlementariërs volgens het nieuwe statuut ook eenzelfde Europees salaris (12.480 gulden per maand) ontvangen. Nu krijgen de leden nog een inkomen op basis van het salaris in de nationale parlementen. Voor Nederlandse leden is dat 10.376 gulden per maand, met een maximumheffing van 60 procent.

De lidstaten proberen op 26 april een akkoord over het statuut te bereiken. Lukt dat niet, dan blijven de bestaande (bekritiseerde) onkosten- en pensioenregelingen van kracht.