Voordeel voor het `mannenberoep'

Het inruilen van een nabestaandenpensioen voor een hoger ouderdomspensioen kan voor voordelig zijn. Vooral in bedrijven waar weinig vrouwen werkzaam zijn, kan het voordeel oplopen.

Wie aan een pensioenregeling deelneemt – en dat zijn vrijwel alle mensen die ergens in loondienst werken – bouwt niet alleen een ouderdomspensioen op, maar ook een nabestaandenpensioen. Voor gehuwden en samenwonenden mag dat misschien een geruststellende gedachte zijn, niet iedereen heeft hier behoefte aan. Nederland telt, de 65-plussers niet meegerekend, anderhalf miljoen alleenstaanden, die braaf meebetalen aan de pensioenen voor de nabestaanden van hun collega's.

Het kabinet wil op korte termijn een einde maken aan deze solidariteit. Op grond van artikel 2b van de Pensioen- en Spaarfondsenwet mag iedereen straks zelf kiezen. Wie afziet van het recht op een nabestaandenpensioen, krijgt een hoger eigen ouderdomspensioen.

Dat klinkt eenvoudiger dan het is, want op welk moment laat je mensen die keuze maken? Iemand die op zijn dertigste getrouwd is en zijn partner graag goed verzorgd wil achterlaten, kan op zijn 50e wel eens gescheiden zijn. Om die reden heeft een aantal pensioenfondsen besloten mensen pas op 65-jarige leeftijd te laten kiezen tussen een nabestaandenpensioen voor hun partner of een hoger ouderdomspensioen voor zichzelf. Dat lijkt het ei van Columbus, maar volgens Diede Panneman, actuaris bij KPMG Brans & Co, zitten aan deze oplossing nogal wat haken en ogen. ,,Mannen en vrouwen hebben verschillende levensverwachtingen, dus je kunt niet met een simpel rekensommetje een nabestaandenpensioen opgeven en daarvoor in de plaats wat extra ouderdomspensioen terugkrijgen'', zegt Panneman. Een vrouw die nu 65 jaar is, heeft statistisch gezien nog een kleine 20 jaar te gaan, terwijl haar 65-jarige man slechts op 14 jaar mag rekenen. Daar komt nog eens bij dat in de meeste relaties de vrouw een paar jaar jonger is dan haar man. De kans dat een vrouw een mannelijke nabestaande achterlaat, is daarom niet groot. Het omgekeerde gebeurt wel: mannen laten een vrouwelijke nabestaande achter, die waarschijnlijk een lange reeks van jaren een nabestaandenpensioen nodig heeft.

,,Dat maakt het ingewikkeld om een nabestaandenpensioen om te zetten in een hoger ouderdomspensioen,'' aldus Panneman. ,,Die verschillende levensverwachtingen zorgen ervoor dat het nabestaandenpensioen ten behoeve van een man slechts 5 procent waard is van het ouderdomspensioen van zijn vrouw. Maar het nabestaanden-pensioen voor een achtergebleven vrouw is ongeveer 25 procent van het ouderdomspensioen van haar man waard.'' Dat betekent dat een vrouw die afziet van het recht op een nabestaandenpensioen voor haar partner haar eigen ouderdomspensioen met 5 procent verhoogd ziet worden. Een man die afziet van een pensioen voor zijn partner, krijgt 25 procent extra ouderdomspensioen. Het kabinet heeft echter bepaald dat dergelijke verschillen in pensioenuitkomsten ontoelaatbaar zijn. Pensioen geldt als uitgesteld loon en mannen en vrouwen hebben wettelijk recht op gelijke beloning.

,,Pensioenfondsen zijn driftig aan het rekenen'', zegt Panneman. ,,Ze laten de waarde van de nabestaandenpensioenen afhangen van de man-vrouwverhouding binnen het fonds. Een fonds in een bedrijfstak waar overwegend vrouwen werken, stelt de waarde van het nabestaandenpensioen eenvoudig op 5 procent. Iemand die afziet van het nabestaandenpensioen, krijgt 5 procent extra ouderdoms-pensioen.

Maar in bedrijfstakken waar vooral mannen werken, krijgt men 25 procent extra. Als de man-vrouw-verhouding gelijk is, hanteren de fondsen het gemiddelde van 15 procent.'' Panneman rekent voor wat dat in de praktijk betekent. ,,Iemand verdient 100.000 gulden per jaar en gaat met pensioen. Het is iemand met een mooie pensioenopbouw, dus hij mag rekenen op een pensioen dat gelijk is aan 70 procent van zijn laatste loon, dus 70.000 gulden. Dit bedrag bestaat voor ongeveer 25.000 gulden uit AOW en voor zo'n 45.000 gulden uit een aanvullend pensioen dat opgebouwd is bij een pensioenfonds. De persoon in dit voorbeeld ziet af van een nabestaandenpensioen en wil in plaats daarvan een hoger ouderdomspensioen. Als hij bij een grootwinkelbedrijf werkt of een andere bedrijfstak waar vrouwen in de meerderheid zijn, gaat zijn pensioen jaarlijks met 2.250 gulden omhoog, namelijk 5 procent van 45.000 gulden. Als hij in een branche werkt waar de manvrouwverhouding gelijk is, gaat zijn pensioen met 6.750 gulden omhoog. Werkt hij in de metaal of een andere mannenbedrijfstak, dan krijgt hij 11.250 gulden extra, namelijk 25 procent van 45.000 gulden.''

De pensioenwereld maakt zich hier zorgen om. Niet alleen omdat het niet te verdedigen is dat de hoogte van een pensioen afhangt van de bedrijfstak waarin mensen werkzaam zijn, maar ook omdat ze bang zijn dat veel vrouwen zullen afzien van het recht op een nabestaandenpensioen voor hun mannelijke partner. Een vrouw die in een fiftyfifty- of mannenbedrijfstak werkt, kan op die manier haar ouderdomspensioen met 15 of 25 procent verhogen. Als ze toch nog behoefte heeft aan een nabestaandenpensioen voor haar man, kan ze dat voor een fractie van dat bedrag regelen bij een particuliere verzekeraar. Het nabestaandenpensioen voor een man is tenslotte maar 5 procent waard.

,,Het is de vraag of een particuliere verzekeraar bereid is het overlijdensrisico van ouderen te accepteren, maar in theorie is het mogelijk'', zegt Panneman. De eerste 65-jarige vrouw die het probeert, vangt wellicht bot. Maar zodra verzekeraars merken dat grote groepen vrouwen geïnteresseerd zijn in zo'n verzekering, zijn zij in staat hun risico's te spreiden en zullen ze waarschijnlijk dankbaar gebruik maken van dit gat in de markt.

Het gevaar van deze constructie is, dat er weinig overblijft van de solidariteit waarop het pensioenstelsel is gebaseerd en dat de kosten zullen toenemen. Daar staat tegenover dat het gros van de werkende vrouwen tot voor kort geen volwaardig pensioen kon opbouwen. Ze mochten vaak niet toetreden tot een pensioenfonds doordat ze in deeltijd werkten of getrouwd waren. De keuzemogelijkheid die het kabinet nu biedt, is weliswaar primair bedoeld om alleenstaanden eerlijker te behandelen, maar heeft onbedoeld het effect van reparatiewetgeving ten behoeve van vrouwen.