Niet wijken voor de Rijksdag

Dit jaar vertrekken de Duitse politici uit Bonn. In het derde deel van een serie over de verhuizing naar Berlijn een gesprek met de buren van de Rijksdag, die maandag wordt geopend.

Heike en Jörg Fitzal zijn de buren van de Rijksdag. Al jaren wonen ze tussen de bouwkranen, de drilboren en de graafmachines. En al die tijd hebben zij een bittere strijd geleverd om hun woning voor afbraak te behoeden – samen met de andere bewoners van het woonblok in de Luisenstrasse langs de Spree.

Zij willen niet wijken voor de graafmachines van de parlementariërs in Berlin Mitte. Pal onder hun balkon verrijst het Marie-Elisabeth-Lüders-Haus waar kantoren en bibliotheek van de Bondsdag worden ondergebracht. ,,Wij blijven. Het is ook onze buurt, onze hereniging. Wij Ossies hebben er geen probleem mee om hier met de regering samen te leven'', zegt Jörg Fitzal lakoniek.

Jörg is 36 jaar. Hij werkt enkele straten verderop als kok in het hotel Maritim; in de Friedrichstrasse, de beroemde straat waar in de jaren twintig de wilde meisjes dansten, in de jaren dertig nazi-uniformen de cafés bevolkten en waar na de oorlog Berlijners elkaar bij de grens tussen Oost en West huilend in de armen vielen.

Jörg ziet uit naar de opening van de Rijksdag, de nieuwe zetel van het parlement, die komende maandag door de Bondsdagleden uit Bonn wordt ingewijd. Het ruim honderd jaar oude parlement, dat in 1933 door Hitler werd uitgeschakeld, is voor 600 miljoen mark gerenoveerd. Vanaf hun drie-kamer-flat, die ze met hun zoontjes Marko (12) en Enrico (8) bewonen, kan Jörg zo de grote glazen koepel inkijken, die de Britse architect Sir Norman Foster op de Rijksdag heeft gezet.

De verhuizing van regering en Bondsdag naar de Berlijnse hoofdstad is al in volle gang. Aan het eind van de zomer moet de Umzug zijn voltooid. De opening van de Rijksdag signaliseert de komst van de Berlijnse Republiek, die volgens bondskanselier Gerhard Schröder de democratie in Bonn met de Zivilcourage van de Oost-Duitsers verbindt. Het is de kroon op de hereniging tussen Oost- en West-Duitsland.

Bijna tien jaar na de val van de Muur zijn bij Jörg nog duidelijke sporen van euforie te merken. Vlak voor de hereniging op 3 oktober 1990 verhuisden Heike en hij vanuit Thüringen naar Berlijn. Ze wilden er `middenin' wonen, middenin het oude, oostelijke centrum van de stad waar het `nieuwe Berlijn' ontstaat.

,,De hereniging heeft ons veel meer mogelijkheden geboden. ,,De wereld is open, we reizen en voor mijn werk in het hotel kan ik tegenwoordig alles krijgen wat ik nodig heb.'' Berlijn is de toekomst, zegt Jörg. ,,Als de regering-Schröder er eenmaal is, komen er nog meer gasten naar onze stad.''

Jörgs vrouw Heike (34) heeft bedenkingen. Ze is net werkloos geworden. De Berlijnse dochter van het West-Duitse moederbedrijf uit Ost-Friesland moest dicht. Heike klinkt teleurgesteld, omdat ze uitkijkt op de gebouwen waarvoor zij de ontluchtingstechniek moest verzorgen. ,,Zo gaat dat in de nieuwe republiek'', zegt ze met een wrang lachje. ,,Ik stond van de ene dag op de andere op straat.''

Van haar had de regering net zo goed in Bonn kunnen blijven, en Berlijn de hoofdstad kunnen laten. Net als bij Amsterdam en Den Haag. ,,Er moet toch bezuinigd worden'', zegt Heike over de verhuizing, die alles bij elkaar ten minste 20 miljard mark gaat kosten. Voor de regering is alleen het ,,duurste en beste'' goed genoeg, merkt ze schamper op. ,,Gewone mensen als wij krijgen elke dag te horen dat er bezuinigd moet worden. Er is zelfs geen geld meer voor de scholen''. Ze wijst naar een parlementsgebouw dat met 100 miljoen weer `een tikkeltje duurder' uitvalt.

Heike vreest dat er in de stad een nieuwe elite ontstaat, die de mentale deling tussen West-Duitsers en Oost-Duitsers alleen maar zal versterken. ,,De regering heeft voor negen miljoen mark een speciale supercrèche laten bouwen voor de kinderen uit Bonn, terwijl wij hier in Mitte genoeg crèches hebben. Maar ze willen niet dat hun kinderen met Oost-Berlijnse kinderen in aanraking komen. Alsof er met ons iets mis is''.

,,We krijgen het gevoel dat we tweede-klas-burgers zijn. Door de bouw van de muur zijn we toevallig aan de oostkant belandt. Als de Amerikanen de streep iets anders hadden getrokken, hadden we aan de goede kant gezeten.''

Van de DDR werd gezegd dat het geen democratie was, zegt Heike, die ,,heus wel'' blij was met de Wende (,,zo kon het niet langer''). ,,Maar in de democratie die we nu hebben, wordt ons evenmin iets gevraagd.''

Daarom hebben Jörg en Heike, samen met de andere 164 huurders in hun huizenblok, het recht in eigen hand genomen, toen de nieuwe grote buur hun woningen wilde afbreken. ,,We wilden ons niet laten verjagen, zoals vele anderen'', zegt Jörg, die actief is in de huurdersvereniging Spreebogen.

Veel Ossies keren het centrum de rug toe en trekken naar de buitenwijken. Ruim veertig procent van de oude bewoners is de afgelopen jaren vertrokken. Zij worden afgelost door jonge Duitsers, die uit Oost en West naar Mitte worden gezogen om met een nieuwe baan, studie of bedrijf te beginnen.

Heike en Jörg laten zich niet verdrijven met ,,mooie afkoopsommen''. Zij willen zich geen verliezers van de Wende voelen. ,,Wij zijn Duitsers, die lang door een muur van elkaar gescheiden zijn. Natuurlijk moeten we aan elkaar wennen. Maar hier in Mitte moet het toch mogelijk zijn met elkaar samen te leven'', zegt Jörg. ,,Wij zijn hier niet weg te slaan. Alles kunnen we te voet bereiken: de Rijksdag, Tiergarten, de Gendarmenmarkt, de Pianobar, het Nikolaiviertel. Wat is er mooier dan 's avonds gezellig over Unter den Linden te slenteren of in het Friedrichstadtpalast een van die prachtige supershows te beleven.''

VORIGE AFLEVERINGEN: www.nrc.nl