Koperblazers bij de open poort

Er wordt geen arabische parfum met ventilatoren de zaal in geblazen, zoals bij de New-Yorkse première in 1924. En de medewerkers van De Doelen in Rotterdam hebben ook geen harempakjes aan, zoals de oevreuses destijds. Wel heeft een van de violistes van het Rotterdams Philharmonisch Orkest zich zaterdagavond getooid met een oosters aandoende hoofddoek. Maar dat is tijdens het concert niet te zien, want het is donker. Achter het orkest, op een groot doek dat daar voor de gelegenheid is opgehangen, wordt namelijk een film vertoond: The Thief of Bagdad uit 1924.

De Amerikaanse componist Carl Davis heeft er zijn werk van gemaakt stomme films van muziek te voorzien en de wereld rond te reizen om orkesten die de muziek spelen te dirigeren. Zo was hij eerder in Nederland voor The Phantom of the Opera (met het Noord-Nederlands Orkest) en City Lights van Charlie Chaplin (de film uit 1925, met het Brabants Orkest). Soms gaat het om reconstructies van composities die oorspronkelijk ook bij de films te horen waren, soms om geheel nieuwe muziek. Davis' partituur voor The Thief of Bagdad is gebaseerd op werken van Rimski-Korsakov, met name zijn beroemde orkestwerk Shéhérazade uit 1888.

Het grootste deel van de bijna drie uur die film en concert duren is het publiek stil, zoals in een concertzaal. Af en toe wordt er gelachen, zoals in een filmzaal – bijvoorbeeld wanneer Douglas Fairbanks (`De dief van Bagdad') zich op ingenieuze wijze naar een balkon laat hijsen door een dikke, slapende man als katrol gebruiken.

Douglas Fairbanks, die de film ook produceerde en meeregisseerde, speelt dus een dief. Geen ordinaire, maar zo eentje die je sympathie wel wekt omdat er een aantal nog veel grotere slechteriken rondloopt. Allemaal willen ze trouwen met de mooie prinses van Bagdad, ook de dief, die daarvoor de strijd aanbindt met een draak, een zeemonster, en natuurlijk de echte schurken.

The Thief of Bagdad is spectaculair, niet alleen vanwege het gebruik van special effects, maar vooral ook door enkele massascènes. De film kostte destijds 2 miljoen dollar, het hoogste bedrag dat ooit was uitgetrokken voor een stomme film. Daaraan zullen in hoge mate hebben bijgedragen de enorme decors, vol torens en loopbruggen, die art director William Cameron Menzies (ook bekend van Gone with the Wind) liet maken. Hij liet zelfs decorstukken maken die buiten beeld bleven, louter om te schaduw die zij (binnen beeld) wierpen.

De muziek van Davis staat in dienst van de beelden, die hij tijdens het dirigeren van het 91-man sterke orkest met één oog kan volgen. Geen moment leidt dat wat er te horen is de aandacht af van dat wat er te zien is – als het orkest op zijn hardst speelt, komt het nog niet in de buurt van het dolby surround-geluid bij menige moderne film. Een belangrijke rol is uiteraard weggelegd voor de percussionisten, maar het aantal zeer voor de handliggende vertalingen van beeld naar geluid (solo's van koperblazers bij het openen van de poorten van Bagdad, een marsritme wanneer men de stad binnenmarcheert) is beperkt.

The Thief of Bagdad wordt deze week nog vier herhaald in Amsterdam, Den Bosch, Den Haag en Utrecht. Volgend seizoen komt Davis opnieuw naar Nederland, onder andere voor Buster Keatons The General.

The Thief of Bagdad. Ma 19/4 Carré, Amsterdam, Di 20/4 Theater a/d Parade, Den Bosch, Wo 21/4 Dr. Anton Philipszaal, Den Haag, Do 22/4 Vredenburg, Utrecht.