Zeventig jaar `modern antiek' op nieuwe beurs

Verzamelaars van art deco, art nouveau, Wiener Werkstätte en aanverwante stijlen uit de eerste helft van deze eeuw kunnen deze week hun hart ophalen in de Amsterdamse Beurs van Berlage. Voor het eerst wordt daar een internationale beurs gehouden die geheel is gewijd aan toegepaste en decoratieve kunst van 1880 tot 1950, een periode die zeer in trek is bij verzamelaars. De bedoeling is om, bij voldoende belangstelling, van The Amsterdam Arts & Design Fair een jaarlijks terugkerend evenement te maken. Het openingsweekeinde werd zeer goed bezocht, maar maandag was het wat stilletjes.

Men had geen passender omgeving kunnen bedenken dan de rond de eeuwwisseling gemaakte beurs met zijn kleurrijke decoraties in de stijl van de Nieuwe Kunst. Belicht door het glas-in-lood van Berlage staan meubels, sieraden, zilver, glas, porselein en aardewerk uitgestald in de stands van veertig handelaren uit acht landen. Sommigen komen met industriële ontwerpen, zoals het ingenieuze toastrekje uit 1880 en de ronde, goudkleurige bakelieten radio uit 1946 met rode knoppen bij Historical Design uit New York. Prijskaartjes zijn schaars, naar de meeste prijzen moet worden gevraagd.

Museale pronkstukken van de beurs zijn onder meer twee geometrische stoelen van de beroemde Amerikaanse bouwmeester Frank Lloyd Wright, meegebracht door twee deelnemers uit New York. Een ervan is een eikenhouten stoel met gele bekleding die Wright in 1921 ontwierp voor het Imperial Hotel in Tokio, de andere een bureaustoel van aluminium en rubber uit 1952. De Beurs van Berlage wijdt van 19 juni tot 12 september een expositie aan deze architect.

De organisatoren van de Arts & Design Fair hebben gekozen voor een strenge selectie. Net als op gerenommerde kunst- en antiekbeurzen als Tefaf of PAN gebruikelijk is, worden alle te koop aangeboden stukken door een commissie van experts gekeurd op authenticiteit, originaliteit en kwaliteit. Het resultaat is een fraai aanbod van zeventig jaar `modern antiek', waarin alle modernistische stijlen en stromingen uit de die periode te vinden zijn.

Uiteraard is de Amsterdamse School goed vertegenwoordigd. Mooie voorbeelden zijn te vinden bij Frans Leidelmeijer uit Amsterdam, die een dressoir (190.000 gulden) en met paars fluweel beklede stoelen aanbiedt van Michel de Klerk, een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Amsterdamse School. De eerste dagen is hier al onder meer een zwierig bronzen beeld van een danser verkocht, omstreeks 1920 gemaakt door Theo Vos.

Kierondino uit Groningen, die tot dusver `redelijk tevreden' is over het verloop van de beurs, heeft een opvallend brede vitrinekast en buffet uit 1925 van H.Th. Wijdeveld (1885-1987). Ze zijn uitgevoerd in rood-gevlamd coromandel-hout en zijn te koop voor respectievelijk 67.500 en 62.500 gulden. ,,De meeste architecten van de Amsterdamse School ontwierpen veel meubels, maar Wijdeveld niet. Hij is vooral bekend van zijn wijken in Amsterdam-West en van zijn theaterdecors. Deze kasten waren een vondst. Ik heb ze uit particulier bezit.''

Een vreemde eend in de bijt is de stand van Industrial Aesthetics, die de privé-collectie aanbiedt van de overleden architect Gerard Poolman, ontwerper van onder meer het Congresgebouw in Den Haag. Poolman verzamelde in Oost- en West-Europa duizenden industriële gietmallen van bijvoorbeeld putdeksels, lagers, of 5-cilinder-motoren. Ze variëren in prijs van enkele honderden tot 3500 gulden voor een grote mal van een railwissel. Ze gaan grif van de hand, onder meer Zwitserse en Amerikaanse galeries hebben zich al van ettelijke exemplaren meester gemaakt. Ze lijken met hun vrolijke rode, gele en blauwe kleuren op Cobra-kunst, maar passen desondanks precies in de periode die de beurs beslaat.

The Amsterdam Arts & Design Fair 1880-1950. Beurs van Berlage, Damrak 243, Amsterdam. T/m 25/4. T/m vrij 11-20u, zat. 11-18u, zo 11-17u. Tel. (071) 572 44 77.