Giechelende en zwijgende intrede in Rijksdag

Berlijn, de stad die acht jaar geleden tot hoofdstad van het verenigde Duitsland werd gekozen, is na de opening van de Rijksdag weer het centrum van de Duitse politiek.

,,Voor ons Berlijners is een lang gekoesterde wens in vervulling gegaan.'' De Berlijnse burgemeester Eberhard Diepgen sprak uit het hart toen hij gisteren de parlementariërs in zijn stad verwelkomde bij de inwijding van de vernieuwde Rijksdag. Een `overwinning van de democratie', noemde hij de terugkeer in het historische gebouw van de parlementaire democratie. Diepgen verwoordde wat veel Bondsdagleden dachten. Eindelijk in Berlijn.

Het was een historische dag, daar waren alle aanwezigen zich van bewust. Maar het was opvallend hoe ingetogen, ernstig en zonder pathos de politici uit Bonn hun nieuwe, oude parlement in gebruik namen. De Junge Deutsche Philharmonie speelde Händel en de Fanfare for the common man van Copland. Buiten op de trappen van het gebouw herinnerde Bondsdagpresident Wolfgang Thierse eraan hoe - aan de vooravond van de val van de Muur - honderdduizenden in Oost-Duitsland de straten waren opgegaan voor vrijheid in een verenigd Duitsland. Wir sind das Volk en daarna Wir sind ein Volk. Deze woorden zijn werkelijkheid geworden, zei Thierse.

Met een plechtig gebaar kreeg hij van de bouwheer de sleutel van de Rijksdag overhandigd. De architect, Norman Foster, prees het parlementaire huis en genoot van de complimenten over de spectaculaire glazen koepel, die hij ,,radicaal en uniek'' noemde. Helmut Kohl, de oud-kanselier en architect van de eenwording, stond op de trappen achter zijn opvolger, in dezelfde houding en zwarte jas als op 3 oktober 1990 toen de twee Duitslanden officieel werden herenigd. Het was voor hem ,,een dag van grote vreugde'', zei hij later.

Twee prelaten zegenden het gebouw. Van het volkslied werd afgezien en vervolgens betraden de parlementariërs hun nieuwe onderkomen. Het leek een beetje op de eerste schooldag. Sommigen giechelden, anderen zwegen. Enkelen hadden tranen in de ogen, zei een parlementariër van de Groenen, die zichzelf ook op een `wel heel ceremonieel staatsgevoel' betrapte.

De parlementariërs uit Bonn waren er al te goed van doordrongen, dat zij zich begaven in een gebouw, dat de toppen en dalen van de Duitse geschiedenis had doorstaan. Op hun schouders rustte de verantwoordelijkheid de lessen uit het verleden in de harde dagelijkse werkelijkheid in praktijk te brengen. De oorlog in Kosovo, twee uur vliegen van Berlijn, spookte bij ieder door het achterhoofd.

,,De laatste weken hebben dramatisch duidelijk gemaakt, dat de rol van Duitsland in de wereld is veranderd'', hield bondskanselier Gerhard Schröder het parlement voor in zijn toespraak over de voltooiing van de Duitse eenwording. Want eenmaal in de plenaire vergaderzaal met blauwe stoelen ging het parlement meteen aan het werk, geholpen door het zonlicht uit de koepel, die alle politici meteen begeistert in hun hart sloten. Het was gelukt om niet alleen de democratie, maar ook iets van de `geest' uit Bonn naar de nieuwe hoofdstad te importeren.

Thierse wees erop dat de terugkeer van het parlement naar Berlijn en de oorlog in Kosovo een gemeenschappelijke oorzaak hebben: het einde van communisme. Hij waarschuwde voor een niet-inmengings-doctrine, zoals die destijds met de Brezjnev-doctrine had gegolden. ,,Lang genoeg hebben de DDR-burgers daaronder geleden.''

Schröder maakte de balans op van de Duitse eenwording. ,,Overwegend positief'', luidde zijn oordeel. In Oost-Duitsland zijn ,,indrukwekkende prestaties'' geleverd. Maar hij sloot zijn ogen niet voor de realiteit, die bijna dertig procent van de Oost-Duitsers werkloos heeft gemaakt. Ook de Mauer in den Köpfen ontkende hij niet. Het is vooral de kunst een gemeenschappelijke Duitse identiteit te ontwikkelen. De Kinderhymne van Bertolt Brecht (Und weil wir dies Land verbessern, Lieben und beschirmen wir's) kan daarbij helpen, zei Schröder.

Bewust sprak hij van Reichstag en de Berliner Republik ondanks de weifelaars én tegenstanders van beide namen. Uiteraard is continuïteit gewaarborgd. De democratie en het parlement zijn sterk en stabiel, onderstreepte Schröder. ,,De verhuizing van Bonn naar Berlijn is geen breuk met de naoorlogse geschiedenis. We gaan niet naar Berlijn, omdat we in Bonn op de klippen zijn gelopen. Juist de gelukte democratie in Bonn, de vaste verankering in Europa en in het atlantisch bondsgenootschap hebben de Berlijnse Republiek mogelijk gemaakt.''

De Berlijnse Republiek is `voorwaarts, in het midden van Europa'. In deze richting konden alle parlementariërs zich vinden. De aardappelsoep, Kölschbier en Duisburgse draaiorgelmuziek aan het eind van de dag waren een symbolische symbiose van Oost en West. Want het was aardappelsoep, zoals die door SPD-er Philipp Scheidemann op 9 november in 1918 net was besteld, toen hij bij de lunch in de Rijksdag werd weggeroepen om vanaf het balkon de Duitse republiek uit te roepen.