Deeltijdvrees plaagt werkende man

In grote ondernemingen wil een op de drie mannen graag in deeltijd werken, zo blijkt uit onderzoek. Uit angst voor de reacties van bazen en collega's houden de meesten hun mond. ,,Indirect schaadt het natuurlijk wel de carrièremogelijkheden.''

Een dwingende noodzaak voor 32 uur heeft systeemanalist Mark Jellinek (37) niet. Geen kinderen, geen slechte gezondheid, geen hulpbehoevende ouders. Wel voelde hij `een behoefte'. Hij dacht: het zal wel moeilijk liggen. ,,Ik hield rekening met een precedentwerking: als mijn manager me een dag vrij geeft, willen mijn collega's dat ook.'' De behoefte werd sterker toen zijn werkgever, het informatietechnologie-bedrijf Origin, de mogelijkheid om in deeltijd te werken vorig jaar in de arbeidsvoorwaarden opnam.

Sinds november is Jellinek op woensdag vrij. Deze week gaat hij nieuwe ski's kopen. ,,Dat is een crime op zaterdag.'' Verder op het programma: naar de oefentherapeut voor zijn zwakke rug, hardlopen in de Amersfoortse bossen, een lamp ophangen in de badkamer. ,,Ik heb niet alleen een dag extra, mijn andere dagen zijn ook rustiger. Nooit meer rennen voor sluitingstijd.''

Van de 6.000 werknemers bij Origin werken er 700 in deeltijd, onder wie 287 mannen. Een jaar geleden telde het bedrijf nog 510 deeltijdwerkers. ,,Vijf jaar geleden was deeltijdwerk uit den boze'', zegt Human Resource manager Louis Alting van Origin. ,,Klanten willen ingehuurde analisten en programmeurs acht uur per dag, vijf dagen in de week zien. Mannen en deeltijd, dat gaat hier niet samen, dachten we. Maar de klanten blijken het helemaal niet erg te vinden als er op vrijdag een ander zit.''

Teus Verduijn, manager servicepractice bij Origin (ten minste 50 uur per week), ziet alleen maar nadelen aan de deeltijdregeling van zijn bedrijf. Vijf van zijn veertig medewerkers werken in deeltijd. ,,Hun bureaus staan voor de helft van de tijd leeg, terwijl alle faciliteiten 24 uur beschikbaar zijn.'' Er gaat veel tijd verloren, vindt hij, met het overdragen van taken. Gedoe met piepers die niet bereikbaar zijn, geschipper met vergaderdagen en wél klanten die klagen over twee halve koppen in plaats van een hele. ,,Ik probeer van harte mee te werken, maar indirect schaadt het natuurlijk wel de carrièremogelijkheden.''

In 1998 werkten 450.000 Nederlandse mannen in deeltijd - twaalf procent van het totaal aantal werkende mannen. Tegenover anderhalf miljoen parttime werkende vrouwen - 55 procent van het totaal aantal werkende vrouwen. De Nijmeegse bedrijfskundige Hilde van den Brandt deed in opdracht van de Vakcentrale voor Middelbaar en Hoger Personeel (MHP) een onderzoek naar deeltijdwerk in grote ondernemingen. Belangrijkste uitkomst: een op de drie mannen verlangt ernaar in deeltijd te werken, maar is bang dat die wens door collega's en leidinggevenden niet wordt geaccepteerd.

Van den Brandt is verrast over die deeltijdvrees. ,,De deeltijders die ik sprak zeiden: `Iedereen reageert zo jaloers'. Werkgevers zijn bang voor het hellend vlak en dus wordt vaak een argument verlangd. Kinderen zijn voor vrouwen wel, maar voor mannen geen doorslaggevende reden om thuis te blijven en een tekort aan vrije tijd al helemaal niet.''

De vrouw van Henri Popelier (55), werkzaam bij Philips, heeft een ernstig ongeluk gehad en zit in een rolstoel. Toen Popelier twee jaar geleden als hoofd personeelszaken een floating day wilde, vond de directeur van zijn afdeling dat niet verantwoord. Hij moest beschikbaar zijn voor de organisatie. Maar op de afdeling Management & Development vond hij een passende betrekking voor vier dagen. ,,Bij personeelszaken had ik nog een treetje kunnen stijgen. Dat zit er nu niet meer in.'' Als hij niet door overmacht was gedwongen om korter te werken, was het Popelier nooit gelukt een 32-urig dienstverband te krijgen. ,,Een deeltijdwens zonder noodzaak wordt hier beschouwd als een beperkte betrokkenheid bij het bedrijf. Helemaal in de hogere echelons.''

,,Je inzet wordt verdacht'', zegt psycholoog Vincent Duindam. ,,Er worden gewetensvragen gesteld: wat betekent het bedrijf eigenlijk voor je?'' Duindam ondervroeg 182 zorgvaders over het huis en het werk en kwam tot de conclusie dat driekwart van de vaders moet knokken voor deeltijdwerk. ,,In veel gevallen kiezen ze een vermoeiende positie. Ze spannen zich harder in dan hun voltijdscollega's om hun bestaan als zorgvader te rechtvaardigen. Maar ze gaan ook zorgvuldiger om met hun werktijd, hun nettotijd. Allemaal zeggen ze strakker te plannen dan in de tijd dat ze fulltime werkten.''

Werkgevers stemmen gemakkelijker in met vier dagen werken dan met drie en leidinggevende functies zijn in de praktijk beter in deeltijd te doen dan operationele functies of teamwerk. Het wettelijk recht op deeltijd bestaat nog niet, al ligt een wetsvoorstel hierover van staatssecretaris Verstand (Sociale Zaken) bij de Tweede Kamer. In 75 van de 125 cao's is een vorm van deeltijdrecht opgenomen, maar te vaak beslist de chef erover, vindt bedrijfskundige Van den Brandt. ,,Of een man in deeltijd kan werken, is afhankelijk van de bedrijfscultuur en die verschilt bij de meeste bedrijven en organisaties per afdeling en per leidinggevende. Bij de NS bijvoorbeeld – een hiërarchisch georganiseerd bedrijf – is de kans op parttimewerk volstrekt willekeurig. De technische afdeling blijkt het lastigst.''

Psycholoog Vincent Duindam is zelf dertig uur per week in dienst van de Universiteit Utrecht en past twee middagen op zijn twee dochters. Dat gaat net. Deeltijdwerk is formeel in de cao voor universitair personeel geregeld en toch is het niet gemakkelijk om korter te werken. Als hij jaarlijks niet genoeg Engelstalige artikelen in wetenschappelijke tijdschriften publiceert, loopt hij de kans zijn onderzoeksaanstelling te verliezen. Dan blijft zijn aanstelling beperkt tot een docentschap. ,,Als je minder dan 38 uur werkt, moet je offers brengen. Coördinatietaken, reizen: je moet een stapje terug doen of je wordt weggemanoeuvreerd.''