Het `respectabele imago' van de Grijze Wolven

Bij de verkiezingen van zondag in Turkije heeft de Partij van Nationalistische Actie – de Grijze Wolven – een verrassend grote overwinning geboekt. Extremistisch stelt de partij zich vooral nog ten aanzien van de Koerdische kwestie op.

Met een gespeeld gebaar van wanhoop brengt Mehmet Gül, nieuw Turks parlementslid voor de extreem-rechtse Partij van Nationalistische Actie (MHP), de hand naar zijn hoofd. Was hij in zijn vurige betoog over de noodzaak om de inflatie te bestrijden, toch bijna het belangrijkste programmapunt van de MHP vergeten: het ophangen van de gevangen Koerdische separatistenleider Abdullah Öcalan. En het Koerdische probleem meer in het algemeen? ,,In een seconde opgelost'', zegt Gül met nadruk.

Er wordt uitbundig gelachen in het hoofdkwartier van de MHP in Istanbul. Want ook voor de `Grijze Wolven' zelf – wier gemiddelde leeftijd niet hoger dan achttien jaar lijkt te liggen – kwam de overwinning in de verkiezingen van zondag als een grote verrassing. De opiniepeilers gingen er van uit dat de MHP net boven de kiesdrempel van 10 procent zat, maar nu bijna alle stemmen zijn geteld, blijkt de partij meer dan 18 procent te hebben behaald. Volgens waarnemers profiteerde de MHP, die in haar campagne de geneugten van het Turk-zijn bezong en een harde aanpak van het Koerdische probleem propageerde, van de nationalistische euforie die zich meester heeft gemaakt van Turkije na de arrestatie van Öcalan in februari.

Vader van het ultra-nationalisme in Turkije was de in 1997 overleden Alparslan Türkes. In 1960 vervulde hij een centrale rol bij een militaire staatsgreep, de eerste in een serie van drie die Turkije in zijn moderne geschiedenis heeft gekend. Türkes, die vanaf 1965 het hoofd was van diverse ultra-nationalistische partijen, droomde van een groot rijk dat alle etnische Turken tot aan China zou moeten omvatten. Nog steeds is de MHP voorstander van de stichting van een ministerie van Turkse Zaken, dat de banden met de etnische broeders zou moeten aanhalen. Türkes' geliefde symbool was de wolf, naar het legendarische dier dat een Turks volk in Centraal-Azië vanuit slavernij naar de vrijheid voerde. De lijfwachten van Basbug (opperhoofd) Türkes plachten hem te begroeten door wolfsgehuil na te bootsen.

Grijze Wolven – bij veel oudere Turken roept de term angstige herinneringen op. In de jaren zeventig immers vochten de Wolven in de straten van Turkije een burgeroorlog uit met sympathisanten van extreem-linkse partijen. Daarbij kwamen naar schatting 5.000 mensen om het leven. Omdat de MHP graag een respectabele politieke partij wil zijn en de huidige partijleider Bahceli al te heethoofdige aanhangers de deur heeft gewezen, wil Gül die hele episode het liefst vergeten. ,,Wolven horen in het veld', zegt hij lachend, ,,als je ze opsluit in de stad weet je van te voren dat ze gaan knokken.''

Ook buiten Turkije lieten de Grijze Wolven van zich horen. In diverse Europese landen terroriseerden aanhangers van de beweging de Turkse immigranten-gemeenschappen. Politie-onderzoekers gaan er van uit dat de beweging nauwe banden had met de drugshandel in Europa, mede om zo de aankoop van wapens te kunnen financieren. In 1981 voerde een voormalige Wolf, Mehmet Ali Agca, een moordaanslag uit op de huidige paus, Johannes Paulus II, waarbij deze zwaar werd gewond.

In de jaren voor zijn dood deed Türkes zijn best om het extremistische imago van zijn beweging te verzachten. Enkele malen toonde hij zich zelfs voorstander van een bundeling van alle rechtse krachten in Turkije. Zijn opvolger Bahçeli heeft die verzoenende koers voortgezet. Volgens Bahçeli, een 51-jarige doctor in de economie, is de partij niet extreem-rechts maar gematigd-rechts.

Een van zijn eerste beslissingen als partijleider was dat MHP-leden geen spijkerbroeken meer mochten dragen, omdat dat afbreuk doet aan het `respectabele imago' van de partij. Na de verkiezingen van zondag lieten diverse kopstukken van de partij zelfs weten dat er eigenlijk weinig verschil was tussen de economische politiek van centrum-linkse DSP van premier Ecevit en die van de MHP.

Alleen op één punt heeft de MHP haar extremisme behouden: het Koerdische vraagstuk. Tijdens de verkiezingscampagne liet de partij steeds weer weten dat de PKK op geen enkele genade hoefde te rekenen. En het is juist die boodschap die bij een groot gedeelte van het Turkse electoraat is aangeslagen.

Volgens parlementslid Gül betekent dat echter helemaal niet dat de MHP tegen alle Koerden is. ,,In een land als Italië gooi je communisten en echte Italianen toch ook niet zomaar op een hoop?'' Want eigenlijk, vindt Gül, is het de PKK zelf die oorlog voert tegen de Koerden. ,,Wie gooien de bommen in steden als Sirnak? Dan zijn niet wij, maar dat is de PKK''. En dus is er geen Koerdisch probleem maar een PKK-probleem. En als dat is opgelost, wacht het grote Turkse volk een mooie toekomst, denkt Gül. En daar mogen ook Koerden aan deelhebben. ,,Wij kijken niet wie Koerd is en wie niet; onder ons dak is er voor iedereen plaats'', zegt hij met nadruk.