Nationalistische wind waait over Turkije

De Turken hebben vooral nationalistisch gestemd in de verkiezingen van gisteren. Een oplossing van de Koerdische kwestie zit er daardoor voorlopig niet in.

Het leek een nieuwe start voor Turkije. Toen er gisteren op de dag van de verkiezingen geen bommen ontploften, speculeerden velen in Turkije openlijk over een nieuwe houding bij de separatistische (Turks-)Koerdische Arbeiderspartij (PKK). Vorige week liet de gevangen PKK-leider Abdullah Öcalan via zijn advocaten weten dat hij geen aanslagen wilde bij de verkiezingen en dat de PKK zich moest profileren als een partij van de vrede. Toen het gisteren rustig bleef, concludeerden veel Turken dat Öcalans advies door een groot deel van de PKK werd opgevolgd. Zou er langzamerhand misschien een historische mogelijkheid ontstaan om een duurzame oplossing te vinden voor het Koerdische vraagstuk in Turkije?

Maar de voorlopige uitslag van de verkiezingen heeft die hoop de bodem ingeslagen. Want meer nog dan de Partij van Democratisch Links (DSP) van premier Ecevit is de ultra-nationalistische Partij van Nationalistische Actie (MHP) – de Grijze Wolven – de overwinnaar. Tot vorige week gingen opiniepeilers ervan uit dat deze partij haar uiterste best moest doen om de kiesdrempel van 10 procent te halen. Inmiddels staat zij op zo'n 18 procent. De MHP heeft een simpel antwoord op het Koerdische vraagstuk: de PKK moet eerst militair verslagen worden en daarna krijgen de `andere' Koerden de keus. Of ze gedragen zich als `echte' Turken of ze moeten het land uit, vindt de gemiddelde Grijze Wolf.

Een aantal Turkse commentatoren houdt zelfs rekening met de mogelijkheid dat de MHP de grootste partij wordt in het nieuwe Turkse parlement, zelfs als de DSP van premier Ecevit het hoogste percentage stemmen zou halen. Het Turkse platteland zendt namelijk in verhouding meer afgevaardigden naar Ankara dan de grote steden. De MHP, zo blijkt uit de voorlopige resultaten, is vooral op het Anatolische platteland sterk, terwijl de DSP van Ecevit het goed doet in de grote steden. Als de MHP inderdaad de meeste afgevaardigden in het parlement krijgt, zou het in de lijn van de Turkse politieke traditie liggen dat president Demirel de partij als eerste vraagt een nieuwe regering te vormen. In Turkije wordt er overigens algemeen van uitgegaan dat het leger, dat vanaf de zijlijn een oogje in het zeil houdt, sterk de voorkeur geeft aan een nieuwe regering-Ecevit.

Premier Ecevit heeft, in tegenstelling tot de MHP, wel degelijk oog voor de barre economische omstandigheden in het Koerdische zuidoosten van Turkije en is voorstander van grote investeringen in het gebied om zo de PKK de wind uit de zeilen te nemen. Maar ook hij is een nationalist, en ook hij profiteerde gisteren van de golf van Turks nationalisme die de arrestatie van Öcalan heeft losgemaakt. Een aantal maanden geleden deed Ecevits DSP het immers nog lang niet zo goed in de peilingen. Weinigen in Turkije twijfelen aan Ecevits integriteit, maar tegelijkertijd werd hij afgeschilderd als een politicus uit de oude doos, die zijn beste tijd had gehad. Pas door de arrestatie van Öcalan kon Ecevit zich ontpoppen als een tweede Atatürk, die het vaderland verloste van zijn grootste vijand uit de moderne geschiedenis.

Door de verkiezingen is Turkije nationalistischer geworden en niet, zoals velen hadden verwacht, islamitischer. Grote verliezer van de stembusstrijd zijn immers de moslimfundamentalisten. In 1995 haalde de fundamentalistische Refah-partij nog 21 procent van de stemmen, maar haar opvolger, de Partij van de Deugd (Fazilet), komt naar het zich nu laat aanzien, niet verder dan ruim 15 procent. Dat is maar ten dele een gevolg van de onfortuinlijke – en door veel Turken afgekeurde – steun van de partij aan een poging van ontevreden parlementariërs uit `seculiere' partijen om de verkiezingen uit te stellen. Een eerste analyse van het resultaat van de verkiezingen lijkt te suggeren dat in bijvoorbeeld arme wijken van Istanbul veel kiezers die vier jaar geleden nog fundamentalistisch stemden, overgestapt zijn naar de ultra-nationalistische MHP.

De Koerden zelf kunnen weinig tegen dit Turkse nationalisme inbrengen. Naar het zich nu laat aanzien haalt de pro-Koerdische partij HADEP bij lange na niet de kiesdrempel van 10 procent. Wel krijgt de partij een aantal belangrijke burgemeestersposten in het Koerdische zuidoosten, bijvoorbeeld in Diyarbakir. Maar de arrestatie van Öcalan heeft – in tegenstelling tot wat radicalen hadden gehoopt – zeker geen nieuwe impulsen gegeven aan het Koerdische nationalisme.