Steekpartijen wekken beroering

Het allermooiste spel van 1998 was ongetwijfeld dit:

Noord gever

Noord

Allen kw.

♠ Axxx

♡ Hx

♦ Axxx

♣ ABx

West

Oost

♠ Vx

♠ Bxx

♡ Vxx

♡ B109xxx

♦ B10xx

♦ Vx

♣ 109xx

♣ Vx

Zuid

♠ Hxxx

♡ Ax

♦ Hxx

♣ Hxxx

Voor de goede orde, de kleine kaarten zijn in de vergetelheid geraakt. Vandaar dat ik ze, zoals te doen gebruikelijk, heb aangegeven met kruisjes. Zelfs met open kaarten is nauwelijks te bedenken hoe 6♠ (uiteraard in NZ) is te winnen. Maar je weet maar nooit. Noord was leider en kreeg ♡B uit voor het aas. Zelfs al vindt de leider ♣V-tweede-achter, dan nog lijkt aan het verlies van een troef en een ruiten niet te ontkomen. De leider sloeg troefaas en troefheer, incasseerde achtereenvolgens ♦A, ♦H, ♣A, ♣H en ging van slag met de derde troef. West gooide een harten af. Oost, die alleen nog maar harten over had, was gedwongen in de dubbele renonce te spelen. Noord troefde, in zuid verdween een ruitentje. Op zichzelf was dit nog niet voldoende voor contract, maar ondertussen had zich een klein wonder voorgedaan. West, één slag eerder nog in het bezit van ♦B10 en ♣109, zat in een `troefdwang'. Gooide hij een ruiten af, dan troefde de leider de derde ruiten in zuid en werd de vierde ruiten in zijn hand hoog. Zou west een klaver laten varen, dan incasseerde de leider eerst ♣B, om dan met een afgetroefde ruiten de dummy te bereiken, waarna de vierde klaveren tot twaalfde slag was gepromoveerd.

Onwaarschijnlijk mooi gespeeld en echt gebeurd. Eigenlijk was het spel meer onwaarschijnlijk afgespeeld dan mooi, want de leider, die afzag van de snit op ♣V, nam bepaald niet zijn beste kans mee. Ik heb het spel voor de zekerheid laten naspelen door GIB. Dit bridgeprogramma, dat qua afspel zo'n beetje Meesterklasse-niveau heeft, ging van de tien keer dat het zijn virtuele tanden in het slem zette, evenzovele keren down.

Het spel is inmiddels de Straf- en Tuchtcommissie van de Nederlandse Bridge Bond gepasseerd. Het is afkomstig uit de hoofdklasse van het district Gooi- en Ommelanden: Groen Wit uit Hilversum tegen Lelystad. De leider, de 72-jarige Hilversummer Evert V., zou het voor aanvang hebben gestoken. Van hem is bekend dat hij spellen onder in plaats van boven tafel schudt. Hij erkent dat. Hij erkent eveneens dat hij, samen met zijn partner, de sleutel heeft van de spellenkast.

Het bewuste spel ging als een lopend vuurtje door het Gooi. Na enige maanden van nijver speurwerk bleek een identiek spel (met B bij oost, maar voor de rest hetzelfde) jaren eerder beschreven te zijn door de Zweed Eric Jannersten in zijn klassieke boek With Open Cards (probleem 40, pagina's 142 en 143). En hetzelfde spel was ook al eens gebruikt als probleem op de Teletekst bridgepagina, in maart 1996.

Het bieden trouwens, begon ook al zo gek. Hoewel Evert V. en zijn partner vijfkaarten hoog spelen, opende noord deze kaart toch met 1♠. Later verklaarde hij dat hij een klavertje bij de schoppen had zitten. Deze en nog wat andere belastende omstandigheden deden de Straf- en Tuchtcommissie besluiten V. schuldig te achten. Zijn gedrag werd dermate abject geacht dat de commissie hem het liefst de maximale straf van vijf jaar uitsluiting van bondswedstrijden had willen opleggen. Gezien de leeftijd van V. vond men drie jaar voldoende.

V. zelf houdt vol onschuldig te zijn. Inderdaad heeft hij het spel zo gespeeld, maar vraag hem niet waarom. Zijn partner, een dame die zich sinds jaar en dag voor de club inzet en van bondswege om die reden ooit eens met een `Kei' werd beloond, weet het antwoord: Evert en ik bieden vaak heel hoog. We nemen grote risico's en gaan dan ook veel down. Maar je moet niet gek staan te kijken als er af en toe een slemmetje komt binnenrollen. Geëmotioneerd voegt ze er nog aan toe: hoe kunnen ze Evert zo te grazen nemen? Hij is volstrekt eerlijk. En die Kei gooi ik terug!

Inmiddels is V. in beroep gegaan. Zijn advocaat, nog bezig met het beroepsschrift, liet al doorschemeren problemen te hebben met de bewijsvoering van de commissie.

Voer voor juristen is ook een ander akkefietje, dat min of meer tezelfder tijd loopt bij het College van Beroep van de Nederlandse Bridge Bond. Tijdens een wedstrijd in dat district zou door diverse spelers en arbiters zijn geconstateerd dat de bejaarde Bert W., ooit een belangrijk man binnen het district en de Nederlandse Bridge Bond, op vrij platte wijze spellen stak. Eerdergenoemde Straf- en Tuchtcommissie liet zich er inderdaad van overtuigen dat W. tijdens het schudden met regelmaat kon zien over welke handen bepaalde honneurs verdeeld zaten. Op zichzelf betwistte W. dat ook niet, maar voerde ter verdediging aan dat hij door ziekte aan zijn handen de kaarten wel eens onhandig en vreemd vasthield en schudde.

Voor dit argument bleek de commissie gevoelig en zij sprak Bert W. vrij, temeer daar niet van enig voordeel voor hem was gebleken. Wel werd W. geadviseerd vóór het geven de kaarten te laten couperen of iemand anders te laten schudden. W. blij, want hij was min of meer van alle blaam gezuiverd. Desalniettemin kreeg de zaak een staartje, want het Bondsbestuur zelf heeft beroep aangetekend. Om principiële redenen: de mogelijkheid mag niet bestaan dat voor aanvang van een wedstrijd de ene partij meer kennis kan hebben van de kaarten dan de andere. Over de afloop van de beroepsprocedures houd ik u op de hoogte.

Op de valreep een ander bericht. De penningmeester van de Nederlandse Bridge Bond, Ton Valk, heeft aangekondigd, in de eerstvolgende algemene vergadering van de bond zijn ontslag in te dienen. Reden: een geschil met de overige bestuursleden inzake sociale voorzieningen ten behoeve van een ex-werknemer.