Bloedbad Racak was keerpunt Kosovo-crisis

Een jaar lang heeft Washington een oplossing gezocht voor de kwestie-Kosovo. Het was een jaar van politieke misrekeningen en vergeefse diplomatie.

De dag die later het keerpunt in de Kosovo-crisis zou blijken begon voor Madeleine Albright om half vijf 's morgens, toen haar wekkerradio aanfloepte met het nieuws. Het was zaterdag 16 januari, en de nieuwslezer meldde dat tientallen Kosovaren gedood waren bij een bloedbad in het plaatsje Racak.

Via de Oostenrijkse inlichtingendienst hadden de Amerikanen kort daarvoor al gehoord dat Joegoslavië voorbereidingen trof voor een groot voorjaarsoffensief in Kosovo, met de codenaam Operatie Hoefijzer. Na het nieuws over de slachting bij Racak belde Albright de nationaleveiligheidsadviseur, Samuel `Sandy' Berger op. ,,Het voorjaar'', zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, ,,is in Kosovo vroeg begonnen.''

Een dag eerder nog was het Albright niet gelukt om haar collega's in de Amerikaanse regering te overtuigen dat de VS en de NAVO in Kosovo moesten ingrijpen. Tijdens een bijeenkomst in de ondergrondse Situation Room van het Witte Huis had ze er tevergeefs voor gepleit om met militaire dreiging een akkoord af te dwingen tussen Servië, de belangrijkste republiek in Joegoslavië, en Kosovo.

Maar het drama in Racak gaf het Amerikaanse beleid een beslissende wending, die uiteindelijk zou leiden tot de luchtoorlog die de NAVO nu al bijna een maand tegen Joegoslavië voert. Albright had opeens geen moeite meer om de rest van het kabinet en de NAVO-bondgenoten mee te krijgen.

Dit blijkt uit recente artikelen in de Amerikaanse pers, waarin de maandenlange aanloop naar de oorlog is gereconstrueerd. Het bloedbad bij Racak, schreef The Washington Post zondag, ,,overtuigde de regering en haar NAVO-bondgenoten dat de pogingen om het etnische conflict in Kosovo onder controle te houden na zes jaar zo goed als mislukt waren''. Uit de stukken blijkt hoe Amerika in de oorlog verzeild raakte terwijl president Clinton afgeleid was door de affaire-Lewinsky en door de roep om zijn aftreden.

,,Kosovo zou ook een enorme uitdaging zijn geweest voor een president wiens overredingskracht en morele gezag niet beschadigd waren door een heel jaar seksschandaal en impeachment'', aldus The New York Times. Of Clinton de zaak-Kosovo anders had aangepakt als hij niet zelf zo diep in de problemen had gezeten is volgens de krant niet te zeggen. ,,Maar het is wel duidelijk dat zijn problemen zijn manoeuvreerruimte beperkten.''

De eerste stap op weg naar de huidige luchtoorlog van de NAVO werd gezet door de regering van Clintons voorganger, George Bush. Eind 1992 waarschuwde de regering-Bush de Servische leider Miloševic al dat de Verenigde Staten bereid waren tot militaire actie, als de Serviërs een conflict in Kosovo zouden veroorzaken. De regering-Clinton herhaalde die waarschuwing kort na haar aantreden in 1993, en later nog eens. Maar in de loop der jaren bleek dat Miloševic zich van dat dreigement niet veel hoefde aan te trekken.

Begin 1998 beleefde Kosovo een grote uitbarsting van geweld, toen de Serviërs bloedige vergeldingsacties uitvoerden voor aanslagen van de rebellen van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK tegen politie-agenten. Maar in Washington had men andere zaken aan het hoofd. De aandacht van de president en zijn medewerkers werd opgeslokt door het Lewinsky-schandaal. Zijn adviseurs richtten zich op de presidentiële bezoeken aan China en Afrika en de economische crisis in Rusland.

Amerikaanse pogingen om een diplomatieke oplossing voor Kosovo te vinden, gingen ondertussen gepaard met harde, dreigende taal. ,,Dit is het moment om het moorden een halt toe te roepen'', zei Albright bijvoorbeeld in maart 1998. ,,En de manier waarop we dat kunnen doen is door onmiddellijk actie te ondernemen tegen het bewind in Belgrado.''

Maar de Amerikaanse regering besloot al snel om geen militaire acties op eigen houtje uit te voeren. Alleen in overleg met de NAVO-bondgenoten wilde Washington eventueel iets tegen Joegoslavië ondernemen. En dat betekende dat alle beslissingen over militair ingrijpen genomen moesten worden in overleg met alle zestien (later negentien) lidstaten. Toen Clintons speciale gezant Robert Gelbard in mei voorstelde om over te gaan tot het bombarderen van Servische doelen (hij had al enkele doelen uitgezocht), kwam dat plan zelfs niet verder dan het kabinet.

In juni leek de strategie van dreigementen te werken. De NAVO stelde plannen voor militaire actie op, en Miloševic beloofde concessies. Maar in de zomer laaide het geweld al weer op. En voor Washington kwam dat, gezien de verwikkelingen in de affaire-Lewinsky, slechter uit dan ooit. Serieuze plannen om een grote Balkan-oorlog nog af te wenden werden in de Amerikaanse hoofdstad nauwelijks opgemerkt.

Alexander Vershbow bijvoorbeeld, vertegenwoordiger van de VS bij de NAVO, stelde voor dat de NAVO samen met Rusland een politiek akkoord zou opstellen, waarbij Kosovo een internationaal protectoraat moest worden. Zo'n 30.000 grondtroepen zouden een dergelijk akkoord moeten garanderen, 60.000 troepen als Belgrado het plan verwierp. ,,Vroeger of later zal het vraagstuk van grondtroepen toch wel aan de orde komen'', schreef Vershbow.

Maar zijn plan bereikte Washington op 7 augustus, de dag waarop twee krachtige bommen ontploften bij Amerikaanse ambassades in Oost-Afrika. President Clinton bereidde zich voor op zijn belangrijke verhoor door onafhankelijke aanklager Kenneth Starr. En het voorstel van Vershbow belandde in een la.

Terwijl de ernst van de crisis in Kosovo toenam, groeide in het Congres en de Amerikaanse media de verdenking dat president Clinton zich bij militaire beslissingen liet leiden door het verlangen om de aandacht af te leiden van zijn schandaal. Na de bombardementen op Afghanistan en Soedan, vergelding voor de aanslagen op de ambassades in Afrika, verwezen velen naar de film Wag the Dog, waarin een president een seksschandaal overleeft door een gefingeerde oorlog te beginnen in... Albanië. De film trekt overigens op dit moment volle zalen in Belgrado.

Clinton hoopte en geloofde nog lang dat de NAVO niet zou hoeven bombarderen. Het gammele akkoord dat zijn gezant Richard Holbrooke in oktober met Miloševic overeenkwam, was volgens Clinton de basis van een langdurige vrede. Zelfs na de dramatische mislukking van het vredesoverleg op het Franse kasteel Rambouillet gaf hij de hoop niet op. Toen hij begin maart de nieuwe Italiaanse premier D'Alema op het Witte Huis ontving, vertelde hij hem dat Miloševic op bijna alle punten overstag was.

Maar D'Alema vroeg wat er zou gebeuren als Miloševic toch niet zou inbinden, en vervolgens ook na bombardementen van de NAVO nog voet bij stuk hield. Clinton zei niets, maar keek voor een antwoord naar zijn Veiligheidsadviseur Sandy Berger. Berger zou alleen hebben gezegd: dan blijft de NAVO bombarderen.

D'Alema voorspelde zijn Amerikaanse gastheer dat honderdduizenden vluchtelingen Albanië zouden binnenstromen. Niettemin zijn de Verenigde Staten volkomen verrast door de omvang van de vluchtelingenstroom die sinds de bombardementen op gang is gekomen. Clinton heeft van zijn adviseurs en inlichtingendienst heel uiteenlopende en veelal vage voorspellingen over de situatie in Kosovo gekregen. De CIA schreef nu eens dat Miloševic waarschijnlijk snel na het begin van de luchtaanvallen zou inbinden (,,Miloševic wil geen oorlog voeren die hij niet kan winnen''), dan weer dat hij de bombardementen wel eens zou kunnen uitzitten. Dat Miloševic erop uit was om alle Albanezen uit Kosovo te verdrijven, heeft de Amerikanen verrast, ondanks de andere gevallen van grootschalige `etnische zuivering' van de afgelopen jaren op de Balkan.

In de nacht van 25 maart was de tijd van dreigen en onderhandelen voorbij. De eerste bommen van het NAVO-offensief daalden neer op Joegoslavië. President Clinton had het begin van de operatie nauw gevolgd en hij had gebeld met de leiders van verschillende NAVO-landen. Hij was om half één nog klaar wakker, aldus The New York Times, en besloot nog even te bellen met zijn minister van Buitenlandse Zaken. Hij belde haar wakker. ,,Wat we doen is goed'', verzekerde de president haar. ,,Zo denk ik er ook over'', antwoordde Albright. ,,Niemand moet ooit denken dat we niet heel goed weten wat we doen.''