`Geef de rivier meer ruimte in uiterwaarden'

De rivier moet uit veiligheidsoverwegingen weer de ruimte krijgen. Hogere waterstanden in de Rijn moeten niet worden gekeerd met hogere dijken, maar met herinrichting van de uiterwaarden, zodat het hoogwater daar kan worden opgevangen.

Dat blijkt uit het rapport `Stand van zaken. Ruimte voor Rijntakken', dat de directie Oost-Nederland van Rijkswaterstaat gisteren heeft gepresenteerd.

Volgens Rijkswaterstaat kan er niet langer worden doorgegaan met het verzwaren van de dijken. ,,Als de dijken almaar hoger worden ten opzichte van het lage achterland, worden de gevolgen van overstroming groter. In sommige delen van het land is het technisch of ruimtelijk bijna onmogelijk om de dijken nog verder te versterken. Het is daarom nodig flexibel te kunnen inspelen op hogere rivierafvoeren'', zo staat in het rapport te lezen. De laatste serie dijkverzwaringen, die na het hoogwater van 1995 in gang werd gezet, gaat uit van een waterafvoer in de Rijn bij Lobith van 15.000 kubieke meter per seconde. Volgens Rijkswaterstaat is binnen enkele jaren een afvoer van 16.000 kubieke meter per seconde evenwel een reële optie. In dat geval is de waterstand twintig tot dertig centimeter hoger. Rijkswaterstaat gaat er zelfs van uit dat er `piekbelastingen' zullen optreden van 18.000 kubieke meter per seconde.

Doel van het rapport is om tegen het einde van dit jaar te komen tot een gezamenlijk advies van alle actoren over de mogelijkheden om hogere waterstanden op te vangen zonder daartoe de dijken te verhogen. De plannen zouden moeten uitgevoerd tot het jaar 2015. De eerste plannen zoals die nu zijn gepresenteerd, passen in het recente denken over de ruimte die aan rivieren moet worden gegeven.

Rijkswaterstaat gaat er daarom van uit dat de uiterwaarden op een groot aantal plaatsen langs Rijn, IJssel, Waal en Lek afgegraven kunnen worden. Dat zorgt voor bekkens waarin het hoogwater kan worden opgevangen. De afgraving zou ook grootschalige zandwinningsprojecten, zoals onder andere gepland bij Maasbommel, overbodig maken, meent Rijkswaterstaat. Wanneer de uiterwaarden worden afgegraven, levert dat enkele tientallen tot honderd miljoen kubieke meter zand op.

Voordat het afgraven kan beginnen, moeten er tussen de 16 en 39 `obstakels' worden verwijderd, zoals oude steenfabrieken, veerstoepen en recreatieterreinen. Rijkswaterstaat gaat er van uit dat ook enkele recent aangeplante ooibossen moeten verdwijnen. De uitvoering van de plannen kost tussen de vier en vijf miljard gulden. Het kabinet neemt medio volgend jaar een definitief besluit.