Mededingingswet waarborgt pluriforme media

De concentratie van Nederlandse media in slechts enkele grote bedrijven noopt niet tot nieuwe maatregelen. Volgens de Commissie Mediaconcentratie zijn er voldoende middelen om de pluriformiteit te bewaken.

Voor de politiek is het wel duidelijk: mediaconcentratie kan gevaarlijk zijn voor de pluriformiteit. Dat steeds meer media in handen komen van steeds grotere conglomeraten kan de diversiteit van het aanbod schaden. En dat is niet goed voor De Democratie.

Politici wijzen dan op Rupert Murdoch. Toen de Australische mediamagnaat de Britse kranten The Times en The Sun overnam, veranderden die dagbladen van politieke kleur. En als Murdoch sympathie krijgt voor Tony Blair, steunt The Sun plots weer de Labour-partij. En wat te denken van de manier waarop Silvio Berlusconi zijn televisiestations gebruikte voor zijn politieke campagne? En hoe zit het met grote mediabedrijven als Kirch of Bertelsmann, die ervoor kunnen zorgen dat het publiek misschien veel meer moet gaan betalen voor leuke films en sport op televisie?

Media-experts zijn echter verdeeld over de vraag of mediaconcentratie wel een nadelig effect heeft op de pluriformiteit. Als een noodlijdend krantje wordt overgenomen door een groot concern, kan het goedkoper werken en dus blijven bestaan. Voorbeeld: Het Parool. Als deze krant geen onderdeel zou zijn geweest van de Perscombinatie, zou ze wellicht al een tijd geleden op de fles zijn gegaan.

Omdat de politiek zich toch zorgen maakte over de voortschrijdende concentratie van de mediamarkt werd in juli vorig jaar de Commissie Mediaconcentraties in het leven geroepen. Die oordeelt nu dat extra maatregelen om de pluriformiteit van het aanbod te beschermen niet nodig zijn. Weliswaar is sprake van sterke concentratie,maar de marktwerking, de publieke omroep en de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) bieden voldoende garanties voor behoud van pluriformiteit.

,,De angst van de politiek dat mediaconcentratie ellende oplevert voor de pluriformiteit delen wij niet'', zegt de voorzitter van de commissie, J. Jessurun. ,,Wij hebben die schade niet kunnen aantonen en geloven dat er voldoende waarborgen zitten in de mededingingswet.''

De commissie kent veel gewicht toe aan de NMa. Ongewenste concentratie, misbruik van macht en kartelvorming zijn allemaal te bestrijden met de mededingingswet in de hand, vindt de commissie. Maar de NMa is een tamelijk nieuw orgaan (begin vorig jaar), de mediamarkt is complex en verandert in snel tempo en de mededingingswet is niet specifiek toegesneden op de media. Toch verwacht Jessurun dat de NMa haar rol als waakhond ,,zal kunnen waarmaken.'' Vandaar dat de commissie er niet voor kiest maxima te stellen aan de marktaandelen van mediabedrijven, zoals vaak is geoppererd als mogelijkheid. De NMa moet de gevolgen voor de diversiteit maar beoordelen als er klachten of fusieplannen liggen.

Ook voor de angst van overnames van Nederlandse mediabedrijven door buitenlandse conglomeraten – al zichtbaar bij commerciële televisie – verwijst de commissie naar NMa en Europese Commissie. Dat andere landen `hun' mediabedrijven proberen te beschermen was voor de commissie geen aanleiding soortgelijke maatregelen voor te stellen voor Nederland. ,,De NMa kan juist een voorbeeld nemen aan de manier waarop de Europese Commissie heeft opgetreden tegen machtsconcentraties in de media'', zegt Jessurun.

In gesprekken met de commissie gaven NMa en een andere toezichthouder, de Opta (telecommunicatie), aan dat de regelgeving over de kabel kan worden verbeterd. Ondanks de discussie over de dominante positie van de Amsterdamse kabelmaatschappij A2000 is dit advies niet overgenomen. ,,De wet biedt voldoende garanties'', stelt de commissie.