Actie en sfeer in drie eigentijdse orkeststukken

,,Streven naar een klassiek uitgebalanceerde vorm is vandaag de dag zinloos. Alleen het extreme is interessant.'' Dat is het credo van de Finse avant-gardist Magnus Lindberg (1958) en in compromisloze kamermuziek als Action-Situation-Signification uit het begin van de jaren '80 maakte hij dat credo waar. Nu componeert hij hoofdzakelijk voor een sterk bezet symfonieorkest, zoals het bijzonder fraaie Feria (1995-1997), dat zijn Nederlandse première beleefde bij het Residentie Orkest. Tegelijkertijd is er een meer uitgebalanceerde vorm in een harmonisch uitgewerkte voorgrond tegen een gelukkig nog steeds heel rijke achtergrond. Want dat credo is ondertussen niet ingeruild voor een nieuw, zoals bij zo veel van zijn postmodern componerende collega's, die steeds gelikter werk afleveren.

Feria behoudt de vroegere ruwe en ruige klankkwaliteit, al is het dan in zijn majesteitelijke monumentaliteit veel toegankelijker dan bijvoorbeeld Kraft uit 1985. Compacte brokstukken, hard en intens, bestempelen Lindberg als een soort van muzikale hunebedbouwer. Met name het krachtige koper en het slagwerk kunnen zulke associaties opwekken. Lindberg onderneemt meteen actie, een rusteloze natuur. Weliswaar dunt hij in het centrum uit, maar een impressionistische contemplatie hoeft men van hem niet te verwachten.

Trillers zijn meestal een stoplap, maar hier niet, de intensiteit vervliegt geen moment. Prachtig is hoe de piano als hefboom werkt, de trillers van de houtblazers overnemend om weer met sterke bassen naar het slot toe te werken. Dit seizoen is Lindberg `composer in residence' bij het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen. De Belgische creatie van zijn Fresco vindt op 24 november in Antwerpen plaats tezamen met orkestwerk van Giacinto Scelsi.

Het Residentie Orkest, in meesterlijke klankpracht musicerend, combineerde Lindberg met concerten voor saxofoonkwartet en orkest van Tristan Keuris uit 1986 en van Geert van Keulen uit 1998. Het jubilerend Raschèr Saxophone Quartet had er letterlijk de handen aan vol, want Van Keulens Tracks behandelt de saxen, net als Ketting in zijn Symfonie voor saxofoons en orkest, als één compact instrument, in feite een mini-symfonieorkest.

Twee snelle delen van Tracks omvatten een Molto tranquillo dat groeit vanuit een eenstemmigheid, opbloeiend in Messiaen-achtige lyriek. Ook het eerste deel heeft kwaliteit. Problematischer is het slotdeel dat maar voortraast. Als het concert met het langzame deel was geëindigd had het zeker nóg meer enthousiasme losgemaakt.

Rain, Steam and Speed van Peter van Onna, in de Matinee gespeeld door het Radio Filharmonisch Orkest, bezit ook al een rijke schakering aan contemplatie en actie. Maar precies andersom als bij Van Keulen en Lindberg begint Van Onna eerst met het opzetten van een sfeertekening, voorzichtig de ruimte aftastend, en wordt de actie voorbehouden aan het centrum. Van Onna heeft iets met driedelige titels, zoals Scuro-Chiaro-Scuro voor orkest of Direction-Speed-Maims voor trio. Maar Rain, Steam and Speed slaat niet op een driedelige vorm. De titel is ontleend aan het gelijknamige schilderij uit 1844 van William Turner van een locomotief. Het wat kinderlijke realisme van pompende zuigers, een versnellende beweging, het Dopplereffect van de voorbijrazende trein stoort nauwelijks, daarvoor is de stilering te sterk doorgevoerd. In de ingehouden sfeertekening is Van Onna op zijn best. De hoge ijle noten in de strijkers in begin en eind werken betoverend, en de onrust in korte motiefjes is een effectvol pas- en maatwerk. Meer moeite heb ik met de krachtuitbeelding in het centrum. Dat was meer iets voor Lindberg geweest, en die had dan vermoedelijk de rest liever weggelaten!

Overigens wist Sian Edwards, invallend voor Edo de Waart, de krachtige beweging uitstekend de doseren. Zij is er minder op uit om details uit te diepen, ook in het Vioolconcert van William Walton en Bartóks Concert voor orkest hield zij vooral de grote lijn in het oog. De slag is duidelijk, links en rechts congruerend, dynamische verschillen geeft zij nauwelijks aan. Violist Arkadi Gutnikov uit de school van Zakhar Bron, die talenten opleverde als Vengerov en Repin, speelde het halsbrekende Presto met het grootste gemak. Wat hem betreft had Walton daar nog wat noten bij mogen schrijven. In de lyriek is hij stereotiep, steeds hetzelfde vibrato, extreme virtuositeit heeft vooralsnog zijn grootste aandacht.

Residentie Orkest o.l.v. Jac van Steen. Gehoord 16/4 Anton Philipszaal Den Haag.

Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Sian Edwards. Gehoord 17/4 Concertgebouw Amsterdam. Uitzending Radio 4 30/6.