Koshere doorzetter

,,Gewone mensen gewoon zichzelf laten zijn. Daar hoeft toch niet alleen Netty Rosenfeld naar te streven?'' Koos Postema zei het bijna twintig jaar geleden in Humo, toen hij uitlegde wat hem voor ogen had gestaan met zijn eertijds razendpopulaire televisie-programma Een groot Uur U.

Netty Rosenfeld was toen al een begrip. Niet zozeer omdat zij in oktober 1951 de allereerste televisie-uitzending van de AVRO had gepresenteerd, maar als maakster van reportages en documentaires voor de VPRO. Ze heeft zich er wel eens over beklaagd dat ze in die jaren `niet altijd voor vol werd aangezien' door haar VPRO-collega's. Die collega's plachten afstandelijker te werk te gaan voor programma's als Het Gat van Nederland en Berichten uit de Samenleving. Niet dat Rosenfelds films klef invoelend of larmoyant waren. Daar was en is ze juist zeer allergisch voor. Het moest en moet `zuiver' zijn, en `kosher'.

Rosenfeld (1921) denkt ook zelf dat ze de oudste nog actieve documentairemaker van de vaderlandse televisie is, maar `bij ieder filmpje ben ik nog op van de zenuwen'. En ze is gespeend van elke neiging om moederlijk neer te zien op de huidige televisie, al gruwelt ze van `programma's waarin sprekers niet langer dan vijf seconden in beeld mogen' en vroeg ze zich laatst af wat Patty Brard in hemelsnaam deed in `het meest pretentieuze programma van de VPRO', Het blauwe Licht.

De laatste jaren maakte Rosenfeld onder meer Primo Levi, een Levensschets (1991) en Hotel Martha Washington (1996). Aanstaande zondag is Het Vooruitzicht te zien, haar documentaire over de strijd van haar oogarts Jan Kok tegen zijn kanker. Ze noemt het een van haar `meest persoonlijke' documentaires, omdat ze er zelf als patiënt in optreedt. Dat vindt ze toch `tamelijk grensoverschrijdend'. ,,Ik heb het niet graag over mezelf, zeker niet op film. Dat vind ik maar afleiden.'' Om iets te zien heeft ze tegenwoordig een `space-bril' nodig.

Waar het om draait in haar oeuvre? ,,Recht en onrecht komt nogal vaak voor in mijn werk.'' Bevlogenheid vindt ze te sterk uitgedrukt. ,,Het is meer een drang om daarmee bezig te zijn. Ik ben per slot een oorlogskind.'' Daarnaast heeft ze iets met doorzetters. Haar films, zei ze drie jaar geleden in deze krant, ,,zoeken steeds weer uit hoe je moet, hoe je kunt overleven.''

Oogarts Jan Kok is zo'n doorzetter. Zijn beenmergtransplantatie ziet hij met vertrouwen tegemoet. En als beloning voor alle inspanning zullen zij - hij en Rosenfeld - nog een keer samen naar Nepal afreizen om er een beginnend oogarts een handje te helpen.

Twintig jaar geleden was ze vermoedelijk niet aan een film als Het Vooruitzicht begonnen. ,,Ik zou toen angstiger zijn geweest voor het hele kankergedoe. Ik zou het van me af hebben geschoven. Maar in de loop der jaren word je wijzer.''