Mansholt

Mansholt was altijd goed voor redelijke kopij (Z 10 april). Als leerling-journalist (bij Het Vrije Volk) werd ik op een zaterdagochtend in 1958 uit bed gebeld door de chef van de parlementsredactie. Of ik in Woerden een verkiezingsbijeenkomst met Mansholt wilde verslaan. Ik was blij: Mansholt stoeiend met boze boeren.

Als jonge journalist had je toen geen auto, ik kwam kletsnat op het station aan. In Woerden holde ik naar de plek waar Mansholt met zijn partijgenoten en de boeren moest zitten. In het voorbijgaan zag ik voor het grote café een podium. Op dat moment kwam Mansholt naar buiten. Een PvdA-persoon wilde hem een paraplu boven het hoofd houden. De minister schoof die opzij.

Hij klom op het spreekgestoelte. Zwijgend keek hij naar `zijn' boeren, die huiverend uit het warme, droge café kwamen. Ze verzamelden zich om hun `rode vijand'. Het regende zo hard dat Mansholt nauwelijks te verstaan was. Aan een paar boeren vroeg ik wat ze van hem dachten, eentje grinnikte.

In het café vroeg ik aan de kletsnatte Mansholt: ,,Nog iets bijzonders gezegd?''

,,Nee'', zei hij met een lachje, ,,ik zou het niet weten. Maar wel wat gedaan!''