IMF niet somber, wel onzeker

Komt het economisch herstel er volgend jaar echt? De rente in de VS kan omhoog, maar ook omlaag. Wat zullen internationale investeerders doen? Eigenlijk weet het IMF het niet zo precies.

Vorig jaar september heerste bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF) somberheid over de wereldeconomie. In de speciale (tussentijdse) World Economic Outlook van december veranderde daarin niet zo veel. Het valt niet mee de stemming in de jongste Outlook te typeren. De toonzetting is minder zwartgallig. Somber is het IMF niet meer, maar onzeker nog wel.

Nog altijd spreekt het IMF van ,,neerwaartse risico's'', maar op de financiële markten ziet het fonds een keer ten goede. Vorig najaar waren de particuliere kapitaalstromen opgedroogd na de crisis in Rusland en het bijna-failliet van een groot hedgefonds in de VS. Nu is het sentiment van investeerders over opkomende markten verbeterd. Ook de renteverlagingen in de VS en de eurozone werkten gunstig.

Het IMF blijft toch bezorgd over de fragiliteit van de financiële sectoren in opkomende landen, waaronder ook die in China. Bovendien hebben de crises in de opkomende markten – Azië en Brazilië – voor grotere onevenwichtigheden in de handel gezorgd. Deze kunnen volgens het IMF ,,destabiliserende bewegingen'' in wisselkoersen en protectionistische tendenzen versterken.

Een nieuwe tegenvaller was de crisis in Brazilië van januari, toen de real instortte door de massale kapitaalvlucht. Maar het IMF merkt tegelijkertijd op dat de situatie zich er heeft ,,gestabiliseerd'' sinds Brazilië via het IMF een miljardenpakket kreeg in ruil voor hervormingen.

Het IMF heeft verder ,,toenemende aanwijzingen'' dat Aziatische crisiseconomieën als Zuid-Korea en Thailand door het dal heen zijn. Alleen voor Indonesië wordt dit jaar nog economische krimp verwacht.

Maar een ommekeer voor de wereldeconomie als geheel valt volgens de World Economic Outlook in 1999 nog niet te verwachten. Daarvoor zijn de gevolgen van financiële crises nog te groot. Brazilië neemt de rest van Latijns Amerika in zijn val mee. In 2000 treedt volgens het IMF fors herstel op met 3,5 procent groei, omdat Latijns Amerika sinds de schuldencrisis van de jaren tachtig haar economische fundamenten sterk heeft verbeterd.

Komt er voor de wereldeconomie in 2000 een derde fase in de groeivertraging, na die van vorig jaar en dit jaar? Het IMF gaat er in zijn basisscenario niet vanuit en komt met een prognose van 3,4 procent groei van de wereldeconomie in 2000. Het IMF gaat er hierbij van uit dat financiële markten in de opkomende landen geleidelijk verder verbeteren, de snel groeiende Amerikaanse economie een zachte landing maakt, de Europese economie veerkracht toont in een ongunstige externe omgeving en de Japanse recessie in 1999 haar dieptepunt is gepasseerd. ,,Maar er is een duidelijke mogelijkheid dat zich een minder gunstig scenario ontwikkelt'', zo staat in het rapport.

Volgens het IMF vloeit een ,,belangrijk risico'' voort uit het feit dat de drie belangrijkste blokken, de VS, Europa en Japan al sinds het begin van dit decennium een niet synchroon groeipatroon vertonen. Net als door de eerdere financiële crises in Azië en Brazilië ontstaan hierdoor grote betalingsbalansonevenwichtigheden, die tot ,,destabiliserende'' bewegingen in wisselkoersen en protectionisme kunnen leiden.

Volgens de cijfers van het IMF namen Amerikaanse consumenten en investeerders vorig jaar zelfs bijna de helft van de groei in wereldvraag en wereldproductie voor hun rekening. Optimisme, lage inflatie, lage werkloosheid, lage rente, bloeiende aandelenmarkt en budgetsurplus waren belangrijke factoren. Er zijn volgens het IMF ,,veel redenen'' aan te nemen dat de Amerikaanse groei zal matigen. De krapte op de arbeidsmarkt beperkt immers de expansiemogelijkheden. En de hoge particuliere consumptie zal toch ook eens in overeenstemming moeten worden gebracht met het inkomen, ervan uitgaande dat de aandelenmarkt stabiliseert. Ondernemers zullen dan ook trager investeren, de oplopende lange rente helpt hierbij al een beetje.

Maar toch waarschuwt het IMF: ,,Een hardere landing kan niet worden uitgesloten, gegeven het gevaar van inflatiedruk en andere potentieel onhoudbare onevenwichtigheden. Daling van olieprijzen en andere grondstoffenprijzen verliezen waarschijnlijk momentum. En binnenlandse inflatie komt weer aan de oppervlakte, tenzij de groei vertraagt.''

Dan kan volgens het IMF een scenario in werking treden waarin de Federal Reserve de rente verhoogt. Een correctie op de aandelenmarkt is dan heel goed mogelijk, gezien het ,,hoge niveau'' van de aandelenprijzen. Zo'n correctie vertraagt abrupt de binnenlandse vraag.

Het IMF noemt de mogelijkheid van een harde landing van de Amerikaanse economie een ,,aanzienlijke uitdaging'' voor beleidsmakers in de VS en elders. Over een eventuele renteverhoging door de Fed zegt het IMF-rapport: ,,Vertraging in de rest van de wereld kan zo'n stap onwenselijk doen lijken, maar het laten voortbestaan van onevenwichtigheden in de Amerikaanse economie zou veel grotere risico's inhouden.'' Maar ook een Amerikaanse renteverlaging sluit het IMF niet uit om de zachte landing te helpen, wanneer de groei meer vertraagt dan voorspeld.

Het IMF noemt de recente renteverlaging van de Europese Centrale Bank ,,gepast''. De dalende trend van de werkloosheid in de eurolanden kan volgens het IMF tot staan komen door de groeivertraging dit jaar, waarmee tegelijk de noodzaak tot arbeidsmarkthervormingen opnieuw wordt onderstreept. Op middellange termijn kan in de eurozone vraagstimulering nodig zijn, om een dalende vraag in de VS te compenseren. Het IMF waarschuwt dat Duitsland, Frankrijk en Italië de Maastrichtnorm voor het overheidstekort dreigen te overschrijden, indien het voor 2000 voorspelde groeiherstel niet doorzet.

In Japan lijkt volgens het IMF sprake van een bescheiden herstel van vertrouwen bij bedrijfsleven en financiële markten. Bij het huidige overheidstekort van 10 procent komen volgens het IMF-rapport de grenzen voor fiscale stimulering in zicht. Het IMF pleit daarom voor grotere geldschepping door de Japanse centrale bank om de voor dit jaar verwachte economische krimp van 1,4 procent om te buigen. ,,De centrale bank moet de deflatoire druk tegengaan'', zo heet het in de World Economic Outlook.

Om de financiële markten te overtuigen zou een norm voor geldgroei moeten worden geformuleerd. De hervormingen van de banken, die sinds de luchtbeleconomie van de jaren tachtig onder slechte leningen gebukt gaan, gaan volgens het IMF nog niet ver genoeg. Ook blijft meer deregulering van de economie nodig.