Spotten met zeemonsters en vaderlandse oorlogshelden

De Nederlandse taal is rijk aan beeldspraak die aan de scheepvaart werd ontleend. Ook tekenaars hebben veelvuldig naar maritieme voorbeelden teruggegrepen bij het maken van satirische of moraliserende prenten. Op de tentoonstelling Het Spotschip in Rotterdam valt vooral op hoezeer de Nederlandse makers van spotprenten zich in de afgelopen eeuwen steeds door dezelfde voorbeelden hebben laten inspireren. Op een prent van Adriaen van de Venne uit de eerste helft van de zeventiende eeuw komt het `Schip van Staat' reeds voor. Het beeld van de Nederlandse staat die door vliegende stormen en gevaarlijke stromingen naar een veilige haven geloodst moet worden door bekwame stuurlieden, bleek ook in volgende eeuwen een dankbaar motief. Een prent uit 1886 toont hoe de toenmalige regering `averij' had opgelopen. Johan Braakensiek liet in 1918 een Schip van Staat op golven van `regeeringsloosheid' varen. Opland varieerde in de jaren zeventig en tachtig in de Volkskrant nog regelmatig op hetzelfde idee; onder meer in een cartoon over de RSV-affaire. Op de tentoonstelling is plaats ingeruimd voor spreekwoorden, Bijbelse thema's (de Ark van Noach) en verhalen uit de klassieke oudheid. De monsters Scylla en Charybdis (uit de Odyssee) figureren onder meer in een verkiezingsaffiche van de Vrijzinnig Democratische Bond uit 1922 waarop een schip is afgebeeld dat tussen `Reactie' en `Revolutie' moet zien te laveren. Over de kwaliteiten van `het anarchisme als stuurman' maakte Albert Hahn zich in 1911 weinig illusies getuige een prent waar een schip op een klip is gelopen. Diezelfde Hahn trok een jaar later opmerkelijk fel van leer toen de Titanic in de Atlantische Oceaan was gezonken. Volgens Hahn was winstbejag de oorzaak van deze scheepsramp. `Beter menschenlevens dan ook maar één uur verloren' luidt de cynische tekst onder zijn prent voor De Notenkraker.

Scheepsmodellen en geluids- en videofragmenten vullen de tentoonstelling aan. Bij de meeste historische gebeurtenissen die ter sprake komen, worden ook oude documenten getoond. Veel aandacht is er voor de beruchte Vlootwet van 1923 waarbij het regeringsvoorstel om op onderwijs en uitkeringen te bezuinigen ten gunste van de opbouw van een grote oorlogsvloot met één stem door de Tweede Kamer werd verworpen. Een andere vrijwel vergeten episode uit de geschiedenis die uitvoerig aan bod komt, betreft de (neutrale) Nederlandse schepen die in de Eerste Wereldoorlog door Duitse onderzeeërs werden getorpedeerd. Piet van der Hem maakte voor de Nieuwe Amsterdammer een indrukwekkende prent van een wanstaltig Duits oorlogsmonster (voorzien van een keizerlijke kroon) dat bezig is het schip `Tubantia' naar de bodem van de zee te sleuren.

Nadat in 1933 een bloedig einde was gekomen aan de muiterij op het schip de Zeven Provinciën, maakten politieke tekenaars van de gelegenheid gebruik om terug te blikken op de tijden waarin admiraal Michiel Adriaensz. de Ruyter een gelijknamig schip had bevaren. Als zinnebeeld voor de Nederlandse welvaart in de Gouden Eeuw werd De Ruijter in latere tijden voor de meest uiteenlopende politieke karretjes gespannen. Zijn portret prijkt op een affiche dat jongemannen (`Toont u een waarachtig Nederlander') oproept zich aan te sluiten bij de Waffen SS en het `Bolsjewisme' te bestrijden. Op een poster van de antimilitaristische organisatie `Onkruit' uit 1980 staat De Ruijter in een heel andere context afgebeeld. Onder zijn portret staat de aanklacht: `Oorlogshelden krijgen standbeelden, anti-militaristen gevangenisstraf'.

Tentoonstelling: Het Spotschip, de maritieme beeldtaal van de politieke prent. Tot 13/6 in Maritiem Museum Prins Hendrik, Leuvehaven 1 Rotterdam. Di. t/m. za. 10-17 u., zon- en feestdagen: 11-17 u.