Tito is leermeester van Miloševic

De NAVO-planners hebben volgens The Wall Street Journal Amerikaanse militaire tekstboeken uit de jaren zestig opgediept om de lessen van Tito's militaire strategie te bestuderen.

Waarom heeft 's werelds machtigste militaire bondgenootschap weken nodig om een klein land als Joegoslavië op de knieën te dwingen? Waarom kunnen de NAVO-piloten vanaf vijf kilometer hoogte een flessendop raken – maar moet die NAVO steeds weer toegeven er na drie weken van bombarderen nog lang niet te zijn?

Voor een deel ligt het antwoord bij de architect van het Joegoslavië dat sinds 1991 niet meer bestaat: Josip Broz Tito. Hij heeft zijn land voorzien van een defensiestrategie die afstand nam van het axioma dat 's lands verdediging de taak is van het staande leger.

Die les trok Tito in de Tweede Wereldoorlog. In april 1941 viel Duitsland Joegoslavië aan. De Duitsers bombardeerden Belgrado (24.000 doden, plus de duizenden die nooit zijn teruggevonden) en het Joegoslavische leger werd al na luttele dagen verslagen. De strijd werd voortgezet door partizanen, die nooit werden verslagen. Integendeel: uiteindelijk bleek Tito's ultra-mobiele raffelleger zelfs in staat Joegoslavië zonder andere dan materiële hulp van de geallieerden hun eigen land te bevrijden. De les: tegen een oppermachtige vijand brengt in een bergachtig en dichtbebost land als Joegoslavië een staand leger weinig in, maar een guerrilla des te meer.

Na de oorlog ontwikkelde Tito in zijn blokvrije Joegoslavië op basis van die les een eigen defensiestrategie, die berustte op twee componenten: het staande leger en de territoriale defensie. Dit systeem werd in de jaren zestig, en vooral na de Sovjet-inval in Tsjechoslowakije in 1968, geperfectioneerd (en overigens overgenomen door het Roemenië van Nicolae Ceausescu). Na een aanval van een oppermachtige vijand en de onvermijdelijke nederlaag van het staande leger zou de partizanenstrijd moeten ontbranden, vanuit de bevolking. Er werd een systeem opgezet om die bevolking daartoe in staat te stellen: alle volwassenen kregen periodiek militaire training. Iedereen wist wat hem of haar na een invasie te doen stond. Tot in de verste uithoeken van het land werden geheime wapendepots ingericht. In tegenstelling tot het federale leger, dat onder centraal commando in Belgrado stond, werd de Territoriale Defensie (TD), de potentiële volksmilitie dan wel partizanenmacht, op het niveau van het dorp, de stad, het district, de regio en de deelrepubliek opgezet.

In 1990 en 1991, toen het oude Joegoslavië uiteenviel, leidde dit dubbele defensiesysteem overigens tot grote problemen, omdat het federale leger – op de hand van de Serviërs – wilde voorkomen dat in deelrepublieken die zich dreigden af te scheiden, Slovenië en Kroatië, de TD (gecommandeerd door de zogenaamde `separatisten') zich meester zou maken van de wapens van de TD en de TD zou worden omgevormd tot een eigen nationaal leger. De tiendaagse Mickey Mouse-oorlog tussen het federale leger en de Slovenen ging in 1991 niet alleen om Joegoslavië's buitengrenzen, maar ook om de wapens van de Sloveense TD.

Het dubbele defensiesysteem had meer consequenties. Tito vestigde wapen- en brandstofopslagplaatsen, luchtdoelgeschut en wapenfabrieken op de meest onherbergzame en de minst toegankelijke plekken in zijn land: diep verborgen in de bergen van Servië, Montenegro, Bosnië en de Krajina. De hardware werd gedecentraliseerd. Vliegtuigen werden gestationeerd in hangars die in de bergen waren uitgehouwen, in natuurlijke grotten, in atoomvrije schuilkelders of in onopvallende hangars bij snelwegen, die konden worden afgesloten en als start- en landingsbaan dienst konden doen. Tanks en zwaar geschut werden op soortgelijke wijze verborgen, tot in bunkers in woonwijken toe. Veel grote fabrieken kregen een geheime militaire afdeling, zoals de Zastava-fabrieken in Kragujevac (herhaaldelijk door de NAVO gebombardeerd) waar auto's maar ook machinegeweren en ander militair materiaal werden gemaakt.

Miloševic, zo schreef vorige week The Wall Street Journal op basis van gesprekken met Westerse defensiedeskundigen, maakt volop gebruik van de defensiehandboeken van Tito. Het uitgangspunt van Tito is de vijand nooit te weerstaan op zijn eigen niveau: de NAVO-campagne is dan ook nooit uitgelopen op grote luchtgevechten tussen NAVO-toestellen en Joegoslavische MiGs en het Joegoslavische luchtdoelgeschut is nauwelijks ingezet. De hardware is verstopt, om de NAVO onzeker te maken en haar tot een zeer lange campagne te dwingen, uit te putten en wellicht intern te verdelen. Zo heeft de NAVO in de eerste weken van de campagne veel minder vernietigd dan ze had verwacht, gehoopt en aangekondigd.

Tevens hebben de Serviërs hun aanvallers in het ongewisse gelaten en van tijd tot tijd verrast met wisselende acties waartegen zonder grondtroepen weinig te doen is, zoals de uitdrijving van honderdduizenden Kosovaren of de periodieke beschietingen van de buurlanden, acties die de NAVO én die buurlanden handenvol werk bezorgen en de buurlanden in hoge mate destabiliseren. Geen wonder dat, zoals The Wall Street Journal stelt, de planners bij de NAVO de Amerikaanse tekstboeken uit de jaren zestig weer te voorschijn hebben gehaald, waarin Tito's concepten staan opgetekend.