DUBBELE BOODSCHAP VOOR EUROPA

Afgelopen dinsdagmiddag, kort na vier uur om precies te zijn, is de verkiezingsstrijd voor het Europese parlement begonnen. Het was in een kelderzaaltje van de persclub in Straatsburg. Achter de tafel zaten zes Nederlandse Eurokandidaten. Een twintigtal fractiemedewerkers en collega-parlementariërs vormde hun publiek. Tot de weinige aanwezigen `van buiten' behoorde Thom de Graaf, de D66-fractievoorzitter in de Tweede Kamer, die een tweedaags bezoek aan zijn Eurodelegatie bracht.

Een echt politiek debat was het nog niet, daar onder het Straatsburgse maaiveld. Het leek eerder een creatieve brainstorm op een reclamebureau, waar een campagne werd ontwikkeld voor koperpoets of pruimtabak. Hoe verkoop je een `product' dat bij de gemiddelde consument weinig associaties oproept met fashion of feel good? Dat is de vraag waarmee Eurolijsttrekkers als Lousewies van der Laan (D66), Joost Lagendijk (GroenLinks) en Jan-Kees Wiebenga (VVD) worstelen. En met hen de campagneleiders van de diverse partijen, die voor een zware opdracht staan.

Nederland mag op 10 juni zijn 31 afgevaardigden voor het Europese parlement kiezen. Geen enkele partij lijkt zich al te verheugen op dit feest van de Europese democratie.

Tot de algemene grondregels van succesvolle campagnes behoort dat `de boodschap' eenduidig en krachtig moet zijn. Geen nuances, geen pro's en contra's met een balans. Nee, gewoon: Woensdag Gehaktdag. Daar zit al meteen een groot probleem voor de Euro-campaigners. Hun boodschap moet op z'n minst tweeledig zijn. Gezamenlijk moeten ze het electoraat zien warm te maken voor de Europese verkiezingen, opdat het überhaupt bereid is de gang naar de stemmachine te maken. En stuk voor stuk moeten de kandidaten zich van elkaar onderscheiden, om de vinger van de kiezer naar de `juiste' stemknop te doen afbuigen.

In wezen zijn dat - weer even in het malle communicatiejargon - twee afzonderlijke `trajecten': product-campagne (Europa!) en merk-campagne (partij x!). Haal die twee nooit door elkaar, doceren deskundigen. Maar Eurokandidaten hebben weinig keuze. Wie anders zou moeten uitdragen dat het Europese Parlement heus `uw stem waard is'? Dat is de algemene leuze die vooraf moet gaan aan iedere partijpolitieke slogan over Europese politiek. De boodschap luidt dus: samen staan we sterk tegenover elkaar.

EUROPARLEMENT STAAT STERKER!

De burger voor wie al deze promotie is bedoeld, kan overigens gerust zijn. De Nederlandse partijen zijn niet van plan veel drukte te maken van de Europese verkiezingen. De echte campagne, die omstreeks het laatste weekeinde van mei begint, zal hooguit een dag of tien, twaalf duren.

Drie argumenten zullen de partijen in de strijd werpen om aan te tonen dat het Europese Parlement is uitgegroeid tot een politiek orgaan van formaat. Er is, om te beginnen, de Europese Commissie die halverwege vorige maand tot aftreden werd gedwongen wegens gebrek aan daadkracht bij het bestrijden van fraude en corruptie. Eurokandidaten zullen in campagnetijd met verve uitdragen dat dit een geweldige overwinning is van het parlement.

Dan is er, minder spetterend maar in wezen van groter belang, het Verdrag van Amsterdam dat per 1 mei van kracht wordt. Het verdrag, in de eerste helft van 1997 onder Nederlands voorzitterschap tot stand gekomen, voorziet in een wezenlijke uitbreiding van de medebeslissingsbevoegdheid voor het parlement. Voortaan zal het parlement mogen meepraten over bijna driekwart van de Europese richtlijnen (was: eenderde). En er is, als laatste opsteker voor de Europese campagne, eindelijk een statuut voor het parlement, dat regels stelt voor torenhoge tractementen, en onkostenvergoedingen voor Europarlementariërs. De kiezers moeten weten: het parlement maakt serieus werk van de noodzakelijke versobering. Het mag zo langzamerhand wel eens afgelopen zijn met het eeuwige verwijt dat de dienaren van de Europese publieke zaak vooral bezig zijn met het vullen van de eigen zakken. Het al veelgeprezen statuut is overigens nog niet van kracht. Regeringen en parlementen van enkele lidstaten liggen dwars, omdat ze niets voelen voor algemeen geldende Europese regels.

EEN BOEK VERPEST DE VREUGDE

Hoe jammer is het dat nu juist dezer weken een boek, Europese idealisten, is verschenen dat geen oog lijkt te hebben voor al deze verworvenheden. Journalist Joep Dohmen schetst hierin een ontluisterend beeld van het Europarlement. De strak vormgegeven omslag van het boek laat niets te raden over. Lees alleen al de ruime ondertitel: `de declaraties, het absenteïsme, de bijbanen, de vriendendiensten, de lobbies, de dubbele pensioenen, de dienstreizen, de feestjes, de knoflookgrens – een chronique scandaleuse'.

Woedend zijn ze over dit boek, de Nederlandse Euro-politici en -ambtenaren in Brussel en Straatsburg. Wie ze in de wandelgangen treft, krijgt ongevraagd een stortvloed van onbegrip en venijn over zich heen. De auteur wordt eenzijdigheid, overdrijving en kwade bedoelingen verweten, waartegen geen enkele verkiezingscampagne opgewassen zal zijn, zo wordt algemeen gevreesd. Een enkele Europarlementariër erkent overigens dat het boek ,,een heel aardig beeld geeft'' van de dagelijkse Europraktijk en dat hij slechts op vier van de 250 bladzijden echt onjuistheden is tegengekomen.

Ter geruststelling voor de campagneteams geldt dat noch het nieuwe zelfvertrouwen van het Europarlement, noch de oude verwijten uit het boek van Dohmen wezenlijk van invloed zullen zijn op de Nederlandse uitslag voor de Europese verkiezingen. Dat althans is de verwachting van de Amsterdamse politicoloog C. van der Eijk, die eerder studie maakte van het kiezersgedrag bij de Euroverkiezingen in 1989 en 1994. Op grond hiervan, en op grond van recente verkiezingsuitslagen, kan worden vermoed dat D66 van vier naar twee Eurozetels gaat, dat GroenLinks een tweede zetel wint, dat de SP een eerste zetel verovert en dat CDA, PvdA en VVD stabiel blijven met een marge van plus of min een zetel.

Die uitslag valt slechts te beïnvloeden door binnenlands-politieke strubbelingen over de Bijlmerenquête of de oorlog in Kosovo. Maar dat is een heel ander verhaal.