Athene

München is een ideale stad om te fietsen. Overal zijn de laatste jaren door een ongetwijfeld progressieve wethouder fietsroutes aangelegd, en daarover wordt nu door een minderheid van de bevolking gedreven gefietst, op professionele fietsen natuurlijk, in adembenemende vaart.

Ik klungel maar wat. Mijn fiets hangt achter op het loodgietersbusje waarmee ik me sinds kort door Europa beweeg, een klein geval waarin je koffie kunt zetten, een stukje kunt tikken en zelfs kunt slapen. En nu fiets ik voor het eerst door het `Athene aan de Isar', de culturele lusthof van de Beierse Ludwigs en Luitpolds. Ik fiets langs pastelkleurige pleinen, langs pseudo-Romeinse theaters en strenge negentiende-eeuwse straten.

Kijk eens, daar is nog altijd Hotel Bayerischer Hof, waar de jonge kroegredenaar Hitler van mevrouw Bechstein – ja, van de piano's – met mes en vork leerde eten. Hoe kon uitgerekend deze losse, culturele stad de broedplaats worden van de nazi's? Hier ligt een sleutel. Hier werd Hitler uit zijn isolement gehaald en in de hogere kringen geïntroduceerd als redder tegen rood. Hier bleek het `Athene aan de Isar' toch meer theater dan werkelijkheid.

Eigenlijk is de hal van de universiteit typerend: een namaak Pantheon met twee nepperige beelden van de vorsten Ludwig en Luitpold, verkleed als Romeinse consuls. Maar tegelijkertijd is dit ook de plaats waar de studenten Hans en Sophie Scholl midden in de oorlog hun anti-Hitlerpamfletten naar beneden lieten regenen, een driestheid die ze met de dood bekochten. Ook dit is Athene, ook dit is München aan de Isar.