Lijken en manuscripten

Pas in 1978 bezocht ik de Chinese Volksrepubliek voor de eerste keer, en wel in de hoedanigheid van reisleider. Ook voor 1978 was het niet helemaal onmogelijk om naar China te reizen, maar dan deed men dat toch vooral als `vriend van China' en dat is een kwalificatie die ik tijdens de jaren van het bewind van `de Bende van Vier' nooit heb geambieerd. Toen China uiteindelijk weer op ruimere schaal werd opengesteld voor het internationale toerisme, nam ik dan ook graag de eerste de beste gelegenheid te baat om naar China te vertrekken.

De reis van het gezelschap bracht ons van Canton via Changsha en Xi'an naar Peking. Omdat de toeristenindustrie nog in de luiers lag, was het programma dat ons werd voorgeschoteld toch nog grotendeels dat wat eerder georganiseerd was voor bezoekende vrienden. Zo bezochten we onder andere een volkscommune, een borduurwerkplaats, een pottenbakkerij en een textielfabriek.

Natuurlijk bezochten we ook geijkte toeristenattracties. Zo werden we in Changsha naar het spiksplinternieuwe museum gebracht dat was gewijd aan de opgravingen bij Mawangdui. In het plaatsje Mawangdui, even buiten Changsha, waren in 1973 drie graven blootgelegd uit de eerste helft van de tweede eeuw v.Chr. Deze graven waren nooit geplunderd en verbluften de opgravers door de rijkdom en verscheidenheid van de hoogwaardige grafgiften. Een kleine selectie uit deze voorwerpen is ook in Nederland te zien geweest in 1994-1995 tijdens de tentoonstelling `China's Verre Verleden, rijke vondsten uit Hunan' in de Nieuwe Kerk te Amsterdam.

De drie graven bij Mawangdui waren die van Li Cang, markies van Dai en kanselier van de prins van Changsha, van Li Cang's echtgenote, en van een van hun zonen (deze laatste was begraven in 168 v.Chr.). Het pièce de résistance van de opgravingen was het lijk van Li Cang's echtgenote: drijvend in een kwikoplossing in een luchtdicht afgesloten lijkkist was het lichaam van de overledene ook na meer dan tweeduizend jaren nog perfect bewaard. Het veerde zelfs nog terug als je met je vinger in de buik porde, schreven de dolgelukkige archeologen in hun verslag van de opgraving. Zo'n soepel lijk is natuurlijk ook heel wat anders dan die dorre mummies uit Egypte. In de kelder van dat museum in Changsha lag de oude mevrouw, als een eigentijdse Sneeuwwitje, te kijk in een glazen kist, terwijl op de schappen langs de wanden rondom haar ingewanden en organen in potten formaldehyde waren tentoongesteld.

Voor de sinologie was het graf van de zoon van de familie interessanter, want hij had zich laten begraven met een uitgebreide bibliotheek van teksten op zijde en op houten latjes. Deze teksten zijn in de afgelopen decennia door onze Chinese collega's zorgvuldig gereconstrueerd en uitgegeven. Weliswaar zijn bij latere opgravingen ook op vele andere plaatsen teksten uit dezelfde periode (vierde tot eerste eeuw v.Chr.) te voorschijn gekomen, maar nooit in zo'n grote hoeveelheid. Deze vroege teksten zijn daarom zo belangrijk omdat we in China vele oude werken door de vroege uitvinding van papier en boekdrukkunst slechts kennen uit late gedrukte uitgaven, die het product zijn van eeuwen fatsoenering en editering. De vondsten uit Mawangdui (en vergelijkbare graven) lieten zien hoe teksten er überhaupt fysiek hadden uitgezien in dat verre verleden. Bovendien hadden we nu niet alleen in sommige gevallen zeer vroege versies van sinds jaar en dag bekende werken, maar werden we ook geconfronteerd met een groot aantal nadien verloren gegane werken. Wanneer deze teksten uiteindelijk alle ontcijferd zullen zijn en grondig gelezen, zal aan een ingrijpende herschrijving van de geschiedenis van de Chinese cultuur van de betrokken eeuwen niet te ontkomen zijn. Zover is het nu nog niet, want voorlopig bevinden we ons nog steeds voornamelijk in het stadium van transcriptie, annotatie en vertaling.

Onder de bekende werken die in Mawangdui waren aangetroffen bevonden zich bijvoorbeeld manuscripten van de Yijing (Boek der Veranderingen) en de Daode jing (Boek van de Weg en de Deugd). Deze manuscripten werden dan ook het eerst uitgegeven en vertaald. Van de Engelse vertaling van de Mawangdui Daode jing door Robert G. Henricks verscheen ook een Nederlandse versie onder de titel Lao-tzu Te-tao Ching, Een nieuwe vertaling, gebaseerd op de recent ontdekte Ma-wang-tui teksten (Utrecht: Kosmos, 1991). Deze Nederlandse versie was geredigeerd door de Leidse sinoloog B.J. Mansvelt Beck, die later zelf een vertaling publiceerde van vier voorheen onbekende teksten die de tekst van de Daode jing in een van de Mawangdui manuscripten vergezellen, en wel als De vier geschriften van de Gele Keizer. Vier teksten, in april 168 v.Chr. begraven in Mawangdui bij Changsha, Zuid-China, en ontdekt in 1973 (Utrecht: Kosmos, 1995). Deze teksten zijn natuurlijk niet van de hand van de Gele Keizer (van wie we niet eens weten of hij wel ooit heeft bestaan) maar zijn wel een belangrijke bijdrage tot onze kennis van het denken over wereldheerschappij, landsbestuur en politiek in het China van de derde en tweede eeuw v.Chr. Net als het Boek van de Weg en de Deugd danken deze teksten hun fascinatie aan hun geheel eigen mengeling van Realpolitik en mystiek. (Inmiddels zijn bij Guodian in een graf fragmenten gevonden van een nog oudere versie van de Daode jing.)

De belangstelling van de zoon van de familie Li beperkte zich echter allerminst tot politieke mystiek. De overgrote meerderheid van de teksten in zijn bibliotheek was niet alleen volledig nieuw voor de wetenschap maar ook uiterst praktisch van aard. In het algemeen kennen we de Chinese vakliteratuur, bijvoorbeeld de medische literatuur, pas uit teksten van de tweede eeuw n.Chr. en later, van na de uitvinding van het papier. De zoon van de familie Li bleek echter onder andere al te beschikken over een groot aantal medische teksten over de meest uiteenlopende onderwerpen, die ook nadrukkelijk een veel vroeger stadium in de ontwikkeling van de Chinese medische theorievorming vertegenwoordigen dan de tekst die tot zeer recent nog gold als het begin van de traditionele Chinese medische wetenschap, de Huangdi neijing (Het Innerlijke Boek van de Gele Keizer).

Deze wijsheid over het belang van de medische manuscripten uit Mawangdui voor onze kennis van de ontwikkeling van de Chinese geneeskunde heb ik natuurlijk niet van mezelf. Ik baseer me op Donald Harper (University of Arizona), die in de afgelopen jaren reeds een aantal belangrijke artikelen aan deze manuscripten wijdde en nu een volledige vertaling het licht heeft doen zien van het gehele corpus als Early Chinese Medical Literature. The Mawangdui Medical Manuscripts (London: Kegan Paul International, 1998). Dit kloeke boek is een van de eerste delen in The Sir Henry Wellcome Asian Series.

In zijn uitvoerige inleiding betoogt Donald Harper dat de manuscripten twee verschillende paradigmata vertegenwoordigen. Aan de ene kant vinden we teksten die ziekte zien als een wezen van buiten het lichaam dat zich aan het lichaam heeft gehecht of in het lichaam heeft genesteld en weer verwijderd moet worden, desnoods met drastische middelen. Naast medicijnen van de meest uiteenlopende oorsprong is hierbij ook een belangrijke rol weggelegd voor magische procedures en substanties. Mijn favoriete recept is de behandeling van `aanvallen van krankzinnigheid': de arts maakt bij de patiënt een snee van de kruin tot de nek, smeert die in met hondenpoep en bedekt de snee vervolgens drie dagen lang met een gehalveerde witte kip. Na afloop van de drie dagen moet de kip gekookt en gegeten worden. De behandeling is ongetwijfeld minstens zo ingrijpend als electroshocks maar de patiënt houdt er in ieder geval een maaltje adellijke kip aan over.

Tegenover het paradigma dat ziekte als een externe agens ziet, staat, althans in sommige teksten, een paradigma waarbij ziekte wordt gezien als een verstoring van de interne balans van het lichaam als organisme. In deze visie op ziekte is een belangrijke rol weggelegd voor de aderen. Maar de aderen zijn in deze documenten nog in de eerste plaats bloedbanen en geen energiepaden, en acupunctuur wordt nauwelijks genoemd. Ook de theorieën over Yin en Yang en de Vijf Elementen spelen in de medische manuscripten van Mawangdui nog nauwelijks een rol. Het zal nog enkele eeuwen vergen voor deze verschillende denkwijzen samensmelten in de Huangdi neijing.

De medische manuscripten houden zich niet alleen maar bezig met de genezing van kwalen, preventie is minstens zo belangrijk. De teksten bevatten uitvoerige instructies voor een heer van stand om door ademhalingsoefeningen, gymnastiek (met illustraties) en de geregelde beoefening van de bijslaap zijn algehele gezondheidstoestand te verbeteren. Onder de medische literatuur vallen dan ook de handboeken voor het geslachtsverkeer. Mocht de potentie het laten afweten, dan zijn er vele recepten om alsnog een erectie te bewerkstelligen. Wellicht bevinden zich daarbij nog nuttige suggesties voor de concurrenten van de maker van Viagra.