Financiële hulp kan veel beter en sneller met één druk op de knop

De sociale dienst in Amsterdam wil bestanden gaan koppelen om inwoners met een laag inkomen te kunnen geven waar zij recht op hebben.

Geen enkele inwoner van Amsterdam hoeft nog om financiële hulp te vragen, de sociale dienst komt het geld zelf brengen. Dat is het ideaal van de gemeentelijke sociale dienst van Amsterdam: door het koppelen van het eigen klantenbestand met dat van de Belastingdienst en het `huursubsidiebestand', zou elke uitkering die afhankelijk is van het inkomen overgemaakt moeten kunnen worden aan eenieder die er recht op heeft.

,,De plicht ligt bij ons'', meent S. Korevaar die het armoedebeleid van de stad coördineert. Haar collega die verantwoordelijk is voor de schuldhulpverlening, R.de Vos, valt haar bij: ,,Als wij als gemeente een financiële regeling hebben om mensen met een laag inkomen te hulp te schieten, dan moeten wij er ook voor zorgen dat iedereen die er recht op heeft, dat geld ook krijgt.'' `Regelingen', ofwel eenmalige uitkeringen, zijn er genoeg voor de Amsterdamse minima, net als trouwens in elke gemeente. Gaat de wasmachine of het kunstgebit kapot? Dan is er de bijzondere bijstand. Is een familielid van een dakloze overleden in een ver land? Dan is er het Fonds Bijzondere Noden voor het vliegticket. Heeft iemand met een laag inkomen te kampen met een extreem hoge huur? Het Woonlastenfonds biedt uitkomst. Moet een Amsterdammer rondkomen van een bijstandsuitkering? De gemeentelijke belastingen en heffingen worden kwijtgescholden. En leeft een gezin of een 65-plusser al vijf jaar met een minimuminkomen? Daar is de Amsterdamse Plusvoorziening van eenmalig 1.000 of 1.500 gulden. ,,Bepaald geen fooi. Voor de mensen is het hun dertiende maand'', aldus De Vos.

De meeste van deze zogenoemde inkomensafhankelijke regelingen zouden vrijwel automatisch kunnen worden overgemaakt op de rekening van de mensen die er recht op hebben. Hetzelfde geldt voor de huursubsidie. En dat is wat de Amsterdamse sociale dienst ook het liefst zou willen. De regelingen heten immers niet voor niets inkomensafhankelijk. Maar zonder gegevens over het inkomen kan er geen automatische toekenning volgen.

Een complicatie hierbij is dat een Nederlander het liefst zwijgt over zijn inkomen. De Registratiekamer, die waakt over de naleving van de privacy, laat meteen krachtig van zich horen zodra het koppelen van inkomensbestanden met andere computerbestanden aan de orde is.

Niettemin krijgt de sociale dienst alle medewerking van de Belastingdienst om het inkomen van Amsterdammers te achterhalen. ,,De Belastingdienst heeft veruit de beste en meest bruikbare gegevens'', aldus De Vos. ,,En we doen niets zonder de goedkeuring van de gemeentelijke Registratiekamer hier in Amsterdam'', voegt Korevaar daaraan toe. ,,Waarom zouden we niet positief mogen koppelen? Bij fraude koppelen we alles wat los en vast zit.''

Neem de Plusvoorziening waarvoor niet alleen een bepaald inkomen geldt, maar ook een minimumperiode van vijf jaar waarin dat minimuminkomen is genoten. ,,Als je dat wilt nagaan, kun je hele schoenendozen met financiële administratie gaan doorwerken'', legt Korevaar uit. ,,Als die administratie er tenminste is.'' Het gevonden alternatief spaart volgens haar miljoenen aan uitvoeringskosten uit: iemand die recht meent te hebben op de Plusvoorziening hoeft alleen zijn laatste belastingaanslag mee te brengen en de Belastingdienst gaat het inkomen in de vier voorgaande jaren na.

Voor de eigen klanten hoeft de gemeente niet eens aan te kloppen bij de belastingen. Uit het eigen bestand zijn zonder problemen de mensen te vissen die recht hebben op bijvoorbeeld de kwijtschelding van lokale belastingen en heffingen. Als er naast de bijstanduitkering geen andere inkomstenbronnen zijn, is de kwijtschelding met een druk op een toets geregeld. Er is een keerzijde, zegt Korevaar: ,,Mensen die geen klant bij de sociale dienst zijn, kunnen we moeilijk bereiken voor de kwijtschelding en de bijzondere bijstand.''

De sociale dienst claimt niet alleen dat er veel geld wordt uitgespaard in de uitvoering. Volgens schuldhulpcoördinator De Vos scheelt het ook veel werk bij het maatschappelijk werk. ,,Het hebben van schulden is niet primair een financieel probleem, maar een psycho-sociaal probleem'', meent De Vos. ,,Van hoog tot laag is het in balans brengen van inkomsten en uitgaven een kunst.''

Ondanks inkomensafhankelijke extra's verstaan steeds minder Amsterdammers die kunst. Grote boosdoeners zijn de eenvoudig toegankelijke klantenkaarten, waarmee niet alleen op krediet kan worden gekocht, maar waarbij ook zeer duidelijk wordt aangegeven hoe ver men zich nog in de schulden kan steken. ,,De impulsen zijn groot en talrijk'', verzucht De Vos.

Het hebben van schulden is volgens hem hét middel om klant bij de sociale dienst te blijven. Met een baan stijgt het inkomen en moet onmiddellijk meer schuld worden afgelost. Het enige voordeel dat de schuldenaar in Amsterdam dan nog heeft is, dat hij zich niet meer hoeft af te vragen of hij nog ergens een recht heeft op een inkomensafhankelijke uitkering. Dat denkwerk doet de sociale dienst voor hem.