Italië: scepsis over politiek

Het referendum dat morgen in Italië wordt gehouden moet een einde maken aan de verlammende macht die kleine partijen op de Italiaanse politiek hebben. Maar veel Italianen hebben hun vertrouwen in referenda verloren. De politiek heeft te lang en te vaak hun wensen genegeerd.

,,Houd grote schoonmaak op 18 april'', staat op de affiches. Daarnaast in grote letters ,,Si. Si. Si''. Een bejaarde man fietst voorbij zonder er acht op te slaan. Een groezelige hond plast tegen een van de roestige ijzeren palen die de affiches ondersteunen. Zo dreigt een referendum dat een enorme impuls voor politieke vernieuwing had moeten worden, te smoren in onverschilligheid, onwetendheid, en de grotere problemen in Kosovo.

Het gaat, opnieuw, om de kieswet. Dat lijkt een abstract thema, maar in een land met zo'n haperend openbaar bestuur als Italië kan het enorme politieke gevolgen hebben. De keus is duidelijk, zegt Mario Segni, een van de gangmakers. ,,Willen we een grote Westerse democratie zijn, of een land met kabinetten die iedere acht maanden wisselen?''

De tragiek van Italië is dat deze discussie al eerder is gevoerd, zes jaar geleden. De wens van de kiezers was bij een referendum in 1993 overduidelijk: ze wilden een politiek tweestromenland, in de hoop dat er zo meer duidelijkheid en daadkracht zouden komen en minder ruimte voor politiek gesjoemel. Maar politieke partijen hebben het proces in die richting verwaterd, vertraagd, soms regelrecht geblokkeerd.

Vandaar de oproep, op een affiche van de Nationale Alliantie, de voormalige neofascisten, om een grote schoonmaak. De tegenstanders van vernieuwingen moeten worden weggejaagd. Daarbij gaat het niet om links of rechts. De scheidslijnen lopen dit keer dwars door de partijen heen. Inzet is de vraag of er een tweestromenland moet komen of niet.

Iedereen weet het antwoord van de kiezers al: ja. Opiniepeilingen laten daarover geen enkel misverstand bestaan. Maar dat `ja' is alleen geldig als meer dan vijftig procent van de kiezers zondag de moeite neemt om te gaan stemmen. En daarom proberen tegenstanders het referendum te bagatelliseren, te verzwijgen, zeggen ze dat het weinig oplost, of praten ze alleen maar over Kosovo.

De gangmakers achter het referendum, onder wie de voormalige officier van justitie Antonio Di Pietro, de man achter de smeergeldonderzoeken, doen in deze laatste week hun uiterste best om zich te laten horen en kiezers ervan te overtuigen om te gaan stemmen. Want het referendum is ook een generale repetitie voor de presidentsverkiezingen.

Eind volgende maand of begin juni moet het parlement een opvolger kiezen voor president Oscar Luigi Scalfaro. Als de vernieuwers zondag winnen, is dat een enorme opsteker. ,,Als het bipolarisme sterker wordt, zou het makkelijker zijn om een hervormingsgezinde president van de republiek te kiezen'', zegt Walter Veltroni, leider van de Linkse Democraten, de grootste coalitiepartij.

De grootste vijand is apathie. Een paar jaar geleden, toen onder de druk van smeergeld- en mafiaschandalen een politiek bestel was ingestort dat een halve eeuw had standgehouden, hadden de Italiaanse kiezers het idee dat ze mee richting konden geven aan de veranderingen. Nu overheerst de scepsis. ,,De mensen zijn moe'', erkent Mario Segni. ,,Ze hebben er moeite mee om een onderscheid te maken tussen de eeuwige beloftes die nooit worden nagekomen van de politici, en effectieve instrumenten zoals het referendum.''

Veel Italianen hebben hun vertrouwen in referenda verloren. In de jaren zeventig zijn met referenda doorbraken op het gebied van abortus en echtscheiding geforceerd waar de politiek nog niet, maar de samenleving al wel rijp voor was. De ervaring van de laatste jaren is dat de politiek de uitslag van referenda naast zich neerlegt. In 1993 bepaalden de kiezers dat de financiering door de staat van politieke partijen moest worden afgeschaft niets van terechtgekomen. In 1995 bepaalden de kiezers dat de staatsomroep Rai moest worden geprivatiseerd die is nog steeds in handen van de overheid.

Met de referenda over de kieswet is iets vergelijkbaars gebeurd. Zes jaar geleden ging het om afschaffing van evenredige vertegenwoordiging voor driekwart van de parlementszetels het was om juridische redenen niet mogelijk om deze verandering meteen te laten ingaan voor alle zetels, maar het was overduidelijk dat de kiezers dat wel hadden gewild.

Toch heeft de politiek geen enkele stap in die richting gezet. Het resterende kwart wordt vooralsnog verdeeld volgens evenredige vertegenwoordiging, en dat is de strohalm waaraan kleinere partijen zich vastgrijpen. Juist die kleine partijen zijn veel kiezers een doorn in het oog. Zij zijn vaak geen megafoon voor stemmen die anders niet gehoord worden, maar ordinaire banen- en machtmachientjes. De Italiaanse kiezer waagt zich niet in het politicologische debat over voors en tegens van evenredige vertegenwoordiging en een districtenstelsel. Maar hij weet heel goed wat hij wil: een einde maken aan de verlammende macht die kleine partijen op de Italiaanse politiek hebben. Een einde aan tactische spelletjes, aan akkoorden in de achterkamertjes, aan de tijdverslindende onderhandelingen met piepkleine partijen die ook een plaatsje in de zon zoeken.

Bij het referendum van zondag gaat het om dat resterende kwart van de zetels dat nu nog wordt toegewezen op basis van evenredige vertegenwoordiging. Het voorstel is ook dat laatste restje af te schaffen. Paradoxaal genoeg staan de leiders van de twee grootste politieke partijen, mediamagnaat Silvio Berlusconi van Forza Italia en premier Massimo D'Alema van de Linkse Democraten, aarzelend tegenover het referendum. Op het eerste gezicht hebben zij alleen maar te winnen bij een tweestromenland. Maar D'Alema voelt niet zoveel voor een linkse eenheidspartij en blijft liever als grootste in de groep de lakens uitdelen. Berlusconi zwalkt tussen adviseurs die een tweedeling tussen links en rechts propageren omdat dat meer duidelijkheid brengt, en mensen die hem aanraden zich op het politieke centrum te mikken en polarisatie te vermijden. Die aarzeling is tekenend, zegt Mario Segni. Veel politici willen die veranderingen niet. Daarom wil hij een referendum, als breekijzer: ,,Niemand moet geloven dat dit parlement hervormingen kan doorvoeren zonder daartoe te zijn aangezet door het volk.''