Compromis met Miloševic is uit den boze

Kosovo is niet iets waar het volkerenrecht een antwoord op heeft. Het zoeken naar een oplossing mag niet beperkt blijven tot het politieke begrippenkader van etnische rivaliteit, soevereiniteit tegenover rebellie of het verleggen van grenzen.

De kwestie-Kosovo onderscheidt zich in moreel opzicht. De Servische campagne om een groot deel van de Albanese bevolking in Kosovo huis en haard te ontnemen en te deporteren is van een barbaarse wreedheid die buiten het vroegere Joegoslavië in West-Europa niet is vertoond sinds de Tweede Wereldoorlog.

Slobodan Miloševic en zijn regering trachten hun Kosovaarse probleem op te lossen via een fundamentele demografische verandering, namelijk de deportatie van de Albanese bevolking, de overgrote meerderheid van de bevolking in Kosovo.

Volgens bronnen in Duitse regeringskringen zijn de plannen om Kosovo van zijn Albanese bevolking te zuiveren eind vorig jaar opgezet onder de codenaam `Hoefijzer'. De aanvankelijke opzet was het Kosovo Bevrijdingsleger (UÇK) te verslaan of uit te schakelen. Krachtens Servië's internationaal erkende, zij het hardhandige, soevereiniteit over Kosovo was dit een legitieme doelstelling.

De eerdere operatie van de regering tegen het UÇK, vorig najaar, waarbij 300.000 mensen op de vlucht werden gejaagd, was onbevredigend verlopen. De gevluchte Kosovaren waren uiteindelijk naar huis teruggekeerd, waarna het verzet van het UÇK weer was verhevigd. Operatie Hoefijzer moest tot een definitieve oplossing leiden, en ging van start nog voor het februari-overleg in Rambouillet, dat door de Servische leiding niet serieus werd genomen.

Washington heeft Slobodan Miloševic tot voor kort behandeld als een Balkanschavuit die onmisbaar was bij het oplossen van de door zijn eigen beleid ontstane problemen. Bovendien is hij bij herhaling verkozen als regeringsleider. En al ging bij de bewuste verkiezingen niet alles volgens het boekje, door de uitslag is de legitimiteit van zijn ambt moeilijk te loochenen. Dat feit is een onthutsend facet van de huidige situatie.

Maar intussen hebben wij Milosevic allen ernstig onderschat. Zijn besluit om grote delen van de Albanese bevolking uit hun huizen te zetten en hen op een onverstelbaar brute wijze te verjagen – waarbij terreur en waarschijnlijk, zoals eerder in Bosnië, ook massa-executies niet zijn geschuwd – toont aan dat hij een morele fantasie bezit die de vergelijking met Hitler en Stalin wettigt. Miloševic pakt de dingen groot aan.

De humanitaire gevolgen van zijn daden interesseren hem niet. Hij is omwille van zijn eigen macht doende niet alleen Kosovo maar ook Servië zelf te verwoesten. Zijn optreden werpt een smet op de immense verrichtingen die Europa in de afgelopen halve eeuw heeft teweeggebracht: de verzoening van Europese volkeren en de institutionalisering van die verzoening in de Europese Unie (en de NAVO). Voor de onvergeeflijke daden die worden gepleegd in Kosovo is geen plaats in dat moderne Europa.

De NAVO heeft daadwerkelijk in Joegoslavië geïntervenieerd, uit een zeer geleidelijk gegroeide maar uiteindelijk doorslaggevende morele verontwaardiging. Dit optreden mist het fiat van de VN èn mist logische samenhang met het verleden. Ze heeft een nieuwe koers ingeslagen, die echter niet zonder precedent is. Het beginsel van de absolute soevereiniteit is recentelijk in een aantal gevallen op losse schroeven gezet, onder meer door de oprichting van een internationale rechtbank voor oorlogsmisdaden en door de vaststelling van het recht op humanitaire interventie.

De huidige NAVO-actie zal nooit als precedent kunnen dienen wanneer de uitkomst slechts een cynisch lesje blijkt te zijn over de uiteindelijke ondergeschiktheid van unilateraal optreden aan de binnenlandse politiek. Nog erger zou het zijn als de NAVO verraad zou plegen aan het humanitaire beginsel door een compromis te sluiten met president Miloševic, die daarmee impliciet de overwinnaar zou zijn.

Er moeten gronden worden geformuleerd voor weloverwogen internationale interventies bij flagrante schendingen van het internationaal moreel fatsoen. Dat is een moeilijke en potentieel gevaarlijke opgave. Toch lijkt de internationale gemeenschap, zij het aarzelend en met vallen en opstaan, op weg te zijn naar zo'n code. Een soort precedent, ontoereikend maar niettemin tekenend, was de interventie van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid in de gruwelijke en onzinnige slachting die plaatsvond in Liberia.

Om als les voor de toekomst te kunnen dienen, moet de NAVO-interventie in Servië slagen. Ze mag niet worden beëindigd voordat de vluchtelingen zijn teruggekeerd en een voorlopig akkoord ter bescherming van Kosovo in werking treedt, in afwachting van een algemeen bevredigende regeling voor de Balkan waarbij in Belgrado een andere regering zetelt en er een aanklacht wegens oorlogsmisdaden loopt tegen Miloševic en zijn verantwoordelijke collega's. Het is een zware opgave, maar de regeringsleiders van de NAVO-landen hebben reeds gezegd dat ze zich dit hebben voorgenomen. En dus betekent iedere afbreuk daaraan een algehele mislukking.

William Pfaff is columnist. © Los Angeles Times Syndicate