Slechte (?) leraren

De schrijver van een ingezonden brief in deze krant blijkt nogal te zijn geschrokken. `Tot mijn verbijstering las ik', zo laat hij ons weten, `dat de bonden de bevoegdheidseisen voor leraren willen loslaten onder het motto 'beter een slechte leraar dan geen leraar'.'

Ik ben niet verbijsterd, zeker niet waar het gaat om een maatregel die me bepaald zegenrijk lijkt. Maar laat ik, voor ik dit toelicht, eerst dat motto nader onder de loep nemen.

De bonden bestaan bij de gratie van de contributie van hun leden: vrouwen en mannen dus die ooit een onderwijsbevoegdheid hebben behaald. Om die achterban te behagen, wordt naar buiten toe de suggestie gewekt dat gediplomeerde leraren per definitie competente, en ongediplomeerde leraren per definitie incompetente, sterker nog, `slechte' leraren zijn. Terwijl iedere insider weet dat het eerste een mythe is. Veel lerarenopleidingen hebben bijvoorbeeld jarenlang incompetente leraren opgeleid, waar scholen het bij gebrek aan beter maar mee moesten zien te rooien. Ook worden, als gevolg van de financiering, leraren soms ingezet voor vakken of voor klassen waar ze niet geschikt voor zijn. Soms ook heeft de leerlingenpopulatie zich zo ontwikkeld dat de leraar die ooit competent was, dit niet langer is nu een appèl wordt gedaan op heel andere kwaliteiten. De van overheids- en vakbondswege bevorderde immobiliteit heeft er bovendien voor gezorgd dat mensen die op de verkeerde plek zitten, hun verdere leven op die verkeerde plek moeten slijten. Als bond van en voor ben je natuurlijk niet zo onverstandig om daar publiekelijk op te wijzen. Aan de andere kant ontgaat je niet de noodzaak uit andere sectoren personeel aan te trekken. Dus doe je dat onder het motto `beter een slechte leraar dan geen leraar'.

Maar waarom zou deze ontwikkeling nu een zegenrijke uitwerking kunnen hebben op ons onderwijs? Die `slechte' leraren dienen een hbo- of universitaire opleiding te hebben gevolgd. Bovendien moeten ze ook nog eens scholing volgen. Uit onderzoek is gebleken dat de lerarenopleidingen in het hbo tot voor enkele jaren werden bezocht door uitgesproken zwakke en weinig gemotiveerde studenten. Verder hebben visitaties uitgewezen dat veel opleidingen ver onder de maat waren. Die combinatie van zwakke studenten en zwakke opleidingen zou dan goede leraren hebben opgeleverd, terwijl degene die welke studie dan ook heeft gevolgd, affiniteit heeft met het werken met jongeren, misschien ook nog eens ervaring heeft met het werken in een andere sector en bovendien ook zin heeft om eventuele leemten in kennis en kunnen op te vullen, zo iemand zou dan een `slechte' leraar zijn? Onzin natuurlijk. U moet zich niet door die vakbondstaal van de wijs laten brengen; die is bedoeld voor het thuisfront.

Netelenbos meende indertijd het tekort te kunnen opheffen door iedereen met een onderwijsbevoegdheid aan te schrijven. Deze mammoetoperatie van zo'n 170.000 brieven heeft als oogst 312 herintreders opgeleverd. Als je er rekening mee houdt dat sommigen van hen ook zonder die brief waren ingetreden, dat het hierbij gaat om mensen en niet om volledige banen, dat we nog maar moeten afwachten hoeveel van hen er blijven en als we ook nog eens bedenken dat de toch al schrale oogst het schraalst is in de gebieden met de ernstigste tekorten, dan vind ik daarin een bevestiging van wat ik vorig jaar mei op deze plek voorspelde: `De enige die daar profijt van trekt, zo kan ik u op voorhand verzekeren, is het postbedrijf.' En wat blijkt? Het gaat inderdaad uitstekend met ons postbedrijf.