Brussel keurt technolease Philips goed

De Europese Commissie heeft op voorstel van commissaris Van Miert (mededinging) haar goedkeuring verleend aan de technolease-constructie, waarmee Philips zomer 1993 uit de financiële zorgen werd gehaald.

Van Miert deed ruim twee jaar onderzoek naar de constructie, waarbij Philips mogelijk illegale staatssteun zou hebben gekregen. Dankzij de constructie kon Philips in 1993 technische kennis voor 2,8 miljard gulden aan de Rabobank verkopen en weer terugleasen. Het bedrijf ontving hiervoor van de bank een directe betaling van 600 miljoen gulden. De Rabobank kreeg na druk op de politiek toestemming de aankoopsom van 2,8 miljard gulden over tien jaar van haar winst af te trekken.

De Algemene Rekenkamer oordeelde in 1996 kritisch over de constructie. De Rekenkamer meende dat er sprake was van staatssteun. De Rekenkamer baseerde zich op interne berekeningen van Financiën, waarin tegenvallers van honderden miljoenen werden voorspeld. Nadat Van Miert begin 1997 van dit oordeel vernam, begon hij een eigen onderzoek. Hij zei dat de Nederlandse staat ,,illegaal'' had gehandeld door de constructie niet aan te melden in Brussel voor een toets op de Europese staatssteunregels.

Van dit oordeel neemt Van Miert nu nadrukkelijk afstand. In het eindrapport van zijn onderzoekers wordt uiteengezet dat de technolease niet exclusief voor Philips openstond, zodat van discriminatie geen sprake was. Andere bedrijven wisten al sinds 1987 van eenzelfde constructie gebruik te maken, aldus de onderzoekers.

Ook zetten de onderzoekers uiteen dat de staat geen belastinginkomsten heeft gederfd door de Philips-technolease. Voorgerekend wordt dat Philips mede dankzij de constructie vanaf 1993 hogere winsten kon halen, waardoor de belastingafdrachten van het elektronicaconcern veel ruimer uitpakten dan verondersteld. Hierdoor wordt het fiscale voordeel van de Rabobank (eerder geprognosticeerd op ruim 1 miljard over tien jaar) gecompenseerd door meevallende belastingbetalingen van Philips. Effect is dat de staat over tien jaar 68 miljoen gulden meer belasting zal ontvangen dan de overheid zou hebben gekregen als de constructie niet was toegepast, aldus de onderzoekers van Van Miert.

Met dit resultaat volgt Van Miert de redenering die de ministers Zalm (Financien) en Wijers (Economische Zaken) in de vorige kabinetsperiode al hanteerden om de Rekenkamer te bekritiseren. Beide bewindslieden hebben altijd volgehouden dat van staatssteun geen sprake was en dat de overheid op termijn voordeel zou hebben van de constructie. De Tweede Kamer nam dit oordeel al in 1997 over.