Shell gehinderd door veiligheidsproblemen

De activiteiten van de Koninklijke/ Shell Groep zijn vorig jaar – en worden nog steeds – ,,beïnvloed door onrust onder bevolkingsgroepen''. Veiligheidsincidenten hadden een ,,aanzienlijke invloed'' op de bedrijfsvoering in 25 landen. Gewapende beveiligingsmensen moesten in 23 landen worden ingezet, waarvan in vijf landen direct in dienst van Shell.

Dat vermeldt het tweede `Shell Report', waarin de oliemaatschappij zich verantwoordt voor het eigen handelen, toegespitst op milieubescherming, veiligheid, mensenrechten, sociale verbeteringen en bevordering van een duurzame ontwikkeling.

Onafhankelijke onderzoekers van KPMG en Price Waterhouse hebben vorig jaar opnieuw veel gegevens van het bedrijf geverifieerd. Ze werken nog aan een systeem van ijkpunten waarmee ze hun inzicht kunnen verbeteren en vergelijkingen kunnen maken om vast te stellen hoe de situatie zich ontwikkelt in de ruim 130 landen waar Shell actief is. Eigen onderzoek op locatie vermeldt het rapport niet.

In enkele opzichten is sprake van een sterke verbetering. Het aantal medewerkers dat werd ontslagen in verband met steekpenningen daalde van 23 in 1997 tot drie in 1998. Over drie andere medewerkers zal nog een beslissing worden genomen. Het aantal contracten voor uitbesteed werk dat moest worden opgezegd omdat niet werd voldaan aan de normen van Shell voor sociaal beleid, veiligheid, gezondheid en milieubescherming daalde van 95 tot 69.

Topman Mark Moody-Stuart zei vanochtend bij de presentatie van het rapport in Londen dat Shell ,,ondanks de sterke financiële druk'' van het moment (onder andere door de lage olieprijs) vasthoudt aan een strategie die winst oplevert en tegelijk bijdraagt aan het welzijn van de planeet en haar bewoners. ,,Wij zien geen alternatief'', aldus de voorzitter van de Groepsdirectie.

De basis voor economische en maatschappelijke welvaart is volgens Moody-Stuart een duurzame ontwikkeling, die voorziet in de behoeften van vandaag zonder toekomstige generaties tekort te doen. In dat kader draagt het bedrijf bij aan een verschuiving van de energievoorziening van fossiele brandstoffen (olie, kolen en aardgas) naar duurzame, onschadelijke bronnen, zoals waterstof.

Ten opzichte van 1990 heeft Shell vorig jaar een vermindering met 5 procent van zijn uitstoot van schadelijke broeikasgassen bereikt. Daarmee heeft het concern de internationale doelstellingen, die eind 1997 in Kyoto werden vastgelegd, al gehaald. Volgens de directie ligt Shell ,,op schema'' bij een verdere reductie met opnieuw 5 procent in het jaar 2002. Daartegenover staat dat het bedrijf vorig jaar 150 boetes voor in totaal bijna 7 miljoen dollar moest betalen wegens overtreding van wettelijke regels voor gezondheid, veiligheid en milieubescherming.

Vorig jaar hebben alle directievoorzitters van de 131 lokale Shell-bedrijven in de wereld gerapporteerd over naleving van de aangepaste beleidsprincipes van het concern. Uit één joint venture moest een lokale Shell-dochter zich terugtrekken omdat de partners niet voldeden aan de concernnormen. In welk land dat was wordt niet bekendgemaakt. Een op de vijf lokale Shell-directeuren zegt zich zorgen te maken over omkoping en corruptie in het land waar ze actief zijn.

Maatregelen zijn genomen om te waarborgen dat alle personeelsleden, aannemers, leveranciers en klanten op de hoogte zijn van de Shell-normen voor het zakendoen. Naleving van de normen wordt geregeld onderzocht. Voorbeelden van een goede uitvoering van de Shell-beleidsprincipes in `hun' landen werden door 39 directeuren genoemd.

Shell rapporteert inspanningen voor een dialoog met de lokale gemeenschappen waar het concern actief is, ook op het terrein van de mensenrechten, en voor de naleving van normen die door de Internationale Arbeidorganisatie (ILO) en de OESO zijn opgesteld. Bezorgd is het concern over de kinderarbeid, onder andere bij de oogst van suikerriet in Brazilië.

In Ogoniland, Nigeria, waar Shell zich enkele jaren geleden uit de oliewinning terugtrok toen de regering gewapende eenheden tegen de bevolking inzette, heeft dochtermaatschappij SPDC haar bijdragen aan de maatschappelijke ontwikkeling hervat. Projecten op het gebied van medische zorg, onderwijs en landbouw zijn weer opgepakt en het bedrijf heeft de elektriciteitsvoorziening in het gebied hersteld.

Onder voorzitterschap van de Nederlandse ex-minister Pieter Winsemius is met lokale en federale bestuursvertegenwoordigers en actiegroepen een discussie over milieubescherming en maatschappelijke verbeteringen gevoerd in de Nigeriaanse Delta, waar veel olie wordt gewonnen.