Rosenmöller wil snel meer hulp aan vluchtelingen

GroenLinks-leider Paul Rosenmöller is tijdens een vierdaags bezoek aan Macedonië en Albanië geschrokken van het gebrek aan daadkracht van de UNHCR. Hij dringt aan op maatregelen, ook van het Nederlandse kabinet.

Tweemaal heeft hij afgelopen zondag vanuit Albanië gebeld met staatssecretaris Cohen. Dat Nederland nu echt eens werk moet gaan maken van het toelaten van Kosovaarse vluchtelingen. Opgelucht stelt Paul Rosenmöller, de fractieleider van GroenLinks in de Tweede Kamer, vast dat het kabinet eindelijk bereid is vluchtelingen in Nederland op te nemen. ,,Ik heb echt stevig op Cohen ingepraat,'' zegt Rosenmöller. ,,Zondagavond wilde hij nog niets.''

Samen met fractiegenoot Farah Karimi heeft Rosenmöller de afgelopen vier dagen een bezoek gebracht aan Macedonië en Albanië. In de hoofdsteden Skopje en Tirana hebben ze gesprekken gevoerd met hulpverleners, parlementariërs en vertegenwoordigers van de regeringen. In Macedonië bezochten ze de grensplaats Blace en de vluchtelingenkampen bij Stenkovec en Brazde. ,,Vrijdagnacht zagen we hoe een groep vluchtelingen vlakbij de grens uit een trein kwam, het laatste stuk over het spoor lopend de grens overstak en vervolgens niet kon worden opgevangen bij gebrek aan tenten en ander materieel. Helaas zijn het inmiddels bekende televisiebeelden. Maar als je er zelf bijstaat, besef je helemaal hoe gruwelijk de gebeurtenissen in en om Kosovo zijn.''

Rosenmöller zegt geschrokken te zijn van ,,het gebrek aan daadkracht'' van UNHCR, de VN-vluchtelingenorganisatie. ,,De UNHCR heeft onvoldoende zwaargewichten die de rol van crisismanager kunnen vervullen,'' meent Rosenmöller. ,,Wat ze doen is steeds: too little en too late. Ze hebben absoluut assistentie nodig van militairen bij het opzetten van de noodhulp aan vluchtelingen, maar voortdurend maken ze verkeerde inschattingen bij het vragen van die hulp.''

Too little, too late. Rosenmöller herhaalt de kwalificatie diverse malen, ook als het gaat om het optreden van de Nederlandse regering bij het verlenen van humanitaire hulp. Het toelaten van Kosovaarse vluchtelingen is wat Rosenmöller betreft een eerste stap. Daarnaast verlangt hij ook een soepeler opstelling van Nederland bij het toestaan van `familiehereniging': ,,Diverse Kosovaren in Nederland zouden opvang willen bieden aan familieleden uit Kosovo. Die mogelijkheid moet ook veel krachtiger worden aangepakt.''

Nederland mag Albanië niet verwaarlozen bij de hulpverlening aan vluchtelingen, zo stelt Rosenmöller. Ten onrechte bestaat de indruk dat de problemen in Macedonië urgenter zouden zijn dan in Albanië. ,,Macedonië heeft onmiskenbaar een politiek probleem, door een wankele etnische balans. Maar in Albanië zijn de humanitaire problemen beduidend groter dan in Macedonië: veel meer vluchtelingen in een straatarm land, die bovendien nauwelijks bereikbaar zijn door de belabberde infrastructuur. Er moeten echt veel meer militairen naar Noord-Albanië om daar voorzieningen voor vluchtelingen te helpen opzetten.''

Rosenmöller en Karimi zijn tot nu toe de enige Nederlandse Kamerleden die zelf naar het oorlogsgebied zijn afgereisd. Een voorgenomen parlementair bezoek van de Vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken aan Albanië, Macedonië en Kosovo, dat eerst voor november vorig jaar op het programma stond en vervolgens voor half april, werd onlangs geschrapt. De Kamer wilde in deze crisis de collega-parlementariërs van de drie landen ,,niet voor de voeten lopen'', verklaart commissievoorzitter De Boer desgevraagd, ook niet in een aangepast programma waarin de Kamercommissie zich op de hoogte zou stellen van de nood ter plaatse.

Paul Rosenmöller onderstreept dat hij niemand voor de voeten heeft gelopen en dat hij juist veel politici en hulpverleners heeft gesproken die blij waren met zijn komst. Komend weekeinde houdt GroenLinks een extra partijraad over de Kosovocrisis. Binnen de partij heerst onvrede over de steun die de Kamerfractie heeft gegeven aan de NAVO-luchtacties. Paul Rosenmöller ziet, ook na zijn bezoek aan Albanië en Macedonië, geen aanleiding terug te komen op dit standpunt. ,,De luchtactie moet doorgaan,'' zegt hij, ,,maar tegelijkertijd moet de militair-humanitaire operatie veel en veel krachtiger worden aangepakt. Het is vreselijk, maar een andere keus is er niet.''