Rekenen voor een miljoen

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) wonen er 200 duizend miljonairs in ons land. Een daardoor geïnspireerde, werkende lezeres uit Nieuwegein (35 jaar) vraagt zich af hoe je met weinig geld snel miljonair nummer 200.001 kan worden: `En kom niet met de dooddoener dat ik een miljonair moet trouwen.'

Iedereen kan een miljoen bijeen sprokkelen, mits hij of zij wil nadenken, (on)regelmatig investeren in de economie, koers houden en zich wil laten leiden door een gezond (financieel) verstand. Het succes hangt af van vier factoren: de omvang van de investeringen, het behaalde rendement (en/of de beleggingswinsten), de directe herinvestering van de behaalde winsten en het beoogde moment om de buit binnen te halen, ook de beleggingshorizon genoemd. Enkele voorbeelden ter verduidelijking.

Een eenmalige investering van 10 duizend gulden groeit tegen 8 procent netto (na aftrek van belasting en kosten) gemiddeld per jaar na 20 jaar broeden aan tot 47 duizend gulden, en in 30 jaar tot een ton; tien maal de inleg. Een kapitaal van 100 duizend gulden verandert dus in 20 jaar in 470 duizend gulden en in 30 jaar in het beoogde miljoen. De Nieuwegeinse beschikt daarmee op haar 65ste over een forse pensioenreserve. Ze moet alleen bij financiers of royale ouders een ton lenen, liefst vrij van rente, als ze die zelf niet bezit.

Een alternatief broedplan draait om maandelijkse besparingen, bijvoorbeeld samen met de inleg voor een werknemersspaarregeling. Om na 30 jaar op een miljoen uit te komen, moet zij elke maand circa 300 gulden (3.700 gulden per jaar) investeren en netto 12 procent rendement per jaar maken.

Gerekend over 30 jaar komt de totale investering uit eigen middelen, naast de investering van de behaalde winsten, op 111 duizend gulden. Dat is aanzienlijk meer dan de vereiste eenmalige inleg van 33,4 duizend gulden tegen 12 procent, om een miljoen te maken. Een hoog beginkapitaal groeit veel sneller dan regelmatige, geringere besparingen. Een ongeduldige krapitalist moet daarom zorgen voor een snelle start, of een combinatie van een flink beginkapitaal en trouwe, periodieke besparingen.

Maar deze miljonaire in spe wil geen dertig jaar wachten, hoewel ze in de loop van die jaren over een alsmaar groeiend vermogen beschikt waar ze helaas niet aan mag komen, omdat je een broedende kip niet mag storen. Ze wil liefst over 20 jaar, op haar 55ste stoppen met werken, en dat miljoen gebruiken als overbrugging naar en aanvulling op haar normale ouderdomspensioen plus AOW. Kan dat? Ja, als je uitgaat van bepaalde optimistische veronderstellingen, een belegginsplan, en beseft dat die geen enkele garantie bieden.

We nemen aan dat een bepaalde (uitleg volgt hierna) belegging in aandelen, dus een investering in de economie, gemiddeld 15 procent per jaar oplevert. De Nieuwegeinse beschikt op dit moment over een beginkapitaal, legt elke maand (of ieder jaar) een bedrag opzij en belegt af en toe (tantième, schenking, erfenisje) op een gunstig moment wat extra voor haar goede doel.

De eenmalige investering bedraagt 20 duizend gulden en rijpt in 20 jaar tot 327 duizend gulden. De regelmatige inleg bedraagt 4.000 per jaar, ruim 300 gulden per maand, en levert 471 duizend op. Samen bijna 800 duizend gulden; 327.000 plus 471.000. De ontbrekende twee ton komen naar keuze uit een hoger startkapitaal, meer inleg en/of enkele incidentele donaties.

Waar maak je 15 procent per jaar als je niets van de economie, de beurs en aandelen weet? In een beleggingsfonds. Daar zijn er honderden van. Hun aantal groeit sneller dan de konijnen in het veld. Daarom is een beperking gewenst.

Kies voor het beleggingsfonds van je eigen bank dat belegt in allerlei bedrijven over de hele wereld. Dat is goedkoop qua kosten, eenvoudig qua keuze, je bank weet er alles van en je laat moeilijke beslissingen (welke werelddelen, landen en sectoren gaan het goed doen) over aan de beheerder van het fonds. Omdat we maar één wereld kennen, beschikt iedere bank over één wereldfonds. Voorbeelden: Ohra Aandelenfonds, Fortis Obam, ING Bank Global Fund, Postbank Aandelenfonds, ABN Amro Global Fund, Van Lanschot Global Equities Fund, Robeco en Rolinco (Robeco Groep en Rabobank), VSB Aandelenfonds, Delta Lloyd Investment Fund, Aegon Aandelenfonds, Generale Bank Aandelenfonds.

Hun rendementen gemeten over de afgelopen vijf jaren lopen ruwweg uiteen van 10 procent, het slechtste fonds, tot 20 procent per jaar voor het beste. Gemiddeld zo'n 15 procent, althans in het verleden. Of dat zo blijft, weet niemand. Wie zich niet wil verdiepen in de onoverzichtelijke fondsenwereld blijft uit gemakzucht bij zijn eigen bank en vraagt daar advies voor de beste route naar de pot met goud.

Wie kiest voor een ander wereldwijd fonds, bijvoorbeeld een buitenlands, moet oppassen niet in zee te gaan met een bemiddelaar/adviseur die circa 4 procent provisie van je inleg aftrekt. Dus: altijd vragen naar de kosten en die zwart op wit laten zetten.

Verder speelt het nieuwe belastingsysteem gepland voor 1 januari 2001 een rol. Maar als je deze belegging ziet als een privé-oudedagsvoorziening kan het nieuwe systeem gunstiger zijn dan het huidige. Maar: alles moet nog door de politiek worden behandeld. Daarom heeft het weinig zin om daar op vooruit te lopen. Het beschreven plan zal resultaat opleveren, ongeacht de wijzigingen in de belastingwetten.