Als ik mijn ogen dicht doe zie ik een zwart masker

Het lot beslist in uren: een uit Kosovo gevlucht gezin met een gevaarlijk zieke baby kan van een Macedonisch kamp worden overgebracht naar een ziekenhuis in Frankrijk.

Met holle ogen valt hij de tent binnen van de Franse artsen. ,,Mijn baby. Mijn baby. Hij wordt helemaal blauw.'' Jean Sebastien Marx en Thierry Houssaye pakken hun tassen en klauteren over heuvels van het vluchtelingenkamp Stenkovec op weg naar de tent waar Ilir Qorolzi verblijft met zijn vrouw Sabrije. In een grote Franse legertent zitten in de ene hoek een paar oude vrouwen en oude mannen zachtjes te praten. In een andere hoek slaapt Shkilqim, de twee jaar oude zoon van Ilir en Sabrije. De jonge vrouw is opgelucht wanneer ze de witte jassen met opschrift `Samu mondial' ziet.

De artsen stellen snel de diagnose: een infectie aan de luchtwegen waardoor de twee maanden oude baby moeilijk kan ademhalen en vaak moet overgeven. In een normale omgeving een onschuldige aandoening, maar in een tent waar twaalf mensen bivakkeren levensgevaarlijk.

De moeder wikkelt baby Lirim in doeken, de vader maakt zijn zoon wakker en ze gaan op weg naar de tent van de Franse artsen. Onderweg belt Marx met de zaktelefoon; hij probeert het jonge gezin vandaag nog op een vlucht naar Parijs te krijgen. ,,Het moet lukken; hier gaat de baby dood'', zegt de arts.

In de tent van de artsen begint het wachten. Kinderpsychiater Michel Grape stuurt mensen die willen roken weg; Sabrije geeft de baby de borst en Ilir vertelt hun verhaal. Ze woonden in de omgeving van Ferizaj, een plaats ten zuiden van de Kosovaarse hoofdstad Priština. Op 2 april aan het eind van de middag reden Servische paramilitairen door het Albanese dorp. Ze hadden een half uur om hun huis te verlaten. Terwijl tanks op de heuvels verschenen vluchtten de dorpelingen. Aan de rand van het dorp werden ze tegengehouden door zwartgemaskerde, zwaarbewapende Serviërs. De baby kreeg een loop tegen de slaap; het tweejarige zoontje kreeg een mes op de keel. ,,Waar is het UÇK, waar is het UÇK'', brulde een zwart masker. Ilir kon alleen maar zwijgen; hij heeft geen enkele connectie met het Kosovo Bevrijdingsleger. Na vijf minuten lieten ze zijn zoontje los; sindsdien probeert hij zijn vader niet meer uit het oog te verliezen.

Na een paar kilometer scheidde een tweede Servische patrouille de mannen van de vrouwen en de kinderen. Paspoorten, geld en goud werden geconfisqueerd. De twee groepen werden ieder een bos ingejaagd aan weerszijden van de weg. Na een paar honderd meter volgden schoten links en rechts van de weg. De achterblijvers, onder wie de vader en moeder van Ilir, zijn dood. ,,'s Nachts zijn we teruggegaan en hebben we ze samen met drie buren begraven'', vertelt hij met zachte stem; zijn vrouw wendt het hoofd af.

De mannen en vrouwen hielden zich ruim tien dagen schuil in de bossen. Toen ze een grote groep vluchtelingen zagen naderen, sloten ze zich daarbij aan. Afgelopen vrijdag staken ze bij Blace de grens over en werden ze ondergebracht in het vluchtelingenkamp Stenkovec. Twee nachten hebben ze niet geslapen. ,,De baby is ziek en huilt, de ouwe mannen snurken, en wanneer ik mijn ogen dichtdoe zie ik een zwart masker met kille ogen en een satanische lach'', zegt Sabrije.

Na vier uur wachten komt het verlossende telefoontje: ze kunnen naar Parijs. Ilir rent naar de tent om hun twee tassen te halen; Shkilqim van twee zet het op een brullen. Grape blaast van een rubberhandschoen een ballon en tekent er een lachend gezicht op. Het mag niet baten. Pas als zijn vader hem optilt is Shkilqim stil en gaat hij spelen met de ballon. Het gezin zit als eerste in de bus op weg naar het vliegveld van Skopje. Als de bus in de vroege avond wegrijdt holt een meisje van tien jaar erachteraan met in haar hand de bolle rubberhandschoen. ,,Shkilqim, Shkilqim, je vergeet je ballon.''