LANGE ADEM

`Reclamecampagnes en folders met meisjes die hoofddoekjes dragen, dat is allemaal flauwekul. PR alleen helpt niet.'' Dat zegt Marcel Bos, docent geestelijke stromingen en filosofie aan de Pabo in Haarlem. ``Je onderwijsprogramma moet in orde zijn, daaruit moet blijken dat je onderdeel bent van de multiculturele samenleving. Gewoon als zakelijk feit.''

Bos houdt zich binnen zijn Pabo bezig met de vraag hoe meer allochtone studenten kunnen worden geworven en hoe deze vastgehouden kunnen worden als ze eenmaal binnen zijn. Hij is tevens coördinator van een Europees Comeniusproject dat zich met dezelfde vragen bezighoudt. Lerarenopleidingen en basisscholen uit België, Zweden, Spanje en Nederland doen daar aan mee. In vergelijking met die landen slaat Nederland geen gek figuur, heeft Bos inmiddels vastgesteld. Althans in het nadenken over dit probleem. De praktijk is helaas nog teleurstellend. Nog geen 1 procent van de leerkrachten op Nederlandse basisscholen is allochtoon. Een flink deel daarvan is van Surinaamse en Antilliaanse afkomst. Voor zover er van oorsprong Turks en Marokkaans onderwijspersoneel op scholen rondloopt, zijn het OALT-leerkrachten, speciaal belast met onderwijs in eigen taal en cultuur. Dat staat in schril contrast met het aantal migrantenkinderen in het onderwijs. In de grote steden vormen zij al vaak de helft van de totale populatie op de basisschool. Iedereen is het er over eens dat er meer allochtone Pabo-studenten moeten komen. En om dat te stimuleren stuurde staatssecretaris Adelmund in december 1998 een plan naar de Tweede Kamer, waarin een aantal maatregelen wordt aangekondigd. Ze trekt bijna anderhalf miljoen gulden uit om voorlichtingsvideo's te laten vervaardigen, schoolbesturen te informeren over intercultureel personeelsbeleid en een helpdesk in te richten. Een concreet actieplan wordt op dit moment uitgewerkt door een gemengde commissie van werkgevers, werknemers en de arbeidsvoorziening. Nog dit voorjaar moeten deze commissie zijn plannen presenteren. Marcel Bos is sceptisch over deze aanpak, die wat hem betreft van weinig visie getuigt. Hij houdt niet zo van `symboolpolitiek' en vindt dat de opleidingen te veel buiten de deur gehouden worden. ``Er wordt nauwelijks bekeken wat de Pabo's zelf kunnen doen. Er zit daar veel expertise. Ze zien van dichtbij wat er gebeurt op basisscholen en ze hebben veel contacten.'' Het binnenhalen van allochtone studenten op de Pabo's is bovendien typisch een kwestie van lange adem, vindt Bos. Dat regel je niet even in een kabinetsperiode van vier jaar met een helpdesk en een videofilm. ``Je moet tien tot twintig jaar vooruit kijken. De kleuters van nu maken over twaalf jaar de keuze of ze leerkracht willen worden. Zij hebben rolmodellen nodig, ze moeten goed Nederlands spreken en plezierige schoolervaringen opdoen.'' Het moet kortom breed gezien en breed aangepakt worden. Dat slechts op twintig procent van de openbare basisscholen aandacht aan geestelijke stromingen wordt besteed, is een alarmerend feit aldus Bos. Sommige directeuren zijn allergisch voor alles wat in de verste verte naar religie riekt, weet hij uit ervaring. ``Toen een van onze stagiairs een lesje over de ark van Noach gaf, kwam de directeur briesend binnen en riep dat het hier een openbare school betrof. Tolerantie betekent dat je dingen waar je het moeilijk mee hebt toch kunt accepteren.'' Dat het daaraan nog wel eens ontbreekt ontdekte de Pabo vorig jaar toen een van de studenten wegens het dragen van een hoofddoekje niet welkom was op haar (openbare) stageschool. Ze kon later wel op een christelijke school terecht. Met hoofddoek. Bos heeft toen een bijeenkomst belegd met schooldirecteuren van overwegend zwarte scholen en de Islamitische Raad van Haarlem, waarmee hij goede contacten onderhoudt. ``Dat was zeer teleurstellend. Van de dertien uitgenodigde directeuren kwamen er slechts twee opdagen. De rest bleef zonder bericht weg. De hele Islamitische Raad zat klaar. Het was gewoon beledigend.''

Pabo's die een goed klimaat bieden voor allochtone studenten zouden extra faciliteiten moeten krijgen, meent Bos. Doordat de Haarlemse Pabo de afgelopen jaren haar studentenpopulatie zag verdubbelen, zonder dat daar voldoende financiële compensatie tegenover stond, staat de individuele begeleiding van studenten onder zware druk. ``Het loopt vast op de centen, het hoger onderwijs is een afgeknepen zaak'', verzucht Bos.

Wat echter onder geen voorwaarde mag gebeuren, is dat er gesjoemeld wordt met de eisen die aan allochtone leerkrachten worden gesteld. ``Dat versterkt de vooroordelen'', benadrukt Bos. ``Ze hoeven niet beter te zijn dan de gemiddelde student, maar wel net zo vakbekwaam.'' Dat bleek ook uit een onderzoekje dat Bos enige tijd geleden onder vijftien basisschooldirecteuren uitvoerde. Deze directeuren zoeken vooral leerkrachten die het Nederlands uitstekend beheersen. Omdat ze tot nu toe vooral ervaring hebben met Turkse en Marokkaanse OALT-leerkrachten, die soms verre van vlekkeloos Nederlands spreken, werd deze eis heel krachtig geformuleerd.

Van de ongeveer 150 eerstejaars die zich aanmelden op de Haarlemse Pabo komt gemiddeld een vijftal studenten uit allochtone kring. ``De vijver waaruit we vissen is betrekkelijk leeg'', zegt Bos. ``Er zijn niet zoveel allochtone leerlingen die een Havo of Mbo-diploma halen.'' Van de docenten op de Pabo is overigens helemaal niemand van allochtone afkomst. Bos lacht een beetje verlegen: ``Tja, om die te krijgen is nog veel moeilijker.''

Zelf probeert Bos in zijn lessen geestelijke stromingen en filosofie zoveel mogelijk inhoud te geven aan het `actief pluralisme'. Zijn studenten bezoeken in het tweede jaar allemaal een moskee, een synagoge en een christelijke kerk. Hij wil naast kennis uit boeken vooral ook `levende ontmoetingen'. Daarnaast is hij bezig om een multireligieus stiltecentrum op school te realiseren, waarvoor hij contacten legt met verschillende religieuze gemeenschappen. Een idee overigens dat hij opdeed tijdens zijn Europese werkzaamheden als projectleider. Dat geldt ook voor de `culturele muur' in de kantine die de verzamelplek moet worden voor allerlei culturele en multiculturele uitingen en evenementen. Een aantal studenten heeft de uitvoering daarvan op zich genomen. ``Dat zijn kleine impulsen die met weinig geld en weinig moeite gerealiseerd kunnen worden, maar toch bijdragen aan een open cultureel klimaat op school. Pabo-studenten worden straks de cultuuroverdragers bij uitstek. Er is meer dan The Bold and the Beautyful.''