Verkiezingen

Burgemeester Schorer van Renswoude betoogde op 15 april dat gemeenten, die de opkomst van het lokale electoraat bij de gemeenteraadsverkiezingen willen vergroten, burgers meer zouden moeten betrekken bij het bestuur van de gemeente. Over deze stellingname merk ik volgende op.

In Waalwijk heeft het gemeentebestuur de afgelopen jaren op verschillende wijzen getracht de burger meer bij het lokale bestuur te betrekken. Zo zijn er zogenaamde wijktafels ingesteld, waarbij de bestuurders letterlijk met grote regelmaat de wijk ingaan om met de burgers te praten over problemen in de wijk en het bekijken en bespreken van wensen die er leven om het woon- en leefklimaat in de buurt te vergroten. Hier zijn waar dat mogelijk en realiseerbaar was concrete maatregelen uit voortgekomen, zoals het aanbrengen van voorzieningen ter plaatse (speelvoorzieningen, meer straatverlichting). Tevens heeft de gemeente Waalwijk de burgers de mogelijkheid geboden mee te laten denken over het strategisch beleid voor de toekomst middels het maken van een toekomstvisie voor de gemeente. Kortom, op verschillende gebieden is getracht een co-productie te bewerkstelligen tussen de burgers en de gemeente waar het gaat om het meedenken en meepraten over concrete projecten. Deze pogingen om de burger meer bij de lokale besluitvorming te betrekken, hebben evenwel niet geleid tot een significant groter opkomstpercentage (iets meer dan 50 procent). Natuurlijk weten we achteraf nooit hoe de opkomst zou zijn geweest als de burger in het geheel geen mogelijkheid was geboden om mee te denken met de lokale bestuurders, maar om – zoals Schorer doet – zonder meer te stellen dat er een positieve relatie bestaat tussen de moeite die van gemeentewege wordt getroost om de burgers bij de lokale zaak te betrekken enerzijds en de opkomst bij de verkiezingen anderzijds lijkt mij niet te staven met empirische gegevens.