Gangmaker Kamiel Maase valt pas stil bij de finish

Op een marathon kunnen soms wonderbaarlijke dingen gebeuren. Greg van Hest wist in Rotterdam niet wat hij hoorde toen een toeschouwer hem na 35 kilometer vertelde dat niet hij, maar Kamiel Maase de eerste Nederlander in de wedstrijd was. ,,Ik dacht: die man spoort niet'', vertelde Van Hest na afloop. ,,Kamiel zou maar vijftien kilometer meelopen en die was volgens mij al naar het hotel aan het terugjoggen. Maar twee kilometer later zei iemand het weer tegen me, dus moest het wel waar zijn. En ja hoor, ineens zag ik in de verte een wit vlekje. Ik wist dat het Kamiel was, want als hij loopt, springt hij een beetje omhoog.''

Die aanblik zorgde ervoor dat Van Hest nog een keer flink gas gaf. ,,Ik wilde wel eerste Nederlander worden'', zei de Brabander. ,,Ik had niet voor niets een half jaar getraind.'' Op amper 40 meter voor de eindstreep op de Coolsingel wist hij de bijna stilgevallen Maase te passeren. Van Hest, die na de uiterste inspanning meteen moest overgeven, finishte in 2.10,07, Maase in 2.10,10. Daarmee werden ze elfde en twaalfde en liepen beide Nederlanders de limiet voor de Olympische Spelen van Sydney. Van Maase was dat een zeer opmerkelijke prestatie.

De 27-jarige Maase, een microbioloog, is vooral een baanatleet op de tien kilometer. Ruim een week geleden plaatste hij zich in Portugal op die afstand voor de WK in Sevilla. Maase was door de organisatie in Rotterdam aangetrokken als gangmaker, haas in vakjargon, voor de kopgroep. Eerst had hij het geweigerd omdat hij zondagmiddag bij een familiebijeenkomst wilde zijn. Maar toen Jos Hermens, zijn manager en de atletenmakelaar in Rotterdam, woensdag opnieuw belde, stemde hij alsnog in. ,,Ik vond het hartstikke leuk om te doen. Ik was nog niet eerder haas geweest.''

De afspraak was dat Maase vijftien kilometer lang het tempo voor de koplopers zou bepalen en misschien, als hij zich goed voelde, tot halverwege de wedstrijd zou doorgaan. Het ging fantastisch. Maase (startnummer 100) liep onafgebroken fier op kop en iedereen vroeg zich af wanneer hij zou uitstappen. De tweede keer dat het atletenhotel aan de Kralingse Zoom werd gepasseerd, leek het moment van zijn afscheid te worden. Maar Maase bleef in de wedstrijd. ,,Ik zag het hotel liggen, heb er even aan gedacht te stoppen, maar ben toch maar doorgelopen. Ik was toch al uitgecheckt'', vertelde hij. De Spanjaard Julio Rey, die als derde eindigde, had hem dat nadrukkelijk gevraagd. ,,Hij is een vriend. En dan trek je nog een keer door.''

Aan de kant begrepen de experts er niets van. Manager Hermens zat achter op de motor en kwam naast Maase rijden om te vragen of hij niet beter kon stoppen. ,,Maar ik kan hem niet dwingen, ik voel zijn benen niet'', aldus Hermens. Vlak na het 35-kilometerpunt moest Maase zijn vijf medekoplopers eindelijk laten gaan en daarna kwam snel ,,de man met de hele grote hamer''. Maase: ,,Maar je bent een grote lul als je na 39 kilometer toch nog stopt. Dan ga je door, al deed het wel even pijn.'' Hermens: ,,Toen hij de Maasboulevard opdraaide, wist ik dat hij het ging afmaken. Het is daar een point of no return. Je kunt dan alleen nog zorgen dat hij genoeg te drinken krijgt.''

Maase nam na afloop een biertje op het succes, daarna nog een en kreeg zichtbaar steeds meer plezier in de ophef die hij had veroorzaakt. Baldadig noemde hij de marathon ,,een eitje''. ,,Mijn naam is haas en ik weet van niks!'', reageerde hij, toen hem voor de zoveelste keer werd gevraagd wat hem had bezield. ,,Geloof het of niet, ik was dit dus echt niet van plan. Ik had weleens aan de marathon gedacht, maar dan voor de periode na 2000. Ik weet zelf ook niet wat ik hier nu van moet denken. Blijkbaar zit er nog een en ander in het vat.'' Bij hoge uitzondering loopt Maase in zijn training een duurloop van maximaal een uur en drie kwartier. ,,Hoe hoog het tempo dan is? Laag.''

Maase besefte gistermiddag dat hij zijn trainer nog wel wat moest uitleggen. Bram Wassenaar viel thuis in Voorschoten bijna van de bank toen hij de tv-beelden van de marathon zag. Hij was niet naar Rotterdam gereisd omdat zijn pupil toch maar een bijrolletje zou hebben. ,,Bram, sorry hoor'', zei Maase toen hij voor de deur van de dopingcontrole zijn trainer aan de telefoon kreeg. ,,Ik ken jou niet meer!'', zei Wassenaar aan de andere kant quasi-boos. Het is afwachten of deze ongewone inspanning Maase in het vervolg van het seizoen zal schaden. Kenners verwachtten van wel. De atleet haalde er zelf zijn schouders over op. ,,Ik heb nu wat spierpijn en dat zal morgen ook nog wel zo zijn. Maar na een paar dagen rust en goede massage zal het wel weer gaan. Oké, er zit een risico aan, maar het is toch een mooie stunt?''

Maase, die met zijn 2.10,10 de vierde Nederlander aller tijden is, denkt er voorlopig niet aan zich op de marathon te richten. Van Hest (25) doet dat wel. Hij wil in het najaar nog een marathon lopen. ,,Gerard Nijboer heeft voorspeld dat zijn Nederlands record (2.09,01, red) voor het jaar 2000 wordt verbeterd. Dus heb ik nog wel even'', zei Van Hest. Hij liep gisteren in Rotterdam lange tijd onder het schema van Nijboer uit '81, maar ,,een enorme blaar'' op zijn linkervoet verpestte de recordjacht. ,,Na 22 kilometer werd het een hel voor me. Ik heb constant met pijn gelopen.'' Het kwam, zo dacht Van Hest, doordat hij zonder sokken en op bijna nieuwe schoenen liep. ,,Dat is eigenlijk een beginnersfout, hè. Maar ik ben ook nog een beginner'', aldus de vrolijke Van Hest, die vorig jaar in Rotterdam zijn eerste marathon voltooide.

Van Hest gaf dus niet op, collega Bert van Vlaanderen wel. De veteraan hield net over de helft van de wedstrijd ineens halt en klaagde over ,,verkrampte benen''. De temperatuur van tien à elf graden was te laag voor de tere atleet. Van Vlaanderen probeerde daarna nog tot twee keer toe de draad op te pakken, maar het ging niet meer.