Raad voor Cultuur pleit voor diversiteit

Cultuurbeleid moet zich meer richten op het bereiken van jongeren, ouderen en allochtonen. Dat bepleit de Raad voor Cultuur in zijn Vooradvies aan staatssecretaris Van der Ploeg.

Jongeren, ouderen en allochtone Nederlanders maken te weinig gebruik van gesubsidieerde culturele voorzieningen, aldus de Raad. Het cultuurbeleid moet meer worden toegesneden op deze publieksgroepen. Vraag en aanbod moeten beter op elkaar worden afgestemd. Om dat te bereiken moet er een aparte instelling komen die culturele diversiteit stimuleert. Gezien de toename van cultuur die traditionele scheidslijnen negeert, moet er bij de subsidiëring worden gekeken naar functies in plaats van instellingen. Aldus de Raad voor Cultuur, advieslichaam van de regering, in zijn Vooradvies Cultuur voor Culturen. Het advies is een eerste aanzet voor de Cultuurnota 2001-2004.

De Raad noemt vier gewenste ontwikkelingen voor het cultuurbeleid: stimuleren van culturele diversiteit en internationalisering, tegenwicht bieden aan economisering van de samenleving en het toegankelijk maken van informatie- en communicatietechnologie. Met internationaal cultuurbeleid als prioriteit keert de Raad zich tegen Van der Ploeg. Ook de waarschuwing voor een te economische benadering van cultuur kan worden opgevat als directe reactie op diens ideeën. De Raad draait het om: cultuur kan richtinggevend zijn bij bijvoorbeeld ruimtelijke ordening of mediabeleid.

Twee concrete voorstellen doet de Raad. Aangezien bestaande kanalen en instellingen er onvoldoende in slagen om allochtoon publiek te bereiken, moet er een aparte voorziening komen die een `makelaarsfunctie' tussen vraag en aanbod moet gaan vervullen. T.Brandenbarg, algemeen secretaris van de Raad voor Cultuur: ,,Met adviseurs uit allochtone kring moet zo'n voorziening, noem het een stimuleringsfonds, de instellingen gaan helpen, wellicht door toneelgezelschappen te suggereren om op andere plaatsen dan de schouwburg te gaan spelen.'' Brandenbarg is niet bang dat de politiek een nieuw `loket' meteen zal afwijzen: ,,Ook de leden van de vaste Kamercommissie Cultuur vinden dat er nu wat moet gebeuren, de tijd van mooie woorden is voorbij.''

Een tweede voorstel betreft een flexibeler manier voor beoordeling en subsidiëring van culturele instellingen, de zogenoemde `functiebenadering'. Aan de hand van een door de Raad opgestelde lijst met functies moeten instellingen zelf aangeven waar hun prioriteiten liggen, bijvoorbeeld bij opleiding, ontwikkeling of produktie. Brandenbarg: ,,Voorkomen moet worden dat instellingen dankzij hun subsidie gaan vastroesten. Het is zeker niet bedoeld voor de komende Cultuurnota, ons voorstel is dat de sector film er eerst mee gaat experimenteren en dat het misschien voor de volgende ronde wordt ingevoerd.''