BROOD EN SPELEN VOOR MIJNWERKERS

In België zijn Club Brugge en Racing Genk in een spannende titelstrijd verwikkeld. Gisteravond eindigde het onderlinge duel in een 1-1 gelijkspel. Genk behoudt een voorsprong van twee punten. Het succes van een volksclub die drijft op de steun van ontslagen mijnwerkers.

De wedstrijd tussen Racing Genk en Club Brugge begint een paar minuten te laat, omdat supporters van de thuisclub een haan met blauw-wit geverfde veren hebben losgelaten op het veld. Het is een grap, bedoeld voor een trouwe fan van de bezoekende partij. De Belgische premier Jean-Luc Dehaene heeft zojuist een schaal met schelpdieren achter de kiezen, als de haan na een paar mislukte pogingen in de kladden wordt gegrepen. Anderhalf uur later loopt Dehaene met een triomfantelijk gezicht door de wandelgangen. Hij is tevreden over de uitslag en hij heeft gelachen om de loslopende haan. ,,Een prima publiciteitsstunt, zo vlak voor de verkiezingen'', zegt de beroemde supporter van Club Brugge.

Dehaene wordt na het drinkgelag in de vip-ruimte onder politiebegeleiding naar huis geleid. De supporters van Racing Genk beschouwen het gelijkspel tegen de landskampioen als een nederlaag. Ze hebben hun kelen schor geschreeuwd, maar de steun van de twaalfde man heeft de elf spelers niet tot grote daden kunnen bewegen. Een oudere supporter heeft het tegenvallende resultaat voorspeld. ,,De mannekes worden nerveus nu ze de titel voor het grijpen hebben. Nog nooit is een Limburgse club kampioen geworden. Voilá, dat geeft een enorme druk.''

Racing Genk is een fusieclub van twee verenigingen in de mijnstreek. De regionale concurrenten Winterslag (de eerste club van PSV'er Luc Nilis) en Thor (Tot Heil Onzer Ribbenkast) Waterschei waren in 1988 veroordeeld tot een verstandshuwelijk. Beide clubs hadden geen bestaansrecht meer. Onder leiding van Thyl Gheyselinck, baas van de regionale steenkoolindustrie, werden het geel-zwart van Waterschei en het rood-zwart van Winterslag omgesmolten in het blauw-wit van Racing Genk. Het André Dumont-stadion (vernoemd naar de bedenker van de steenkoolindustrie) van Waterschei werd omgedoopt in het Thyl Gheyselinck-stadion van Racing Genk. Al meer dan tien jaar een brandhaard van feestvreugde en strijdliederen.

Ruim twee uur voor de competitiekraker is het bouwvallige stadion tot de laatste plaats gevuld. Vijftienduizend supporters worden vermaakt door dames met ontblote bovenlijven. Paul Heylen, manager van Racing Genk, riskeert zijn leven als hij aan een kabel van een hijskraan naar beneden glijdt. Benji Fun heet dit volksvermaak in Belgisch Limburg. Het publiek staat op de banken en zingt het geleende clublied Hand in hand, kameraden, hand in hand, voor Racing Genk. Ook het werkvoetbal lijkt van Feyenoord afgekeken.

De fysieke strijd past bij de achtergrond van Racing Genk. Het stadion wordt omgeven door kale mijnschachten. Voor de ingang liggen verroeste spoorrails waarop de kolen werden vervoerd. Tegenover het stadion is de woonwijk New Texas uit de grond gestampt. Supporters van Racing Genk gebruiken de luxueuze bungalows als pispalen. Bijna niemand treedt zonder glas het stadion binnen. Politie te paard houdt toezicht in het surrealistische landschap van mijnen, duinen en bierflessen.

De deelgemeenten Genk, Winterslag en Waterschei telden in de jaren vijftig en zestig ongeveer dertigduizend mijnwerkers, afkomstig uit tientallen verschillende landen. In 1966 werd de eerste mijn gesloten, wat een volksoproer en twee doden tot gevolg had. De regering kwam tot inkeer en begeleidde de daaropvolgende sluitingen met sociale dienstverlening. Alle ontslagen mijnwerkers kregen vijftigduizend gulden.

Even later bedacht Thyl Gheyselinck, door de regering aangesteld als troubleshooter, het fusieplan van de twee noodlijdende voetbalclubs. ,,Ze gaven ons brood en spelen'', zegt een oudere supporter van Racing Genk. ,,Ze hebben ons met sociale rust afgekocht.'' De man heeft zijn halve leven in de mijnen gewerkt. Tegelijkertijd was hij een vurig aanhanger van Thor Waterschei. Tegenwoordig werkt hij bij de plaatselijke Ford-fabriek, samen met twaalfduizend andere Genkenaren. Het gros van de plaatselijke bevolking is uitgeweken naar het Nederlandse bedrijfsleven. ,,Jullie Hollanders zijn ons altijd een stapke voor. Wij Belgen huppelen overal achteraan'', zegt de oudere supporter.

De culturele smeltkroes in Genk en omstreken was een voorbode van het groeiende aantal buitenlandse spelers. Turkse, Italiaanse en Marokkaanse supporters juichen deze avond voor Finse, Hongaarse en Afrikaanse voetballers. Ze spelen en ze zingen voor een Belgische provincieclub met internationale ambities. Racing Genk debuteerde dit seizoen in het Europa Cup 2-toernooi. Volgend seizoen lonkt de Champions League.

Trainer Aimé Anthuenis, voorzien van een kalende schedel en de liefkozende bijnaam Pappa, is het brein achter de recente voetbalsuccessen van Genk. De tweedeklasser promoveerde in 1996 onder zijn leiding naar de eerste klasse, waarin het begon als middenmoter en uitgeroeide tot een nationale topclub. Met dank aan het scoutingtalent van Anthuenis. Genk won vorig jaar ten koste van Club Brugge de nationale beker en eindigde in de competitie achter Club Brugge op de tweede plaats.

Trainer Anthuenis heeft zich aan het begin van dit seizoen ingedekt voor tegenvallende resultaten. ,,Zo'n boerenjaar maken we niet meer mee'', sprak hij vorige zomer. Maar de vertrekkende coach – hij tekende een voorcontract bij Anderlecht – heeft zich vergist in de veerkracht van zijn huidige elftal. In navolging van kleinere clubs als Lokeren, Beveren en Lierse dreigt Racing Genk de hegemonie van de drie traditionele topclubs (Anderlecht, Standard en Club Brugge) te verstoren.

Met nog vijf wedstrijden op het programma heeft Club Brugge een achterstand van twee punten én een slechter doelsaldo. ,,We moeten niet zuur kijken'', zegt Anthuenis na het gelijkspel van gisteravond. Zijn collega Eric Gerets is dezelfde mening toegedaan. De aanstaande trainer van PSV drinkt in een tijdsbestek van twintig minuten twee grote pullen bier en hij verlaat de zaal in een overwinningsroes.

De vriendschappelijke sfeer op de persconferentie staat haaks op het vijandige wedstrijdbeeld. Bij gebrek aan technisch vernuft hanteren de spelers bij voorkeur de botte bijl. Gevaarlijke slidings, gemene tackles en geniepige elleboogstoten mogen de pret niet drukken. Volgens Gerets, die als speler zijn mannetje stond, is het harde spel verklaarbaar door de stand op de ranglijst. ,,De job van trainer is in zulke matchen een drama. Maar ik zou nog minder graag in de schoenen van de scheidsrechter willen staan'', vergoelijkt Gerets de arbitrale dwalingen.

Op de website van Racing Genk is het vuurtje voor de wedstrijd flink aangestookt. ,,Het bronsgroen eikenhout wordt versierd in blauw en wit'', luidt de kop boven de voorbeschouwing. De Internet-verslaggever belooft slachtoffers bij de tegenpartij en een groot volksfeest in de binnenstad van Genk. Hij krijgt ten dele gelijk. Enkele spelers van Club Brugge verdwijnen in de lappenmand. Routinier Franky van der Elst blijft strompelend overeind. ,,Die man zonder kalk in de knoken moet nodig het plein af'', spreekt een supporter van Racing Genk in Vlaams voetbaljargon.

Van een oorlogszuchtige sfeer is deze avond geen sprake. Bij Club Brugge staan twee Servische spelers opgesteld. Zij dragen een rouwband en maken weinig overtredingen. Bij Racing Genk is een onopvallende rol weggelegd voor de Kosovaar Hasi Besnik, wiens familieleden volgens de Belgische pers in Albanië zijn aangekomen. Van zijn vriendin ontbreekt nog elk spoor.

Besnik rent na het laatste fluitsignaal richting hoofdtribune. Achter de dranghekken staat een supporter met de Albanese vlag. Besnik kust de vlag en zwaait vervolgens naar het vak met supporters. ,,Zij staan achter me. Zij geven me de steun die ik nodig heb'', zegt Besnik op het moment dat premier Dehaene met een rooddoorlopen gezicht in zijn dienstwagen stapt.