Kosovo 2

2 Met betrekking tot de oorlog in Kosovo, zijn de telefoontjes die binnenkomen bij de fracties en op de partijbureaus eerder instemmend dan afwijzend (NRC Handelsblad, 12 april). Instemming die getuigt van ons warme hart voor de mensenrechten, zoals blijkt uit een NIPO-enquête, uitgevoerd in opdracht van Trouw en de Stichting Maatschappij en Krijgsmacht. Het opinieonderzoek wijst immers uit dat 71 procent van de Nederlanders `schending van de mensenrechten in Kosovo' de belangrijkste reden acht voor militair ingrijpen!

Helaas is deze uitslag misleidend door tekortschietende vraagstelling, waardoor hij niet kan worden vertaald als `breed maatschappelijk draagvlak', zoals abusievelijk wel wordt gedaan. Op basis van mensenrechtenargumenten schieten de NAVO-acties simpelweg hun doel (naleving van de mensenrechten afdwingen) voorbij, alle ingenieuze precisiewapens en doorwrochte militaire strategieën ten spijt.

Op basis van diezelfde verheven mensenrechtenargumenten, maar met een diepgravender en omvattender vraagstelling moet echter wel volstrekte duidelijkheid kunnen ontstaan over onze visie op de NAVO-bombardementen. Vindt die meerderheid van 71 procent - met haar zwak voor de mensenrechten - ook dat oorlog een doelmatig en zinvol middel is voor de realisering van het alom onderschreven mensenrechtenideaal, ofwel de (wereld)vrede? Gelooft en denkt de geënquêteerde weldenkende meerderheid werkelijk dat de NAVO-bommen de weg plaveien naar de beoogde wereld die komende geslachten zal behoeden voor de gesel van de oorlog (Preambule Handvest VN), of gelooft en denkt zij dat daarvoor andere (zuiver politieke/geweldloze) wegen bewandeld moeten worden?

Een enquête over deze simpele, maar indringende vraag lijkt mij een uitgelezen taak voor het NIPO. Politiek Den Haag beschouw ik als de aangewezen opdrachtgever daarvoor, waarbij ik met name denk aan minister Van Aartsen als eerst verantwoordelijke voor het Nederlandse mensenrechtenbeleid.