Boeven vangen

De bruidegom in spe: ,,We hadden ons bruidspersoneel uitgenodigd voor een dagje Amsterdam. Het was zondag laat in de middag en we wilden naar huis. Mijn vriendin was met een paar anderen gaan lopen. Wij namen met zijn zessen lijn 2, bij het Rijksmuseum. Die reed net weg toen een meisje uit ons gezelschap, keihard gilde: `Stop! Ik word gezakkenrold'. We holden naar achteren, waar zij was ingestapt. Terwijl ze haar strippenkaart aan het afstempelen was, had een jongen haar portemonnee gepakt en die aan een andere jongen gegeven, die de tram weer was uitgeglipt. We gingen met zijn allen om die eerste jongen heen staan, en vroegen hem waarom hij dat gedaan had. Hij zei: `Ik ben geen dief, jij bent zelf een dief, dan had je maar beter op je spullen moeten letten'. Hoe we ook op hem inpraatten, er kwam niks uit. We waren inmiddels vlakbij de halte van het politiebureau, dus stelde ik hem voor uit te stappen en het daar verder uit te zoeken. Daar ging hij nota bene op in. Hij moet hebben gedacht dat we hem toch niets konden maken omdat hij dat beursje niet bij zich had en er dus niets te bewijzen viel.''

Miranda Veeneman, agent van politie, wijkpost Koninginneweg: ,,Het was een hele consternatie. Daar kwam ineens die troep binnen, met een jonge Marokkaan. We kenden hem als zakkenroller, maar hadden hem nooit kunnen betrappen. Hij had de grootste bek van allemaal en ontkende alles.''

Stella Joosten, Veenemans collega: ,,Een van de jongens vertelde dat hij had gezien hoe er tussen de twee daders oogcontact was geweest en dat degene die naar buiten was gesprongen, met zijn duim naar beneden had gewezen. Zo van: ik wacht hier op je.''

Daarop renden de twee agentes samen met de twee getuigen van het misdrijf naar buiten, sprongen in een politie-auto, scheurden over de Willemsparkweg naar de halte Paulus Potterstraat – en verdomd, daar stond de handlanger nog. Joosten: ,,Dat was een primeur voor ons. Die jongen gaf ons meteen de portemonnee, zonder dat we hem iets hadden gevraagd of hem op zijn rechten hadden kunnen wijzen. Op straat gevonden, zei hij. Alles zat er nog in.'' Ze sloegen hem in de boeien en reden terug naar de wijkpost; de hele zaak had nog geen twintig minuten geduurd.

Op het bureau, waar grote hilariteit heerste, werden er spiegeltesten gedaan en verklaringen afgelegd. De ene had gezien wie had gerold, de ander dat het beursje was doorgegeven. De overrompelde en beteuterde daders probeerden nog een halfhartig verhaal van een wildvreemde Marokkaanse jongen die hun de portemonnee zou hebben gegeven, maar namen al snel hun verlies. Binnenkort staan ze terecht.

Veeneman: ,,Aan alleen een verdachte heb je weinig. Het mooie voor ons was dat het meisje ook aangifte heeft gedaan. Geen aangifte, geen zaak.''

Joosten: ,,Het zakkenrolseizoen is weer begonnen. Wij zouden veel meer daders kunnen aanhouden als de passagiers ons zouden helpen. Als je altijd doet of je niets merkt, uit angst voor messentrekkerij, verandert er nooit iets. Ik begrijp wel dat mensen bang zijn, maar tegen een groep durven die zakkenrollers niet zo gauw op. Als je roept dat je iemand hebt zien zakkenrollen, sluit de conducteur alle deuren en is de politie gegarandeerd binnen tien minuten ter plekke. Er zijn overal in de stad politieposten.''

Een verklaring afleggen hoeft ook niet lang te duren. Het kan in concept, via de telefoon, de volgende dag. En de advocaat van de verdachte kent alleen achternamen van getuigen. Geen adressen, dus angst voor represailles hoeft er niet te zijn. Veeneman: ,,Er is bij ons een gouden regel: wij zijn afhankelijk van de klanten en niet omgekeerd.''

Joosten: ,,Je kunt het ook zo zeggen: de burgers zijn de ogen van de politie.''

De bruidegom: ,,Het was een bijzonder einde van een bijzondere dag.''