Andermans ogen

Natuurlijk kun je het bekijken door de ogen van de Serviër. Hij ziet zachtglooiende heuvels, goudgele akkers, onstuimige stromen onder een hemel die nergens zo schoon en blauw kan zijn. Een Heimat met groene bomen en wollige schapen, zijn patria met oude kerken, lieflijke dorpen, bloeiende steden met fiere schoorstenen. Leven waar je bent geboren, tussen mensen met dezelfde herinneringen en verhalen, tussen mensen die in dezelfde God geloven, dezelfde zonden erkennen, dezelfde klanken uiten en door dezelfde deuntjes in vervoering raken. Broeders en zusters die hetzelfde eten en drinken, spreken, verlangen en willen. Waarom mag je niet houden van de vruchtbare grond waar je je zo geborgen en beschermd voelt? Waarom zou je dat stukje aarde niet willen verdedigen tegen ontheiliging en bezoedeling? Waarom zou je er niet voor willen sterven? De bombardementen vernietigen niet alleen steden, wegen en bruggen, maar vaderlandsliefde als zodanig.

Men kan het ook bekijken door de ogen van de Albanees in Kosovo. Hij hoort midden in de nacht het diepe gerommel van aankomende tanks en het wanordelijke stampen van laarzen tegen deuren. Eerst denk je dat het zo'n vaart niet zal lopen en haal je je schouders op voor de geruchten. Dan besef je plotseling dat het waar is, dat je alles zult verliezen waar je op zo'n vanzelfsprekende manier gehecht aan was. Het schilderij boven de schoorsteen, keukengerei, de vaas van grootmoeder, het televisietoestel, de eigenwaarde, veiligheid. De kinderen horen angst in je stem als je ze wekt, je bidt voor de eer van je zeventienjarige dochter, maant je vrouw om de sieraden niet te vergeten. Eenmaal op straat is het te laat. Ze staan er al, grijnzend, grappend, ze gooien de koffer leeg en vinden de sieraden. Je mag weg met je kroost. Lopen, nee, rennen, en bukken als je schoten hoort. Waarom doet niemand iets? Waarom wordt treiterende jongens van negentien en twintig geen strobreed in de weg gelegd?

Je kunt het zien door de ogen van de Russen, die zich beschaamd voelen omdat ze zo weinig doen voor hun Slavische broeders. Maar er is geen leer meer die verbreid moet worden, geen ideologie die kracht moet worden bijgezet. Er is alleen dat rare sentiment van een verre etnische overeenkomst, wat niet opweegt tegen de concrete en praktische belangen. Er zit geen olie in Kosovo, geen goud en geen andere economische rechtvaardiging. Rusland is bijna een democratie en het volk heeft andere dingen aan zijn hoofd.

Je kunt het bekijken door de ogen van Chinezen en Indiërs, die nattigheid voelen, omdat hier een precedent wordt geschapen. Ze hebben hun eigen Tibet en Kashmir en als het eenmaal de gewoonte van de wereld-politiemacht wordt om elke afscheidingsbeweging die maar genoeg trammelant maakt het recht op autonomie te geven, is de eigen soevereiniteit zoek. Ze moeten wel afkeuren en protesteren, niet omdat ze de Serviërs aardig vinden, maar omdat ze hun eigen macht over andere volken zien tanen.

Je kunt ook het gezichtspunt van de Amerikanen en West-Europeanen kiezen. Hier is een dictator die, in de bakermat van de Europese beschaving, alle normen van menselijkheid en fatsoen overtreedt. Een crypto-fascist, een etno-communist, afhankelijk van je eigen politieke gezindheid, die de macht van de machtigsten tart, uitdaagt, ridiculiseert. Daar moet een daad tegen worden gesteld, met zo weinig mogelijk kans op gezichtsverlies. De veiligste is die van de bombardementen vanuit de lucht of van grote afstand. Minste kans op bodybags, enkele per ongeluk gevangen genomen soldaten daargelaten. Het moet wel snel zijn afgelopen, omdat de eigen burgers niets voelen voor geldverslindende nobele doelen die hun niet rechtstreeks ten goede komen.

Je kunt het, met enige moeite, ook bekijken door de ogen van Nederlanders. Dat is ingewikkelder. Aan de ene kant heft men makkelijk het vingertje, aan de andere kant heeft men een lange traditie van pacifisme. Pacifisme is misschien een groot woord, het is eerder een traditie van niets doen, ingegeven door blinde onverschilligheid. Daarom werden in de jaren veertig de joden niet daadkrachtiger verdedigd en was men in de jaren tachtig tegen de kruisraketten omdat men dacht dat het zo'n vaart niet zou lopen met de Koude Oorlog. Het Nederlandse pacifisme is soms laf en soms heroïsch. Maar in het geval van deze oorlog neemt het vreemde vormen aan: de kranten staan er te vol van om onverschilligheid voor te wenden. Dus grijpen enkelen naar variaties op Blut und Boden gedachten. Wat hebben wij ermee te maken, die lui daar zijn zo en wij zullen er niets aan kunnen veranderen. Wij hebben onze eigen problemen: asielzoekers, allochtonen, criminaliteit en geluidsoverlast bij Schiphol. En hebben we niet geleerd van die laatste keer dat we er wilden ingrijpen, herinneren we ons Srebrenica nog?

Maar er zijn natuurlijk ook Nederlanders die, zonder een mening te hebben over de bombardementen, vooral begaan zijn met het lot van de vluchtelingen. Hier komt het mooiste van de Nederlanders tot uiting. Ze zijn rappe pakketinzamelaars en met hun vermogen tot organisatie kunnen ze op dat gebied wonderen verrichten. Hoewel er dan weer andere Nederlanders zijn die er smalend over doen. Zij behoren tot de eerste categorie, het soort dat de andere kant opkeek toen de joden werden afgevoerd.

Maar wat zie ik door mijn eigen ogen? Ik zie dat wat ooit begon als afstraffing van een ongehoorzame man, onverwacht en misschien ook onbedoeld is veranderd in een ethischer principe. De westerse wereld weigert `zuiverheid' als ideaal te erkennen. Mensen mogen, moeten door elkaar kunnen leven, ook als ze van afkomst, geloof of uiterlijk verschillen. Etniciteit kan geen reden meer zijn voor wreedheid. De moderne natie is – om dat vervelende woord maar eens te gebruiken – multicultureel: dat is wat de NAVO met een vuistslag heeft afgekondigd. Meer dan welke oorlog is deze er een tegen racisme en etnische zuiverheid. Als Miloševic niet ongestraft de Albanezen uit Kosovo mag gooien, dan mag Le Pen in Frankrijk ook niet hetzelfde wensen voor Algerijnen, of het Vlaams Blok voor Marokkanen. Alle argumenten voor assimilatie, immigratie-beperking en culturele homogeniteit moeten worden herzien. De wereld heeft gezegd dat samenlevingen gemengd zullen zijn, en anders niet zijn. Deze oorlog is daarom ook mijn oorlog.