,,OPEN EN EERLIJK''

zouden de verkiezingen in Algerije zijn, hadden de machthebbers beloofd. Wie hen niet geloofde – en voorspelde dat het opnieuw één grote poppenkast zou worden, heeft gelijk gekregen. De kandidaat van de machthebbers, Abdelaziz Bouteflika, werd president met behulp van grootschalige verkiezingsfraude. Alleen al het opkomstcijfer was een lachertje: bijna 61 procent volgens de overheid, minder dan 25 procent volgens journalisten, diplomaten en (onder vier ogen) diverse hoge ambtenaren.

Nu is verkiezingsbedrog niets bijzonders voor Algerije. Sinds de door het radicaal-islamitische FIS gewonnen en door de machthebbers geannuleerde verkiezingen van 1991 werd het volk vijfmaal door de overheid `naar zijn mening gevraagd' en waren de uitslagen elke keer voorgekookt. Ditmaal echter was de verwachting dat er misschien toch iets was veranderd. Want er zijn nog wel bloedbaden, maar op veel kleinere schaal dan vorig jaar. En van hogerhand vond men het noodzakelijk, al was het maar om sociale en economische redenen, dat het volk meer vertrouwen zou krijgen in zijn bestuurders. Dus kregen de Algerijnse kiezers voor het eerst in de geschiedenis van hun land geen (ex-)generaal als kant-en-klare president voorgeschoteld, maar konden zij kiezen tussen zeven, zeer verschillende burgerpolitici. Toen zes van hen (onder wie nota bene een oud-premier, die tot voor kort een naaste adviseur was van aftredend president Zéroual) eensgezind zich terugtrokken omdat de machthebbers voor de zoveelste maal vals speelden, was het gedaan met de legitimiteit van de nieuwe president.

TWINTIG JAAR LANG wachtte deze vroegere protégé van de dictatoriale president Boumedienne in de schaduw van de politiek op zijn kans, overtuigd dat hij het meest geschikt was om het werk van zijn vereerde leermeester voort te zetten. Hij beloofde zijn toekomstige onderdanen dat zij opnieuw trots op zichzelf zouden kunnen zijn. Onder zijn leiding zou een met zichzelf verzoend Algerije wederom ,,in de vier windstreken van deze planeet worden geëerd''. Toen hij donderdag zijn stem uitbracht, was hij bijna in tranen. Weliswaar riep hij stoer dat als de Algerijnen hem niet massaal kozen, zij, wat hem betrof, ,,opnieuw in hun middelmatigheid kunnen terugvallen''. Maar dat was bluf. Want hij wist toen al dat zijn verkiezingszege, die de volgende dag bekend zou worden gemaakt, op bedrog en op minachting voor de kiezers berustte. Hij wist ook dat hij daarmee de gevangene was geworden van een paar machthebbers achter de schermen, die híj juist had gedacht te kunnen omzeilen.

De officiële uitslagen tonen aan welke koers president Bouteflika op bevel van zijn `opdrachtgevers' moet inslaan. De twee kandidaten die écht van het radicaal-islamitische FIS houden, kregen veel meer stemmen toebedeeld dan de anderen. Oud-minister Ahmed Taleb Ibrahimi, die openlijk door het FIS werd gesteund, kreeg 12,5 procent van de stemmen, de relatief onbekende Abdallah Jaballah kreeg bijna vier procent. De zeer bekende ex-premier Mouloud Hamrouche daarentegen, die met de economische liberalisering was begonnen, kreeg slechts drie procent.

DE OPPOSITIE LACHT alleen maar om deze bizarre resultaten. De Amerikaanse regering, die de afgelopen twee jaar een opzienbarende vrijage met de Algerijnse overheid was aangegaan, getuigde openlijk van haar ,,teleurstelling'', en zei ,,te betreuren dat de autoriteiten in Algiers geen internationale waarnemers hebben toegestaan''. Ook de Franse regering beleed, zij het in voorzichtiger bewoordingen, haar ongeloof en onbehagen. Als naast de binnenlandse oppositie ook de twee landen waarvan Algerije politiek en economisch het meest afhankelijk is, openlijk zo veel scepsis tonen, is er iets ernstigs aan de hand. Bouteflika, die zich had gepresenteerd als de `kandidaat van de consensus', is niet, zoals hij verkondigde, `de president van alle Algerijnen' geworden, maar de president van de verdeeldheid. Daardoor begint hij zijn ambt als een hinkepoot.

Dat voorspelt niet veel goeds voor de politieke stabiliteit in Algerije en is economisch des te problematischer omdat Algerije door de gigantische werkloosheid (één op de drie Algerijnen heeft geen baan) en door de sterk gedaalde olieprijzen opnieuw met zijn crediteuren en het IMF zal moeten onderhandelen om zich op de been te kunnen houden. Zonder het vertrouwen van binnen- en buitenland kan de man die zichzelf zo sterk en zo slim vindt, niet naar behoren functioneren. Want Algerije is niet langer de samenleving van vroeger, die op bevel van hogerhand naar links of naar rechts marcheert. Het is een samenleving die overreed moet worden. Dat kan alleen met overleg. En dus op basis van vertrouwen.