Eenvoud en eerlijkheid

Een stem die op schoolmeisjestoon begint te vertellen welke kleur zij vroeger dacht dat China was en hoe dat in werkelijkheid heel anders bleek te zijn, een stem die praat over hoe Chinezen bewegen en hoe zij, de eigenaresse van die stem, zelf beweegt. O wee, dacht ik, zo dadelijk krijgen we het geheimzinnige Oosten, dat wordt niks.

Maar zie, het liep heel anders. Wat films over China vaak bederft is dat ze belerend zijn. Dat ontbreekt in deze film volkomen en het resultaat is dat het geziene je bijblijft, bijna als een eigen ervaring, zonder boodschap, als waren het eigen observaties, niet leidend tot kant en klare conclusies, maar wel tot emoties.

Of het opzet is weet ik niet, maar het gaat soms wel vrij ver, zoals wanneer er beelden worden getoond van een jongetje dat in een warenhuis een nogal kostbaar stuk speelgoed krijgt, zonder dat een commentaarstem erbij vertelt dat de mensen in China maar één kind mogen hebben, met het gevolg dat de ouders vaak geneigd zijn dat enige kind te verwennen. Wie dat niet weet zal de achtergrond van die beelden niet begrijpen; wat dat betreft is het een film die een zekere voorkennis veronderstelt - ook bijvoorbeeld van het feit dat er op het ogenblik over heel China een verschrikkelijke kaalslag aan de gang is, een campagne om oude behuizing te vervangen door grote flatgebouwen.

Wat de film ook bijzonder maakt is dat de mensen die er in aan het woord komen geen politici zijn, geen partijkader, geen managers, geen bankiers, geen journalisten en ook geen `eenvoudige boeren en arbeiders', maar dichters. Goedbeschouwd zijn dat de enige mensen die werkelijk iets te zeggen hebben. Hun namen zijn Ju Jian, Xi Chuan en Mang Ke en ze zijn elk op hun manier indrukwekkend, maar degene die mij het meest fascineerde was Mang Ke, de oudste van de drie, en misschien, voor zover dat in de film is vast te stellen, ook de grootste dichter. Maar wat bij alle drie zo treft is hun eenvoud en hun eerlijkheid; het zijn het mensen die gewoon doen, zich niet aanstellen, niet interessant doen. Hun uitspraken gaan door merg en been, zoals wanneer een van hen uiteenzet dat in China niemand eigenlijk meer wist hoe een kunstenaar leeft en wat hij nu eigenlijk doet - die kennis, dat rolmodel, is verloren gegaan tijdens de Culturele Revolutie.

Wat die Culturele Revolutie aangericht heeft is met geen pen te beschrijven en een groot deel van de bevolking is er nog steeds door getekend. Aan de hand van sommige details dringt tot je door wat dat inhoudt, zoals wanneer Ju Jian vertelt hoe zijn vader rond moest lopen met een plank om zijn hals waar zijn misdaden op vermeld stonden, en dat hij die ook thuis niet af durfde te doen, zodat Ju Jian zich herinnert hoe zijn vader met dat bord om zijn hals aan tafel zit om te eten. De futiele redenen waarom iemand tot bourgeois en volksvijand werd bestempeld en de consequenties die dat had voor de hele familie. Dat was immers een van de grote verworvenheden van het Wereldcommunisme, van Rusland tot Cuba en van China tot Albanië, dat de schuld van de ouders zich uitstrekt tot hun bloedverwanten en kinderen en dat die daar ook voor worden gestraft.

Een andere unieke bijzonderheid van deze film is dat de slogans worden vertaald die overal op de muren staan; het maakt dat zo'n stadsbeeld op een onverwachte manier tot leven komt. Het is alsof je opeens wordt ondergedompeld in die zee van nietszeggende uitspraken en clichés, waarvan de diepere betekenis iets is als: `denk maar niet dat je je in jezelf kunt terugtrekken, dat staan wij niet toe, we laten je niet met rust.' Die clichés zijn soms ook naar de inhoud bedreigend. `Ook dorpszaken vallen onder openbaar toezicht door de massa,' luidt de vertaling van een van de opschriften.

,,De Culturele Revolutie velde het doodvonnis over het gewone leven met zijn zonnige namiddagen,'' zo luidt de hartverscheurende, onvergetelijke formule van Yu Jian. Hij zegt het zonder felheid, meer mismoedig. Gewoon ,,aan het water zitten en naar de meeuwen kijken'', dat is wat onmogelijk wordt gemaakt.

Goedbeschouwd een onderdeel van hetzelfde is de grote verwoesting die op het ogenblik in de steden wordt aangericht. De oude huizen worden kapotgeslagen en vervangen door woonkazernes, en het is opnieuw Yu Jian die onder woorden brengt hoe de mensen niets eigens wordt gelaten en hoe zij geconditioneerd zijn om het zelf te willen: ,,Men vindt dat alles wat van vroeger is, slecht is; pas als je de oude wereld gesloopt hebt is de nieuwe wereld er.''

Kortom een fascinerende film. Iets dat soms bevreemdt is dat er geen vrouwen in voorkomen, en wat ik betreurde is dat de uit hun werk voorlezende dichters na een paar regels weggedrukt worden door de stem van Willem van Toorn die een vertaling voorleest. Er is maar één kort gedicht dat wordt ondertiteld, en dat leek een veel betere formule. Maar dat zijn kleinigheden bij deze verrassende film, zelf een soort gedicht; met iets naïefs en amateurigs, maar bij nader inzien is dat een stijlmiddel.

Een Chinees gezicht, Ned.3, 23.22-00.17u.