Biotech moet het hebben van kwaliteit

Pioniers in de medische biotechnologie hebben een groot groeipotentieel, maar ze worden afgeremd door bezorgde consumenten en overheden. De verbetering van de kwaliteit van het leven die ze kunnen bieden is hun lifeline.

Hoe help je de professor en zijn handvol briljante studenten en promovendi aan een eigen bedrijf? Door hem het succes van zijn collega's te laten zien. Dat is het vertrekpunt van de zevende European Life Sciences Conference, vandaag en morgen in Amsterdam, georganiseerd door advies- en accountantskantoor Ernst & Young en de investeringsmaatschappij Atlas Venture.

Het gaat op de conferentie om `elisco's', zoals ze inmiddels in het jargon heten. Het woord staat voor entrepreneurial life sciences companies, kleine bedrijven die pionieren op het gebied van (medische) biotechnologie. Op de conferentie worden deze ondernemers in contact gebracht met geldschieters en grote bedrijven, die interesse hebben in nieuwe technologieën.

De biotech-sector laat nog steeds een sterke groei zien, zowel van het aantal nieuwe ondernemingen als in aantallen werknemers, zegt drs. P.A.A. Lucas van Ernst & Young. Hij heeft een aantal van dit soort bedrijven vanaf het prille begin - eind jaren tachtig - begeleid. Zijn kantoor publiceert jaarlijks onderzoek naar de ontwikkelingen in deze branche, zowel in Noord-Amerika als in Europa. Lucas wijst er op dat de `venture capitalists' dit soort nieuwe ondernemingen sterk blijven financieren, maar wel kritischer worden. Ook het aantal transacties en de omvang daarvan tussen de kleine biotech-bedrijven en de grote farmaceutische concerns stijgt nog steeds.

Hoewel het om booming business' gaat met een hoge graad van innovatie en die voor goede werkgelegenheid zorgt, geeft de politiek nogal tegenstrijdige signalen, meent Lucas. Enerzijds is er grote belangstelling voor de economische dynamiek van deze industrie, anderzijds gaat de overheid op de rem staan door bijvoorbeeld experimenten met het kloneren van dieren te verbieden. Daarbij komt dat de Nederlandse overheid op aandrang van de Tweede Kamer beroep heeft aangetekend tegen de Europese harmonisatie-richtlijn, waarmee het Europees Parlement vorig jaar na tien jaar tobben heeft ingestemd.

Hoe komen die bedrijven intussen aan geld? ,,De openbare kapitaalmarkten, zowel in de Verenigde Staten als in Europa waren het afgelopen jaar zo goed als gesloten,'' zegt Lucas. ,,Toch was de situatie in Europa beter dan in de VS. In Europa haalden bedrijven via een beursgang bijna twee maal zoveel geld op als in de VS. Nederlandse elisco's trokken tot en met vorig jaar zo'n 350 miljoen gulden aan kapitaal aan door onderhandse en openbare plaatsingen van aandelen. De beursgang op Easdaq van het Leidse Pharming was vorig jaar wereldwijd de grootste,'' aldus Lucas.

Beginners met goede plannen op het gebied van informatie- en biomedische technologie kunnen ook aankloppen bij Atlas Venture, dat in 1980 in Amsterdam begon, maar inmiddels kantoren heeft in Parijs, München, Londen, Boston en in Sillicon Valley. Het bedrijf heeft inmiddels voor de vierde keer een fonds (groot 400 miljoen dollar) gesticht. Het vorige Atlas Venture fonds van 230 miljoen dollar is geheel geïnvesteerd in 46 bedrijven. Directeur Michiel de Haan: ,,De investeerders in het nieuwe fonds zijn gelijkmatig verdeeld tussen Europa en de VS, maar vooral institutionele beleggers in Amerika tonen veel belangstelling.''

In eerste instantie steekt Atlas Venture zo'n 250.000 dollar in een nieuw bedrijf. Wordt er echt begonnen, dan gaat er nog eens zo'n 3 miljoen dollar heen, terwijl het in latere fasen om investeringen van 5 miljoen dollar of meer gaat.

Probleem blijft dat dit soort bedrijven er relatief lang over doen voordat ze met hun eerste producten op de markt komen. Het Leidse Pharming bijvoorbeeld, dat bekendheid kreeg door Stier Herman, werd in 1988 opgericht en komt wellicht volgend jaar met een eerste product. Er werken inmiddels wel 130 mensen. Aandeelhouders hebben tot dusverre 276 miljoen gulden in Pharming geïnvesteerd, terwijl de waarde bij beursgang 395 miljoen bedroeg. IntroGene, dat ook in Leiden zit, begon in '93 en had vijf jaar later een eerste product. Het gaat hier om een geoctrooieerde cellijn, die in staat in staat genen op de juiste plaats in de DNA-streng te krijgen. Het bedrijf richt zich voornamelijk op gentherapie en telt nu 70 personeelsleden. Aandeelhouders staken tot nu toe 70 miljoen in het bedrijf, waarvan de waarde eind 98 zo'n 100 miljoen gulden bedraagt. Een ander bedrijf dat in 1996 werd opgezet door twee hoogleraren uit Leiden en Twente - IsoTis in Bilthoven - richt zich op de productie van patiënt-eigen' weefsel. Het verwacht begin volgende eeuw met een eerste product te komen, maar heeft inmiddels veertig mensen in dienst, terwijl de aandeelhouders al 16 miljoen gulden in de onderneming hebben gestoken. De waarde van dit bedrijf bedroeg ultimo vorig jaar 30 miljoen gulden.

Het feit dat in deze sector producten lang op zich laten wachten is voor nerveuze beleggers geen prettig gegeven. Maar ook de publieke opinie vormt een onzekere factor. De doorsnee consument rilt bij een muis met een oor op zijn rug, het gekloonde schaap Dolly of genetisch gemodificeerde soja, dat al gauw als Frankenstein food' te boek kwam te staan. ,,Dergelijke zorgen moeten we niet van de hand wijzen als een misvatting bij het publiek over de vorderingen van de biotech-revolutie,'' meent Tom McKillop, topman bij het Zweeds-Britse farmaceutische bedrijf AstraZeneca. ,,Het is eerder aan ons om het publiek duidelijk te maken voor welke kwaliteitsverbeteringen deze industrie kan zorgen.''