Uitvoerder van partijbevelen

Het was de vorige week overleden toenmalig premier van de DDR, die op 18 oktober 1989 tijdens een vergadering van het politburo van de communistische partij, de SED, zei: ,,Erich, het gaat niet meer. Je moet vertrekken.'' Het duurde nog een paar weken voordat partijleider Erich Honecker inzag dat Stoph gelijk had. Zelf stapte Stoph met zijn regering op 7 november op, een dag later gevolgd door het voltallige politburo. Weer een dag daarna ging de Muur open.

Hoewel hij nooit leider van de SED is geweest, was Willi Stoph – die in 1928 lid werd van de communistische jeugdvereniging en drie jaar later van de communistische partij – in allerlei functies betrokken bij de vormgeving van Oost-Duitsland. In het begin van de jaren vijftig werkte hij, ondermeer als minister van Binnenlandse Zaken, mee aan de opbouw van het economische model van de DDR. In 1956 werd hij de eerste minister van Defensie van de DDR en maakte hij een begin met de opbouw van de strijdkrachten, die hij in de jaren daarvoor als kasernierte Volkspolizei (volkspolitie in barakken) al had voorbereid. Een jaar later werd Stoph vice-premier en in 1964, na de dood van Otto Grotewohl, premier van de DDR.

Stoph leidde de onderhandelingen met West-Duitsland, nadat bondskanselier Willy Brandt in 1970 besloot tot een op ontspanning gerichte `Ostpolitik'. Brandt zag zich geconfronteerd met een man met ,,hardnekkig vastomlijnde ideeën''. Het in Erfurt gescandeerde Willi gold niet Stoph maar Brandt.

Na de dood van partijleider Walter Ulbricht in 1973 werd Stoph door diens opvolger, Erich Honecker, weggepromoveerd tot voorzitter van de Staatsraad (nominaal staatshoofd). Maar in 1976, toen de DDR economisch in grote problemen zat, keerde Stoph als premier terug. Ondanks zijn slechte relatie met Honecker behield hij het premierschap tot november '89: een solide uitvoerder van partijbevelen.

Het proces tegen Honecker, Stasi-leider Mielke en hemzelf in het begin van de jaren negentig – waarin in feite de DDR-geschiedenis in de beklaagdenbank zat – liep uit op een mislukking. Mielke werd gek verklaard en de beide anderen te ziek om veroordeeld te worden. Stoph's poging om de 385.000 mark terug te krijgen die in de nadagen van de DDR in beslag waren genomen, mislukte.